woensdag 16 november 2011
November blues
De virtuele vereniging HEND in HEND bestaat al een tiental jaren.
HEND staat voor Help Elkaar November Door.
De vereniging heeft een volstrekt ideële doelstelling nl. om elkaar steun te bieden in de moeilijkste maand van het jaar.
November.
Een maand van sombere herinneringen, de maand waarin het licht verloren raakt.
Een jaar geleden lag ik op een donkere mistige novemberdag onder het mes.
En dit jaar?
Buiten, wat een warmte, wat een licht...
Indian summer in november!
Natuurlijk is het crisis in Europa en elders in de wereld, maar dat is ook alles waarover de HENDER kan klagen.
Neem bijvoorbeeld het weekend van haar voorzitter, bekijk zijn fotoverslag.
Vrijdag met zijn zoon ( 11-11-11 om 11 uur ontving hij de sleutels van zijn nieuwste bolide. Er stond, zo zegt hij, 11 kilometers op de teller.Gekker kun je het niet maken.) en kleinkinderen naar de Malpie gefietst, een schitterend natuurgebied ten zuiden van V., getuige het tegenlichtkiekje van 'ven achter bomen'.
In de buurt van dat Malpieven bouwden ze gezamenlijk een hut van gesprokkeld hout. Ze lieten zich voor hun droomhuis vereeuwigen en beloofden elkaar deze plek aan niemand prijs te geven.
Zaterdag.
Voor de zus van de voorzitter betekende november 2010 de start van een zwaar genezingsproces. Haar drie dochters wilden die periode gedenken, wellicht bezweren met een blijde dag in het teken van de EEND (Eindelijk Einde November Daarvoor(?)). Ze voerden hun ouders in een eendenpuzzeltocht in een Eend naar L-eend-e en verder naar het Belgische Hasselt. Daar in café Café sprongen de dochters als drie musketiers voor hun ouders verbouwereerde neuzen.
Even later kwam de inner circle van broers en schoonzussen al kwakend uit een achterkamer tevoorschijn.
De vrolijkheid verdreef de zwaarte van de herdenking; haar steunpilaren werden in liefde omarmd.
En toch was het november.
Op zondag moest de voorzitter bekomen van de emoties.
Zijn jongste kleinkind op bezoek, slechts enkele weken vertikaal in het leven, ontdekte de Turken handveger-en-blik en veegde de laatste restjes negatieve herinneringen op.
November 2011 kan eigenlijk niet meer stuk!
woensdag 9 november 2011
Kuifje in 3D
Van alle ruggen van mijn stripboeken zijn die van 'de Kuifjes' het meest beschadigd. Enkele albums vallen zelfs in losse bladen uiteen. Met drie man sterk hebben we lezend die ravage aangericht.
Wereldbeelden, opvattingen en hobby's zijn door Hergé's scheppingen gevormd.
Zo beweert Thomas dat zijn voorliefde voor maritieme geschiedenis haar wortels heeft in het dubbelalbum 'Het geheim van de Eenhoorn' en 'De scharlaken Rackham'.
Mijn keuze om zoveel mogelijk uitgaves van 'De zwarte rotsen' te verzamelen schuilt in mijn geliefd David-Goliat motief: Kuifjes hondje Bobbie die de grote gorilla Ranko afschrikt, maar op zijn beurt op de vlucht slaat voor een spin.
Davids lievelingsalbum is, geloof ik, 'Kuifje in Tibet', een prachtige hommage aan vriendschap, hoe Kuifje door dik en dun vecht voor het hervinden van zijn vriendje Chang. Eén van de vele voorbeelden dat de klare lijn tekenaar Hergé zijn thema's en beelden uit het leven greep.
Het is niet Kuifje, eigenlijk maar een saai kereltje, maar de bijfiguren, die de strips zo fantastisch maken.
De goeden en de kwaden zijn duidelijk onderscheiden en de goeden overwinnen altijd, de tekeningen zijn realistisch, alles klopt, tot de anti-kapitalistische propaganda in chinese letters in 'De blauwe lotus' toe!
Het lag in de klare lijn (...), dat we Steven Spielbergs film 'The secret of the Unicorn' samen zouden gaan zien.
In 'Zien' wel te verstaan. In dat filmtheater zaten we, vader en zoon, gisteravond - David moest op het laatst helaas afzeggen wegens voorbereiding van zijn te openen praktijk - naast nog twee anderen. Buiten liepen duizenden zich te vergapen aan 'Glow'.
De film is vormgegeven met performance capture techniek, een vervolg op de techniek die werd gebruikt voor 'Beowulf' en 'Avatar'. Het resultaat, deze 3 D film is geweldig! Spielberg gebruikt naast het gelijknamige album ook delen uit 'De krab met de gulden scharen'en 'De schat van de scharlaken Rackham'. De sfeer is jaren dertig met spectaculaire uitstapjes naar de zeeschuimers uit de zestiende eeuw.
Hoe praat je een ander een film aan?
Door: "Ik ga zeker een tweede keer." David?
Kunst houd je bezig...
Vandaag kreeg de film de gehele dag een vervolg. Ik las de albums nog eens door, bestudeerde de analyses ervan in Harry Thompsons '- Hergé- een dubbelbiografie' en las stukken uit de kloeke biografie van Hergé, geschreven door Pierre Assouline, vooral die de moeizame onderhandelingen over de filmrechten tussen Spielberg en Hergé vlak voor zijn dood betreffen.
En schreef er een blog over.
Nu staan mijn Kuifjes weer in rij en gelid in de strippenkast, hun ruggen verder geruïneerd.
Ik zucht nog maar eens een keer. Van die overzichtelijke wereld van toen!
woensdag 2 november 2011
Merels en Mauro
'Ik kan al letters lezen.'
Luca schuift op mijn schoot en wijst in de krant hem herkenbare letters, vraagt welk woord ze vormen. Hij vraagt niet verder naar de betekenis van 'Stapelfraude', '7 Miljard mensen' en 'Mauro'.
Constateert dat de M er twee keer staat.
'Wat gaan we nu doen?'
Ik stel een bezoek voor aan het Vogelverschrikkersfestival, waar je, zo verleid ik hem, ook kunt knutselen en spelen.
Aan mijn hand lopen we even later langs de tientallen vogelverschrikkers. Hij vraagt honderd uit. Op mijn moeizame pogingen volgt steeds weer een nieuwe vraag.
Waar de vogels dan het eten moeten halen bijvoorbeeld.
Als we weer terug op de Gaspel zijn stelt hij voor om een vogelhuis te maken.
Het wordt een vogelvoedselplaats.
Als van afvalhout een toonbaar exemplaar staat, zoekt hij met Noa uit mijn restantverven hun kleuren uit.
Beschermd door oude T shirts brengen ze het gekozen bruin en paars er zo gescheiden mogelijk op.
Daar staat de voederplaats te drogen in de tuin.
Is dit Luca's impliciete reactie, zijn creatieve vondst op zijn onbehaaglijke gevoel dat de vogels in Valkenswaard overal weggeschrikt worden?
En Creatief CDA?
Mauro mag blijven, zolang hij studeert.
dinsdag 25 oktober 2011
Graaiende kraaien
Van nature ben ik een optimist, geloof in de goede kanten van de mens, beschouw het kwaad als een exces.
Soms komt er een aanval op mijn positivo-houding.
Meestal in de herfst.
Thomas en Femke hadden twee door Femke kleurig geverfde polyester schapen in hun voortuin staan. Voorbijgangers glimlachten spontaan bij het zien van die beelden.
Nu zijn ze weg.
De glimlach is verdwenen.
Toen het eerste schaap gemist werd, plaatste Thomas een bord in de tuin. (1)
Reactie: enige dagen later was het tweede schaap weggehaald.
Resten van dat schaap zijn door jongens in de buurt gevonden en in een vuilniszak afgeleverd.(2)
Het tweejaarlijks vogelverschrikkersfestival vindt weer plaats aan de Statie in mijn dorp. Het is een orgie van volkse creativiteit. Vrolijke kunst, de kunst om vogels te verjagen, terwijl je toch van ze houdt.(3)
Vol vertrouwen in de mensheid dwaal ik over het terrein.
Dan valt mijn oop op de vogelverschrikker, die, volgens begeleidende tekst 'op de kleintjes moet letten'.
De kleding van de schrikker is beplakt met muntjes van een oude cent en een en twee eurocenten.
Het ritme van de koperkleurige rondjes is onderbroken door grijze dotten van opgedroogde tweecomponentenlijm. (4 en 5)
In de drie dagen dat het beeld er staat is het ondanks zijn oplettendheid op de kleintjes van koper beroofd.
Te klein voor Occupy.
Graaiende kraaien zijn er in alle maten en soorten.
Welke Schrikker maakt daaraan een einde?
Ik wil mijn optimisme terug!
woensdag 19 oktober 2011
40 jaar getrouwd
Over de preciese trouwdatum heeft jarenlang onduidelijkheid bestaan, veroorzaakt door twee verschillende data: de burgelijke en de kerkelijk huwelijksvoltrekking. Gold lange tijd de laatste als officieel, op de zilveren gedenkdag vijftien jaar geleden besloten we de eerste voortaan als dé datum te beschouwen.
We zijn volgens het boekje in het echt verenigd op 18 oktober 1971.
De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft op die dag gehandtekend: Huub Creemers, de jongste zoon van mijn vader, de toenmalige gemeentesecretaris van onze gemeente Waalre.
18 oktober 1971 viel op een maandag; 18 oktober 2011 was gisteren, een dinsdag.
Maar wanneer was ons kerkelijk huwelijk?
Ik kan die vraag niet met zekerheid beantwoorden zelfs door er mijn zeer uitgebreid archief op na te slaan.
Mijn leven lang bewaar ik alle agenda's, aantekeningen, kaartjes, herinneringen etc., maar van de periode 1971, het huwelijksjaar, tot 1974, toen ik startte als docent op de leraressenopleiding NXX, heb ik nagenoeg niets bewaard.
Zelfs onze trouwkaartaankondiging ontbreekt.
Het was, herinner ik me, een rode kaart met de afbeelding van de speelkaarten van een hartenvrouw en -heer, een verwijzing naar onze voorliefde voor het kaartspel, mn. rikken. Hier is in de loop der jaren een einde aan gekomen als gevolg van mijn ongebreidelde zucht om te winnen en mijn geanalyseer achteraf, onuitstaanbaar natuurlijk als je er niet het etiket sport op plakt.
Ik meen me te herinneren dat het kerkelijk huwelijk plaats vond op een zaterdag. De Wethouder van Eupenschool, de school, waar ik toen les gaf was speciaal geopend voor de kinderreceptie.
Het moet zaterdag 23 oktober 1971 zijn geweest.
Van die dag rest een fotoalbum met zwart/witfoto's, gemaakt door een toenmalige kennis van de Philipsfotoclub.
Ik blader in het boek, ontdek veel mij onbekenden en mensen, die inmiddels overleden zijn. Veel foto's van mannen van de hockeyteams heren 1 en 2 van Oranje Zwart, waarin ik toen speelde.
Veertig jaar...
Mijn schoondochters vroegen een paar weken geleden, hoe ik hierop terugkijk en hoe je het zo lang met elkaar volhield. Ik gaf op het tweede deel van de vraag antwoord.
Met Riny bespreek ik de vraag wie de meeste inspanning heeft moeten leveren om die veertig jaar te bereiken, een onzinnige vraag natuurlijk, zoals zovele.
Ik wil mijn analyse kwijt, dat ik het haar niet gemakkelijk heb gemaakt met mijn getwijfel, mijn eerzucht, mijn nieuwsgierigheid, eigenschappen, waar de scherpe kantjes langzaamaan afslijten.
Relatie niet meer als sport zien...
Het lijkt me dat de tocht naar de vijftig gemakkelijker af te leggen valt dan de eerste tien jaren.
De groep die op ons jl. virtuele feest was, heb ik vereeuwigd op mijn persoonlijke geheugenkaart, een groep, die, zo hoop ik van harte, de komende jaren stabiel blijft. In eerste plaats mijn kameraad-echtgenote, vervolgens mijn inner circle van (aangetrouwde)kinderen en kleinkinderen, en mijn familie en vrienden.
Zo, zo is het wel genoeg.
Het broodnodige is vastgelegd voor mijn archief.
Op naar de jaren, die voor me liggen.
We zijn volgens het boekje in het echt verenigd op 18 oktober 1971.
De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft op die dag gehandtekend: Huub Creemers, de jongste zoon van mijn vader, de toenmalige gemeentesecretaris van onze gemeente Waalre.
18 oktober 1971 viel op een maandag; 18 oktober 2011 was gisteren, een dinsdag.
Maar wanneer was ons kerkelijk huwelijk?
Ik kan die vraag niet met zekerheid beantwoorden zelfs door er mijn zeer uitgebreid archief op na te slaan.
Mijn leven lang bewaar ik alle agenda's, aantekeningen, kaartjes, herinneringen etc., maar van de periode 1971, het huwelijksjaar, tot 1974, toen ik startte als docent op de leraressenopleiding NXX, heb ik nagenoeg niets bewaard.
Zelfs onze trouwkaartaankondiging ontbreekt.
Het was, herinner ik me, een rode kaart met de afbeelding van de speelkaarten van een hartenvrouw en -heer, een verwijzing naar onze voorliefde voor het kaartspel, mn. rikken. Hier is in de loop der jaren een einde aan gekomen als gevolg van mijn ongebreidelde zucht om te winnen en mijn geanalyseer achteraf, onuitstaanbaar natuurlijk als je er niet het etiket sport op plakt.
Ik meen me te herinneren dat het kerkelijk huwelijk plaats vond op een zaterdag. De Wethouder van Eupenschool, de school, waar ik toen les gaf was speciaal geopend voor de kinderreceptie.
Het moet zaterdag 23 oktober 1971 zijn geweest.
Van die dag rest een fotoalbum met zwart/witfoto's, gemaakt door een toenmalige kennis van de Philipsfotoclub.
Ik blader in het boek, ontdek veel mij onbekenden en mensen, die inmiddels overleden zijn. Veel foto's van mannen van de hockeyteams heren 1 en 2 van Oranje Zwart, waarin ik toen speelde.
Veertig jaar...
Mijn schoondochters vroegen een paar weken geleden, hoe ik hierop terugkijk en hoe je het zo lang met elkaar volhield. Ik gaf op het tweede deel van de vraag antwoord.
Met Riny bespreek ik de vraag wie de meeste inspanning heeft moeten leveren om die veertig jaar te bereiken, een onzinnige vraag natuurlijk, zoals zovele.
Ik wil mijn analyse kwijt, dat ik het haar niet gemakkelijk heb gemaakt met mijn getwijfel, mijn eerzucht, mijn nieuwsgierigheid, eigenschappen, waar de scherpe kantjes langzaamaan afslijten.
Relatie niet meer als sport zien...
Het lijkt me dat de tocht naar de vijftig gemakkelijker af te leggen valt dan de eerste tien jaren.
De groep die op ons jl. virtuele feest was, heb ik vereeuwigd op mijn persoonlijke geheugenkaart, een groep, die, zo hoop ik van harte, de komende jaren stabiel blijft. In eerste plaats mijn kameraad-echtgenote, vervolgens mijn inner circle van (aangetrouwde)kinderen en kleinkinderen, en mijn familie en vrienden.
Zo, zo is het wel genoeg.
Het broodnodige is vastgelegd voor mijn archief.
Op naar de jaren, die voor me liggen.
woensdag 12 oktober 2011
Golfexamen m/v
Als voorheen op de Pabo op het Hemelrijken een gymnastiekexamen werd afgelegd, werd een klas van de naast het pabogebouw gelegen basisschool opgetrommeld. Die leerlingen waren door de examenwol geverfd, kenden de fasen en de opbouw van een kastieles op hun duimpje, wisten precies waar ze moesten staan en fluisterden de nerveuze kadidaat moed en soms correctie toe.
Zakken was een kunst op zich.
Zoals de Pabo lerend levend materiaal zocht, zo werden we, als lid van de Fontys-Fit golfclub, onlangs benaderd om op te treden als examenmateriaal bij het golfpro examen B.
We konden kiezen uit een les in putten, chippen of afslaan.
Riny koos ervoor om verder te worden gebracht in het chippen en ik wilde verlost worden van de naar rechts draaiende ballen bij mijn afslag.
Vandaag vonden de examens plaats op de Eftelingbaan.
Het zou de gehele dag regenen.
Normaal zou je afbellen.
Riny ging als eerste.
Onderweg waren we tot de conclusie gekomen dat we niet zenuwachtig hoefden te zijn.
Dat lot trof de kandidaat.
Vanuit het mooie clubhuis zag ik op mijn fotodisplay de regen, zag ik Riny, capuchon diep over haar hoofd, luisterend naar de bedoelingen van de kandidaat en ik zag daaromheen drie examinatoren.
Voor de volgende twee foto's ben ik even naarbuiten gelopen, drukte foto's op eerbiedwaardige afstand af, voor geen goud wil je zo'n belangrijke sessie verstoren.
Maar hoe ver de afstand ook was, ik zag aan de houding van Riny, dat het niet goed zat. Vraag me niet waaruit je dat precies kunt zien, het was de uitstraling in haar houding van 'hoe lang gaat dit nog duren?...'
Na drie kwarties komt ze blazend het restaurant in.
Ze klaagt.
Ze heeft zoveel aanwijzingen gekregen, dat ze die nu al vergeten is.
Op het meegegeven kaartje staan alle tips uit het Grote Golfboek waarop je moet letten bij het chippen.
Naarmate de les vorderde, zei ze was het chippen door de aanwijzingen steeds slechter gegaan.
Eén van de examinatoren had haar op het einde apart genomen en in één aanwijzing haar zelfvertrouwen teruggegeven en het chippen bijgebracht op tenminste haar oude niveau.
Even later horen we dat de kandidaat gezakt is.
Tja...denk je dan als examenmateriaal.
Maar niet iedereen kent zo'n reactie; zo'n 50% van de mensheid om precies te zijn.
Die wijten dat aan zichzelf, die voelen zich schuldig...!
Vanmiddag was ik aan de beurt.
Mijn kandidaat is, denk ik, geslaagd.
Ik vond mezelf een goede leerling.
Maar ik ben dan ook een man: zakken is de zijn tekort, slagen mijn verdienste.
woensdag 5 oktober 2011
Familieweekend Hof van Saksen
Vroeg in het voorjaar was dit weekend al vastgelegd.
Hoewel we 18 oktober a.s. 40 jaar getrouwd zijn, hadden we dit weekend uit gekozen om die 40 jaren met de kinderen en kleinkinderen te gedenken.
De locatie: Hof van Saksen, een vakantiepark in de buurt van Assen voor het hele gezin. We hadden ingetekend voor een verblijf in een groot gezinshuis voor 12 personen.
De evaluatie kan kort en bondig: Het was geweldig.
Wat wil je: prachtig weer, een schitterende locatie en een intieme sfeer.
Het weekend begon overdonderend. We kregen prachtige schilderijen van de kleinkinderen, ware kunstwerken. De ouders hebben er op toegezien dat het eeuwige werken zouden zijn, werk-op-linnen en werk-achter-glas. Daarna ontvingen we een Liber Amicorum (zie laatste foto), een schitterend ingebonden boek met bijdragen van de vele mensen die ons lief zijn. Persoonlijke herinneringen van de afgelopen 40 jaar, soms gericht op één anekdote, dan weer een poging tot een overview. De meeste bijdragen verlucht met een foto, waarvan de opnamedatum zich laat verraden door de kleding en haardracht.
Nooit werd door mij een boek zo snel achter elkaar drie maal gelezen.
Tot slot kregen we van 'onze gasten' een luxe hotelbon.
Er was geen programma, enkel mogelijkheden. Het Hof van Saksen heeft alles: een fraai zwembad, diverse restaurants, een animatieprogramma, een overdekt speelpaleis, een roeivijver met een strand, een knutselruimte, diverse speeltuintjes, fietsverhuur met o.a. family-cars (zie foto), etc, etc. En daarbovenop toverde Karlijn met een succesvol eigen animatie de kindergezichtjes via een professionele schmink tot een tijger, smurf of prinses.
Het huis was zeer ruim, een ruimte die door het zonnige weer werd vergroot door de terrassen en de grasvelden.
Ik probeer kritisch te zijn. Was er niets mis?
Ik moet zoeken.
Een enkel stopcontact dat kindonveilig was...een mug die zich de eerste nacht royaal voedde met Thijns bloed...De slechte kaarten die ik kreeg bij het pokeren - maar daartegenover...Thomas kreeg weer hele goede -...
Zo'n weekend biedt de mogelijkheid om met elkaar kwesties te bespreken zoals de onvermijdelijke vraag hoe het gelukt is om 40 jaar bij elkaar te blijven, een vraag die we aardig wisten te beantwoorden met gebruik van woorden als knokken, openheid, ruimte en een dosis voorspoed en geluk.
Op het einde, net voordat de eersten moesten vertrekken wordt eindelijk de familiefoto 2011 gemaakt. Van de andere 100 foto's dit weekend geschoten zou een handige jongen/meisje met gemak een familiecompilatie van de elf kunnen maken, maar wij preferen een groepsportret.
En daar zitten we dan, de grootouders omringd door de inner circle in het besef van een, volgens nobelprijwinnaars steeds sneller uitdijende ruimte met meerdere cirkels van geliefden en betrokkenen.
We hebben nog heel wat tijd nodig om te danken.
(Een andere mijlpaal is hiermee bereikt: dit is mijn 250-e blog op Gaspeltuin)
woensdag 28 september 2011
Dagje Diessen
Diessen, een dorp en voor ons afgelopen zaterdag tevens een werkwoord.
Diessen in september betekent kilometers slenteren door het Reuseldal, waar jaarlijks Landart Diessen is opengesteld: beeldende kunst in het landschap. Vooral de vrouwelijke kunstenaars tonen hun voorliefde de natuur met kleurig textiel op te lappen.
Wat ook voor vorige jaren gold - en waarover we een kritisch stukje in het gastenboek schreven, verrassend opgenomen in het overzichtboek over de eerste drie jaren Landart - was ook dit jaar een gemiste kans: het stroompje De Reusel wordt nauwelijks gebruikt als decor voor de beelden. Pas na twee kilometer, net voordat de route het bos indraait, zien we een doek over het beekje hangen, wat een prachtig beeld vormt in het diffuse water-licht.
Bos leent zich blijkbaar beter voor het tonen van beelden, zoals de hier afgebeelde blauwe kamer of speelt de veiligheid (zie mijn blog van vorig jaar over het kunstvandalisme op de landart in Valkenswaard) een rol bij het tentoonstellen?
Ook al zouden de beelden je niet zo boeien, de mooi uitgezette route door de natuur biedt veel genoegen en voldoening.
Op het einde wachtte ons koffie met een heerlijke punt taart.
Diessen heeft wat te bieden!
Chapeau voor de organisatie!
Diessen heeft nog meer te bieden!
Enige honderden meters verder ligt de kippenboerderij van Jozef en Annie Vingerhoets met alle denkbare kippenrassen van tentoonstellingskwaliteit. We zochten sierlijke, kleine, donkergekleurde (Riny) kippen, die goed leggen (Cor). Ons werd de dubbelgezoomde Barnevelder kriel geadviseerd. Geringd, we kunnen ze tentoonstellen!
Te weinig heb ik me gerealiseerd dat veel-klein nog niet veel is: drie van hun eieren en je hebt nog geen hand vol.
Ik zoek nu nog kleine eierdopjes.
Naar namen hoef ik niet meer te zoeken.
Thomas heeft ze de volgende dag gedoopt: Nora (Jones), Oprah (Winfrey) en Aritha (Franklin).
Hun prachtige kleur is daarmee geborgd.
Nu pas zie ik dat daarmee ook hun fysieke gestel en kittig karakter is aangegeven: tesamen N.O.A.!
woensdag 21 september 2011
L'histoire d´anniversaire
De bovenste foto stamt uit 1980.
We vieren Thomas' vijfde verjaardag.
De tweede foto.
De kinderen van de eerste foto 31 jaar later op het verjaardagsfeestje van het oudste kind van onze oudste.
Luca viert zijn vijfde verjaardag.
Het motto is piraten.
Derde foto.
De door moeder Femke kunstig gemaakte piratentaart met de vijf kaarsjes wordt door papa Thomas binnengezeild.
Het is zondag 18 september.
Luca wordt 21 september vijf jaar, hij viert het vandaag.
Oma Riny wordt op 18-09-'11 66 jaar.
Op de laatste foto zie je de start van Luca's verjaardag.
De kleinkinderen geven oma hun tekeningen.
Als ik de foto's op dit blog publiceer is het 21 september.
Heden op de dag af dus vijf jaar opa.
De oma van Thomas en David zou vandaag 95 jaar zijn geworden.
Ze werd slechts 62.
We moeten bezuinigen, zwaar weer op komst, we worden met zijn allen steeds ouder, de AOW wordt bij ongewijzigd beleid onbetaalbaar.
L'anniversaire zeggen de Fransen tegen verjaardag.
Verjaren, steeds meer, steeds vaker.
Herhalen.
Ouder worden draagt schuld.
Rutte n.a.v. de miljoenennota: "We moeten de ijslaag dikker maken."
Bezuinigen om te verjaren op de schaatsen van onze voorgangers.
woensdag 14 september 2011
VaZo-weekend
Madrid, dat zou de bestemming worden van ons derde Vader/Zonen-, het Vazo-weekend. Na Ierland (2006: vissen en golfen) en Toscane (2007: scooteren) zou het motto voor Madrid K3 zijn: Kunst, Koningen en Kathedralen.
Je leeft met bepaalde verwachtingen naar zo'n mini-reis toe. Verwachtingen over de stad, het verblijf in het NH Hotel Parque Avenidas - voortreffelijk geregeld door hotelmanager neef Sander - en vooral de omgang met elkaar. Het is teveel voor deze blog om 'de opbrengst' genuanceerd in beeld te brengen. Laat ik hier volstaan met een enkel woord: indrukwekkend. De indrukken krijgen een plaats in een separaat woord/beeld verslag, zoals over onze vorige reizen.
Vaak dacht ik afgelopen dagen, achter hen aan lopend, hoe ik zo'n drie decennia geleden vóór hen liep in de vele steden slenterend van kerk naar museum en zij dreinend chagrijnig volgden na een scherpe onderhandeling over de volgende bestemming - zand, water, disco -; hoe de rollen keerden, gekeerd zijn en ik met een gevoel van lichte verbazing en tevredenheid zie hoe ze enthousiast het Prado en het Thyssen-Borsemisza museum evalueren, kritisch de pracht en praal van Palacio Real en de nabij gelegen Catedral de Nuestra Señora de Almudena beoordelen en genieten van een diner in Botin, het oudste restaurant van de wereld uit 1725.
Vermoeid van de vele pasjes achter hun grote stappen verlang ik naar het hotelzwembad met een pittige sudoku. Ze stellen het Retiro park voor en later om de koninklijke botanische tuin te bezichtigen. Is dat hun zand, water, disco ruil? Ze sleuren me mee, ik als massafoob, naar de wedstrijd Real tegen Gedafe in het Barnebeu stadion en de dag erna naar de aankomst van de Vuelta en verdorie, ik had het niet willen missen!
Waar zij vroeger genoten van kinderkorting, krijg ik nu als 65 plusser de kortingen; bij het eten van Tapas houd ik ze nog bij, bij drinken sla ik echter af en toe een rondje over.
We praten door over kwesties, die met kinderen erbij sneller vervliegen.
Ik voel me rijk en gelukkig het leven zo te kunnen 'ronden'.
En terug op Eindhoven Airport prijs ik me gelukkig met drie vrouwen, die ons het VaZo-weekend van harte gunnen.
woensdag 7 september 2011
Karregat
Soms worden mijn herinneringen opgeroepen door een onverwachts bericht. Ditmaal het bericht in het E.D. van 2 sept.: "Renovatie Karregat kost 13,5 mln euro".
Het Karregat.
Het Karregat is een gebouw in het stadsdeel Tongelre dat in 1973 met veel tamtam werd geopend. Het was neergezet als een groot open 'multi-functioneel' gebouw onder een markant piramidepuntig dak. Ik kan me de enthousiaste teksten van architectenbureau van Klingeren nog herinneren. Het zou gaan om een welhaast uniek gebouw, dat vooral openheid moest uitstralen, zoals de open markthallen in de Machreblanden als Marokko en Tunesië. Functies als bibliotheek, winkels, sportzaal en scholen stonden in directe verbinding met elkaar.
De Gemeente zou er een openbare school huisvesten. Het bijzonder, katholiek onderwijs kon niet achterblijven, de St Josephvereniging, het huisige SKPO, zou er ook een school inrichten.
Een vernieuwende school, zeker.
Ik was al enige jaren bij die vereniging werkzaam en had meermalen te kennen gegeven, dat ik ín was voor vernieuwend onderwijs. Ik studeerde voor MO-B pedagogiek, specialisatie onderwijskunde en werd door mijn studie geconfronteerd met het vaak schrijnende verschil tussen theorie en praktijk. Vooral aansluiting op de verschillen in kind- en leerkrachtkenmerken boeiden me zeer. Mijn scriptie waaraan ik werkte had als thema werkplezier door inspraak van de professional. Op mijn toenmalige school, de wethouder van Eupenschool o.l.v. dhr Hupperetz, waren mijn idealen beperkt toepasbaar. Succesvol was, zo herinner ik me een vorm van teamteaching in de bovenbouw. Maar het was nog erg frontaal en klassikaal.
Achteraf denk ik dat het meer de last die ik het schoolhoofd bezorgde de reden tot overplaatsing is geweest, dan mijn onderwijskundige inzichten.
Ter voorbereiding van het nieuwe schooljaar 1973/74 merkte ik al snel dat van een vernieuwd onderwijskundig concept geen sprake was, laat staan dat de consekwenties van een open gebouw doordacht waren.
Een lang verhaal kort maken.
De openheid was een ramp.
Niets en niemand was op de consekwenties voorbereid.
Het lawaai was onhoudbaar: bouwvakkers, ouders, toeleveranciers, bezoekers, het liep allemaal binnen, of beter gezegd rond. Leerkrachten haakten ontmoedigd en ziek af, politiek onstond er rumoer, ouderinspraak leidde tot scheiding van geesten, modernen tegenover conservatieven, openbaar versus katholiek.
De onrust drong de wijk binnen, scheidingen waren aan de orde van de dag, gezinnen trokken weg. Wekelijks waren er ouder- en inspraakavonden met veel vragen en emotie.
Kinderen leken er het minste last van de te hebben, ze pasten zich aan, konden zich redelijk concentreren, zo leek het. Ze hadden veel plezier, herinner ik me, ze straalden dagelijks een vorm van nieuwsgierigheid en plezier uit, hadden geen last van de commotie.
De St.Josephvereniging nam na een half jaar het besluit om zich deels van het wijkexperiment af te wenden door het plaatsen van diverse wanden.
'Terug naar het oude, vertrouwde', leek het adagium.
Ik raakte verward, sliep slecht, kon het niet meer aan en heb me teneinde voor enkele maanden ziek gemeld.
De St. Josephvereniging steunde me volledig, het kwam haar goed uit, zelfs Cor houdt het daar niet vol.
Die ziekteperiode heb ik goed gebruikt.
Ik studeerde hard en af, solliciteerde bij de N XX als docent onderwijskunde op het HBO Stratum en werd per nieuwe schooljaar benoemd.
En nu lees ik in het E.D. naar aanleidng van de renovatie de zwarte geschiedenis van 35 jaar geleden. Een voor het onderwijs, de stad, de wijkbewoners en mijzelf een pijnlijke geschiedenis.
Zoals gebruikelijk roept het artikel reacties op in de vorm van ingezonden brieven. Vandaag schrijft Ellen Swinkels, geboren Murre een brief, waarin ze aangeeft dat zíj een mooie tijd in dat gebouw heeft genoten: van verstoppertje spelen tot popconcerten.
Ellen Murre...is dat niet dat kleine goedlachse meisje uit mijn derde klas?
Ik zoek naar de klassefoto, ik zoek naar andere documentatie, die ik die jaren verzameld heb.
Niet te vinden...
Ik baal...
Ook dat materiaal is blijkbaar vorig jaar weggegooid bij mijn opruimwoede na pensionering.
Ik weet niet of ik daar morgen nog spijt van heb.
Het Karregat.
Het Karregat is een gebouw in het stadsdeel Tongelre dat in 1973 met veel tamtam werd geopend. Het was neergezet als een groot open 'multi-functioneel' gebouw onder een markant piramidepuntig dak. Ik kan me de enthousiaste teksten van architectenbureau van Klingeren nog herinneren. Het zou gaan om een welhaast uniek gebouw, dat vooral openheid moest uitstralen, zoals de open markthallen in de Machreblanden als Marokko en Tunesië. Functies als bibliotheek, winkels, sportzaal en scholen stonden in directe verbinding met elkaar.
De Gemeente zou er een openbare school huisvesten. Het bijzonder, katholiek onderwijs kon niet achterblijven, de St Josephvereniging, het huisige SKPO, zou er ook een school inrichten.
Een vernieuwende school, zeker.
Ik was al enige jaren bij die vereniging werkzaam en had meermalen te kennen gegeven, dat ik ín was voor vernieuwend onderwijs. Ik studeerde voor MO-B pedagogiek, specialisatie onderwijskunde en werd door mijn studie geconfronteerd met het vaak schrijnende verschil tussen theorie en praktijk. Vooral aansluiting op de verschillen in kind- en leerkrachtkenmerken boeiden me zeer. Mijn scriptie waaraan ik werkte had als thema werkplezier door inspraak van de professional. Op mijn toenmalige school, de wethouder van Eupenschool o.l.v. dhr Hupperetz, waren mijn idealen beperkt toepasbaar. Succesvol was, zo herinner ik me een vorm van teamteaching in de bovenbouw. Maar het was nog erg frontaal en klassikaal.
Achteraf denk ik dat het meer de last die ik het schoolhoofd bezorgde de reden tot overplaatsing is geweest, dan mijn onderwijskundige inzichten.
Ter voorbereiding van het nieuwe schooljaar 1973/74 merkte ik al snel dat van een vernieuwd onderwijskundig concept geen sprake was, laat staan dat de consekwenties van een open gebouw doordacht waren.
Een lang verhaal kort maken.
De openheid was een ramp.
Niets en niemand was op de consekwenties voorbereid.
Het lawaai was onhoudbaar: bouwvakkers, ouders, toeleveranciers, bezoekers, het liep allemaal binnen, of beter gezegd rond. Leerkrachten haakten ontmoedigd en ziek af, politiek onstond er rumoer, ouderinspraak leidde tot scheiding van geesten, modernen tegenover conservatieven, openbaar versus katholiek.
De onrust drong de wijk binnen, scheidingen waren aan de orde van de dag, gezinnen trokken weg. Wekelijks waren er ouder- en inspraakavonden met veel vragen en emotie.
Kinderen leken er het minste last van de te hebben, ze pasten zich aan, konden zich redelijk concentreren, zo leek het. Ze hadden veel plezier, herinner ik me, ze straalden dagelijks een vorm van nieuwsgierigheid en plezier uit, hadden geen last van de commotie.
De St.Josephvereniging nam na een half jaar het besluit om zich deels van het wijkexperiment af te wenden door het plaatsen van diverse wanden.
'Terug naar het oude, vertrouwde', leek het adagium.
Ik raakte verward, sliep slecht, kon het niet meer aan en heb me teneinde voor enkele maanden ziek gemeld.
De St. Josephvereniging steunde me volledig, het kwam haar goed uit, zelfs Cor houdt het daar niet vol.
Die ziekteperiode heb ik goed gebruikt.
Ik studeerde hard en af, solliciteerde bij de N XX als docent onderwijskunde op het HBO Stratum en werd per nieuwe schooljaar benoemd.
En nu lees ik in het E.D. naar aanleidng van de renovatie de zwarte geschiedenis van 35 jaar geleden. Een voor het onderwijs, de stad, de wijkbewoners en mijzelf een pijnlijke geschiedenis.
Zoals gebruikelijk roept het artikel reacties op in de vorm van ingezonden brieven. Vandaag schrijft Ellen Swinkels, geboren Murre een brief, waarin ze aangeeft dat zíj een mooie tijd in dat gebouw heeft genoten: van verstoppertje spelen tot popconcerten.
Ellen Murre...is dat niet dat kleine goedlachse meisje uit mijn derde klas?
Ik zoek naar de klassefoto, ik zoek naar andere documentatie, die ik die jaren verzameld heb.
Niet te vinden...
Ik baal...
Ook dat materiaal is blijkbaar vorig jaar weggegooid bij mijn opruimwoede na pensionering.
Ik weet niet of ik daar morgen nog spijt van heb.
woensdag 31 augustus 2011
Stram struinen op de stripbeurs
Op het einde van de zomer loopt mijn agenda vol met jaarlijks weerkerende evenementen.
Het laatste weekend van augustus betekent steevast achtereenvolgens:
1. Op bezoek bij een jarige Zoë, die dit jaar maar liefs vier jaar werd en zich (met haar ouders) opmaakt voor de grote stap naar de basisschool.
Je bent inmiddels gepokt en gemazeld in kinderfeestjes: bij binnenkomst direkt het kado overhandigen en vervolgens een stoel bemachtigen en kijken naar het in drukte en spanning ronddobberende grut waaromheen ouders met zakdoeken in de weer zijn om opkomende snotbellen en tranen weg te vegen. Ouders van de jarige job die zich het schompes hebben gewerkt aan het bereiden van taart en hapjes lopen als oververhitte kelners rond.
Ik herinner me hoe ik als jonge vader na zo'n kinderfeestje was uitgewoond en probeer derhalve David en Karlijn te benaderen met een vreemde mix van felicitatie en troost.
2. Het jaarlijkse uitje met de Riny's tuinclub - 'Klavertje Vier' geheten - waarvoor ook 'de mannen' worden uitgenodigd.
Op het programma stond een bezoek aan de buxustuin 'Rozannie's Hof' (wat een tuttige namen verzinnen tuinliefhebbers toch) in Mariaheide, na de lunch gevolgd door een lezing van een pastor over de kerk in Son. (Wat dat laatste met een tuinclub van doen had ontging me. Maar we konden de lezing ontlopen door verwijzing naar het onder 1 vernoemde verjaardagsfeest en hoefde derhalve de kritische vraag niet te stellen.)
Rozannie vertelde in haar hofje dat ze ooit naailerares was geweest, hetgeen zichtbaar was in het knipwerk in haar tuin.
3. Het Brabants Stripspektakel alhier ter dorpe.
Hierover schreef ik eerder op mijn blog van 27 augustus 2007. Hoe ik op zo'n beurs als oudere strammig rondstruin tussen kwieke, vooral mannelijke bezoekers van Belgische afkomst. Ik gedraag me zoals eenieder: hebberig. Het verschil met jongeren is de omvang van nostalgisch verlangen naar waarvan ik vroeger zo genoten heb maar wat onderweg in materieel opzicht verloren is geraakt. De prijzen voor de eerste hardcover drukken van Kuifje en Kwik en Flupke zijn zo ongewild opgedreven tot onbetaalbaar exorbitante hoogten. De keerzijde hiervan is dat ik me een enkele keer rijk voel als ik vaststel dat een handelaar voor een eerste druk van Hergé's De guitenstreken van Kwik en Flupke 3-de reeks 250 euro vraagt, eenzelfde album, evenwel intensiever belezen, dat ik van mijn ouders kreeg op mijn 6 de verjaardag 5 juni 1952.
Bestaat zo'n laatste weekend van augustus enkel uit herhaling van het jaar ervoor?
'Neen geenszins, mijn waarde kapitein Haddock!'
Zo prikkelde het jl. bezoek aan de stripbeurs me om mijn verzameling Tardi te completeren. Tardi, geboren 30 augustus 1946, slechts enkele maanden jonger dan ik, wordt samen met Moebius als grootste vernieuwer van het beeldverhaal beschouwd. Zijn 'Loopgravenoorlog' wordt in een enquête onder stripfanaten als beste album ooit genoemd. Zijn verhalen spelen zich vaak af rond de eerste W.O. Het scenario ontleent hij vaak van schrijvers zoals Céline, Malet, Vautrin, Forest en Daeninckx. In tegenstelling tot vele andere striptekenaars (en films) voegt zijn verstripping een nieuwe dimensie toe aan het verhaal. Met zijn boeken mag de stripkunst zich terecht een negende muze noemen.
Toch ben ik op zo'n beurs als oudere jongere bevangen met enige schroom.
Bij mijn vraag naar alle uitgaven van de gelegenheidsuitgaven van Suske en Wiske en De Vliegende Klomp met het oude Kerkje van Valkenswaard op de omslag, vermeldde ik onnodig dat ik die voor mijn zoon zocht.
Thomas had ze waarschijnlijk voor Luca gevraagd.
woensdag 24 augustus 2011
Inspiratiebronnen
Over wat me beweegt, schrijf ik.
Wat zijn de bronnen van mijn bewogenheid?
Dat zijn bij voorbeeld de gebeurtenissen van de afgelopen week. Als de camera bij de hand is maak ik foto's.
Afgelopen week: we golfden in Spaarnwoude met zus en zwager, speelden op camping De Paal met Luca en Noa.
Wat valt daarover te schrijven en/of lering uit te trekken?
O zeker, beide attracties, beide evenementen waren de moeite waard (so what?), beveel ik van harte aan.
Golfers en ouders/grootouders: Spaarnwoude en De Paal!!
Over de De Paal kan voorts worden gemeld dat het de camping van diverse jaren op een rij was, dat het vooral kindvriendelijk is, dat de Bibelebontse Berg - waar de twee onderste foto's genomen zijn - een prachtig zandterrein van 500 meter in het vierkant beslaat met allerhande speel-en klimtoestellen.
Wat ik via media binnenhaal vormt ook vaak een bron voor mijn bloggen.
Deze week, de eindfase van het bewind van Kadaffi en wateroverlast door noodweer...
Wat moet je daar van maken?
O ja, mijn schoondochter Karlijn filmde de wateroverlast in Eindhoven en plaatste dat op You Tube. Het filmpje werd op één dag zo'n 20.000 keer bekeken en haalde het NOS journaal.
Karlijn wordt nu op twitter door velen gevolgd en ze heeft er op Face Book veel vrienden bij. (Hier valt wel iets van te maken... bv. wat voor betekenis zou die laatste zin oproepen bij haar plotseling uit het graf herrezen grootouders...?)
Onze tuin , die, de naam van de blog geeft dat al aan, is soms bron van mijn geschrijf. Vooral uit verbazing over abberaties wil ik gaarne putten, een grote aardbei of een te klein ei, en van een schoonheid, bij voorkeur vastgelegd op de gevoelige plaat (wat voor betekenis roept die uitdrukking bij de huidige generatie op?), wil ik graag kond van doen.
Wat moet de lezer met die evocaties?
De tuin als metafoor van de wereld?
Een schilder is uit geheel ander hout gesneden.
Hij schildert en dat is het.
Alstublieft.
Zegt het je niets, even goede vrienden.
De onthulling van zijn bron is het schilderij.
Dat spreekt vanzelf.
Ziedaar, mijn gedachten zijn een belangrijke bron, die op hun beurt bronnen kennen, die op hun beurt...
Baboeschkabronnen.
Bloggen in een spiegelzaal.
(Over het waarom is nog geen woord gezegd.)
maandag 15 augustus 2011
loyaliteit
Soms zijn er dagen die ik beleef vanachter een enkelvoudig ingestelde zoeker. Voorvallen op zo'n dag zie ik vanuit één perspectief. Zo was er de dag dat ik in elke communicatie naast de inhoud, de boodschap, zocht naar wat die communicatie zei over de betrekking tussen de gespreksvoerders. Ook heb ik ooit een 'inclusie/exclusie' dag gehad en een dag dat ik gespitst was op signalen van ofwel overeenkomst ofwel verschil; een dag waarop ik vooral luisterde naar de ritmiek in een gesproken zin, een dag waarop ik turfde hoeveel keer 'leuk' werd gebezigd of 'dat is nu eenmaal zijn/haar/hun keuze'.
Zo'n focus bedenk ik niet, die wordt me opgedrongen.
Afgelopen zaterdag was het dagthema loyaliteit.
Het is ongetwijfeld ontstaan bij het lezen van een artikel in de Volkskrant.
In een analyse van de rellen in de Britse steden stond onder andere het bericht van Chelsea Ives, een 18-jarige atlete en ambassadrice voor de volgend jaar in Londen te houden Olympische Spelen. Haar ouders ontdekten haar op televisiebeelden onder de relschoppers en gaven haar aan bij de politie.
Ouders die hun kinderen aangeven zijn zeldzamer dan die hun kinderen door dik en dun verdedigen. Hoe oud die kinderen inmiddels ook zijn.
In zijn succesroman 'Het Diner' beschrijft Herman Koch hoever ouders in hun loyaliteit kunnen gaan. Om niet te vervallen in al te grote diepzinnigheid laat hij één van de ouders op het einde onder een auto komen.
Kwestie opgelost.
Hoever zou ik in mijn loyaliteiten gaan?
De vraag doet zich voor bij botsende loyaliteiten.
Je kind versus de staat (overtreding/misdaad), je broer versus een ander familielid, de een of de ander (bij een ruzie of scheiding).
Soms wordt de loyalilteit of betrokkenheid zo groot dat er geen verschil meer is tussen degene die loyaal is en degene die de loyaliteit betreft. Afstand tussen het subject en object is tot nul gereduceerd. Er is dan sprake van een kloon, een samensmelting.
De foto hierboven toont vier tomaten, die zo dicht bij elkaar hingen dat ze samensmolten tot een 'mond'tomaat, rond rood met een gat erin, een Rolling Stones icoon met groene tong.
Op zaterdag geplukt.
Er viel zaterdag verder nog veel meer te beleven op het loyaliteitenfront.
's Avonds voor het slapengaan gepiekerd over waar ik precies sta tussen de uitersten, de ouders van Chelsea Ives en mijn tomaat.
woensdag 10 augustus 2011
Wandelen op zondag
Of we zondag met hen zouden gaan wandelen, had Thomas gevraagd.
Wandelen op zondag...
Ik herinner me uit mijn vroege jeugd de veel te warme zondagen, de te grote afstanden...
Mijn moeder achter haar vaste attribuut, de kinderwagen, aan elke zijde een kind. Mijn vader in het 'goeie' pak gestoken. Meestal was er een tante bij, een van de vele zussen van mijn moeder.
Ik blader in het fotoboek van mijn moeder. 'Strijthagen April 1949' staat er in witte ecolineinkt geschreven onder de acht kleine gekartelde fotootjes. Ik ben (bijna) drie jaar, evenoud als mijn kleinkind Noa nu.
We wandelden altijd rondom ons huis: over de Zuidlimburgse dreven van Schaesbergen, Terwinselen, Strijthagen, het gebied van de mijnen, de streek van mijn moeders familie.
In mijn eerste fotoalbum vind ik een zondagmiddagwandelingfoto onder de begeleidende tekst, hetzelfde handschrift, wederom in witte ecoline, 'aug. 1953'.
We woonden inmiddels in Roermond wegens promotie van mijn vader als leraar pedagogiek op de R.K.Kweekschool aldaar.
Mijn moeder hield zeven kinderfotoboeken bij.
Op de foto Toos, Piet, ik en Matje. Broer Piet op de step. De rest van de familie stond ongetwijfeld achter de fotograaf, mijn vader of zijn oudste zoon Bert.
We wandelden of naar het westen naar de Maas, of naar het zuiden via Kapel in 't Zand richting Melick en St. Odiliënberg.
Als verrassing was er soms een stop in de speeltuin van Kitskensberg.
Wandelen op zondag.
Landerig, saai.
(Onze kinderen hadden op zondag hun uitjes, meestal met Riny, want pa moest hockeyen. Vertier werd gevonden bij de Kaasboerin of dierentuin 'De Vleut'. De tweede auto als vervoersmiddel.)
We zeiden natuurlijk 'ja' tegen de uitnodiging.
Luca en Noa aan de telefoon.
"Leuk opa en er is een verrassing!"
Wandelen met hun grootouders met verrassing!
Over die wandeling met verrassing en met het bijzondere verloop is zondagavond al geblogd op www.tschemermoeras.nl met als kop 'Donkey bizznizz'.
Wij zijn de gehele zondag in Oisterwijk gebleven, hebben de kinderen in bed gestopt. Als ik haar kamer verlaat, verzucht Noa dat het een leuke dag was.
De kattapult van ezel Jopie - het was Jopie, niet Ioor! - heeft ze blijkbaar vergeten. Mijn onoplettendheid heeft ze me vergeven.
Hoe spannend kan wandelen op zondag zijn!
woensdag 3 augustus 2011
Poëzie
Deze, inmiddels 240-e Gaspeltuinblog, geeft, zoals immer, uiting aan wat me zoal de laatste week beroert. En zoals altijd is het thema een selectie uit meerdere mogelijke onderwerpen.
Voor week 31 van het jaar 2011 kies ik voor poëzie.
Aanleiding is een gedicht dat ik twee dagen geleden van een vriend ontving, het gedicht 'Teken' van Gerrit Krol uit 1967 om me te attenderen dat de dichter op 1 augustus 2011 de leeftijd van 77 jaar had bereikt, 'een heiliger leeftijd valt na 100 jaar niet te bereiken' luidde vriends' begeleidende tekst.
Sinds jaar en dag ligt naast op mijn nachtkastje één of meerdere dichtbundels. Ze dienen als een mentaal slaaptablet. Nu ligt daar 'Het violette uur' van Pieter Boskma, opengeslagen bij 'Wie gelijk heeft' uit het deel 'Nader tot nu'.
Gisterenavond in slaap gevallen na lezing van:
Ik geef toe dat ik een redelijk onmogelijk mens ben.
Kwaad om niks en alles als een ochtendlijke dronkaard,
dan weer uitgelaten om een gril of trivialiteit, smijt ik
heel wat dagen stuk van wie mij liefheeft of haat.
Ik ben, zo weet ik nog weggedreven op associaties van flarden uit andere gedichten, zoals 'Voor wie mij liefheeft' van Neeltje Maria Min - was die bundel niet rond 1967 verschenen? - en uit 'Nader tot U' het gedicht 'Herkenning' dat ik in die dagen van weleer placht te declameren op feestjes en partijen.
Mijn eerste voordrachten waren al in mijn basisschooltijd met 'Boerke Naas' en 'Sebastiaan de spin'.
Ik oefen die teksten van weleer, strand na enkele strofen.
Later in de middelbare schooltijd schreef ik gevoelige teksten op het behang boven mijn bureautje in het ouderlijk huis: Constantijntje, aardig kleintje, maar ook Marsmans' Geef me een mes en Nijhofs Moeder. Die hoorde bij mijn repertoire om indruk te maken op de meisjes, hetgeen nimmer tot een verovering leidde. Muziek van de Kinks, Stones en Beatles onderbrak veelvuldig mijn gedeclameer.
Op de Kweekschool stond ik nog tweemaal op het podium. Op verzoek van de door mij bewonderde mijn leraar nederlands droeg ik in een uiterst langzaam tempo 'Scheppinkje' van Leo Vromans voor, terwijl ik veel liever iets van Hans Lodeizen had voorgedragen zoals
Zei ze...
deze oude vieze wereld
die kun je gerust weggooien:
de romantiek van
uilskuikens
Een tweede keer beklom ik het podium.
Het was toch nog 1967 geworden.
Ik droeg veel zwart, de zaal luisterde steeds slechter en door het geroezemoes klonk mijn tekst 'Verdediging van de vijftigers'. Ik begreep er weinig van, maar vond een tekst als
wanneer gij blake rimbaud of baudelaire leest;
hoort, door onze verzen jaagt hun heilige geest:
de blote kont der kunst te kussen onder uw sonnetten en balladen
ertoe doen, uitdagend om te zeggen.
Ze konden me wat, die oude garde!!
Toen een jaar later de revolutie tegen die oude garde daadwerkelijk uitbrak had ik als leraar op de LOM school de verantwoordelijk genomen voor een vijftiental geknakte en beschadigde kinderen, had bovendien verkering aan een meisje, dus had de toekomst mij getemd.
Ik studeerde pedagogiek in plaats van nederlands, mijn liefde voor de poëzie sluimerde voort in sporadische aankopen van bundels Lucebert, bij voorkeur 1-e drukken. Nu sieren ze mijn boekenkast; declameren deed ik niet meer sindsdien.
Vorige week tijdens dagen van existentiële vragen, weer eens een bundel troost gekocht. Het was de flaptekst, die me verleidde:
"Het zoeken naar balans tussen melancholie en extase, het eigentijdse en het eeuwige, de liefde en de dood, levert een louterende reis door het hectische moderne leven op. En waar anders kan deze reis eindigen dan in de door Boksma zo vaak bezongen Hollandse duingebieden, waar de dichter enigszins kan berusten in de onvermijdelijke tragedies van het bestaan, maar ook een nieuw elan vindt om 'de strijd die allen strijden maar niemand wint' met opgeheven hoofd voort te zetten."
'Het violette uur' begeleidt me naar mijn slaap.
Op weg naar 77.
PS.
Aan Breivik, Wilders en c.s.: deze tekst mag enkel leiden tot de aanschaf en het lezen van poëzie!
Voor week 31 van het jaar 2011 kies ik voor poëzie.
Aanleiding is een gedicht dat ik twee dagen geleden van een vriend ontving, het gedicht 'Teken' van Gerrit Krol uit 1967 om me te attenderen dat de dichter op 1 augustus 2011 de leeftijd van 77 jaar had bereikt, 'een heiliger leeftijd valt na 100 jaar niet te bereiken' luidde vriends' begeleidende tekst.
Sinds jaar en dag ligt naast op mijn nachtkastje één of meerdere dichtbundels. Ze dienen als een mentaal slaaptablet. Nu ligt daar 'Het violette uur' van Pieter Boskma, opengeslagen bij 'Wie gelijk heeft' uit het deel 'Nader tot nu'.
Gisterenavond in slaap gevallen na lezing van:
Ik geef toe dat ik een redelijk onmogelijk mens ben.
Kwaad om niks en alles als een ochtendlijke dronkaard,
dan weer uitgelaten om een gril of trivialiteit, smijt ik
heel wat dagen stuk van wie mij liefheeft of haat.
Ik ben, zo weet ik nog weggedreven op associaties van flarden uit andere gedichten, zoals 'Voor wie mij liefheeft' van Neeltje Maria Min - was die bundel niet rond 1967 verschenen? - en uit 'Nader tot U' het gedicht 'Herkenning' dat ik in die dagen van weleer placht te declameren op feestjes en partijen.
Mijn eerste voordrachten waren al in mijn basisschooltijd met 'Boerke Naas' en 'Sebastiaan de spin'.
Ik oefen die teksten van weleer, strand na enkele strofen.
Later in de middelbare schooltijd schreef ik gevoelige teksten op het behang boven mijn bureautje in het ouderlijk huis: Constantijntje, aardig kleintje, maar ook Marsmans' Geef me een mes en Nijhofs Moeder. Die hoorde bij mijn repertoire om indruk te maken op de meisjes, hetgeen nimmer tot een verovering leidde. Muziek van de Kinks, Stones en Beatles onderbrak veelvuldig mijn gedeclameer.
Op de Kweekschool stond ik nog tweemaal op het podium. Op verzoek van de door mij bewonderde mijn leraar nederlands droeg ik in een uiterst langzaam tempo 'Scheppinkje' van Leo Vromans voor, terwijl ik veel liever iets van Hans Lodeizen had voorgedragen zoals
Zei ze...
deze oude vieze wereld
die kun je gerust weggooien:
de romantiek van
uilskuikens
Een tweede keer beklom ik het podium.
Het was toch nog 1967 geworden.
Ik droeg veel zwart, de zaal luisterde steeds slechter en door het geroezemoes klonk mijn tekst 'Verdediging van de vijftigers'. Ik begreep er weinig van, maar vond een tekst als
wanneer gij blake rimbaud of baudelaire leest;
hoort, door onze verzen jaagt hun heilige geest:
de blote kont der kunst te kussen onder uw sonnetten en balladen
ertoe doen, uitdagend om te zeggen.
Ze konden me wat, die oude garde!!
Toen een jaar later de revolutie tegen die oude garde daadwerkelijk uitbrak had ik als leraar op de LOM school de verantwoordelijk genomen voor een vijftiental geknakte en beschadigde kinderen, had bovendien verkering aan een meisje, dus had de toekomst mij getemd.
Ik studeerde pedagogiek in plaats van nederlands, mijn liefde voor de poëzie sluimerde voort in sporadische aankopen van bundels Lucebert, bij voorkeur 1-e drukken. Nu sieren ze mijn boekenkast; declameren deed ik niet meer sindsdien.
Vorige week tijdens dagen van existentiële vragen, weer eens een bundel troost gekocht. Het was de flaptekst, die me verleidde:
"Het zoeken naar balans tussen melancholie en extase, het eigentijdse en het eeuwige, de liefde en de dood, levert een louterende reis door het hectische moderne leven op. En waar anders kan deze reis eindigen dan in de door Boksma zo vaak bezongen Hollandse duingebieden, waar de dichter enigszins kan berusten in de onvermijdelijke tragedies van het bestaan, maar ook een nieuw elan vindt om 'de strijd die allen strijden maar niemand wint' met opgeheven hoofd voort te zetten."
'Het violette uur' begeleidt me naar mijn slaap.
Op weg naar 77.
PS.
Aan Breivik, Wilders en c.s.: deze tekst mag enkel leiden tot de aanschaf en het lezen van poëzie!
woensdag 27 juli 2011
Gestoord
Toelichting bij de foto's van boven naar beneden.
Foto 1.
Ter voorbereiding van ons bezoek aan Bert en Winnie in het Friese Donkerbroek in mijn diadozen gedoken om herinneringen aan ons gezamenlijk verleden te zoeken. Gedigitaliseerde dia's lenen zich voor bewerking. Bovendien kun je ze delen met anderen zonder die beelden kwijt te raken.
Ik ben een prettig gestoorde verzamelaar, houd me krampachtig vast aan de dingen uit het verleden; ik orden, rubriceer en catalogiseer de achter me liggende paden, zodat ik verder kan reizen. Mijn zwerven is vastgelegd in routekaarten met relicten.
1974: Met hun kinderen Duco en Martijntje naar de broer van Winnie, die in het verre Gallicië woont, gereisd. Riny was in prille verwachting van Thomas, iets wat we nog niet wisten toen deze dia werd genomen.
Met Amy Winehouse en Breivik in mijn hoofd afgelopen zondag afgereisd naar Groningen, waar we twee nachten zullen verblijven, vooraleer we het voertuig richting Friesland/Donkerbroek sturen.
Niet normaal, gestoord, gekte als bedreiging voor jezelf of voor de ander, oorzaak van losgeraakte draden in het brein, verkeerde programmering en triggers als misvormd verleden, drugs, verknipte gedachten...De hele tocht naar het Noorden, 250 kilometer lang, blijft het regenen en sombert het in mijn verstoord brein.
Ik herinner me de poster 'Ooit een normaal mens ontmoet?', gedrukt op een spiegelend oppervlak, waarin je vaag jezelf ontwaarde. Jezelf als normaliteit, waar ieder ander van afwijkt.
Inmiddels is het spiegelbeeld van normaliteit vervaagt in een abstractie waarin geen enkele verzameling meer past.
Laten we het simpel houden en stellen dat iedereen gestoord is. De kwestie is hoe we met die gestoordheid prettig omgaan.
Ook in Groningen regent het.
In het Groninger Museum is het druk.
Velen zijn hierheen gevlucht.
In tegenstelling tot het van Abbe heeft dit museum voor elk wat wils.
Ik droom weg bij de steeds wisselende kleurenpracht én de begeleidende muziek bij de gigantische Vuurvogel van van Durmen (foto 2 en 3).
Uit het as zal steeds een nieuws herrijzen.
Ik hoop dat Stoltenberg de kracht van de saamhorigheid oproept in plaats van de haat en agressie van Bush en Wilders.
Ik dwaal door de ruimten met de schilderijen van de Groningse schilders, de Ploegleden als Wiegers, van der Zee en Werkman, beland in de zalen met de grote foto's van de Chinese kunstenaar Chi Peng 'Me Myzelf and I' met onder andere metamorfoses van hem naar half vrouw, half man. Verbeelde androgynie, gesublimeerde subnormaliteit?
Ik maak geen foto's van foto's.
Het zijn als gedachten over gedachten van de werkelijkheid.
Drosteffect tot het oneindige, tot waar de greep verloren raakt.
Foto 4 tenslotte.
Uit de de verzameling 'Material World', beelden gemaakt van verschillend materiaal.
De toeschouwer kan door een ship voor een in de zaal gemonteerd GM zendertje te plaatsen zijn eigen collectie beelden opslaan en versturen naar zijn e-mail adres. Ik wordt geraakt door de ontwerpen van jurken (!) van Iris van Herpen en sla ze op op mijn GM ship. Ik neem foto's, wil ook mijn eigen keuze, standpunt en belichting vormgeven.
Foto 4 is er een uit mijn eigen vertaling, niet het algemene beeld, maar dichter op de huid, dichter op het materiaal.
Zoals ik het zie, zoals ik het wil zien.
Uniek, abnormaal, een beetje gestoord, niemand tot last, mezelf tot lust.
woensdag 20 juli 2011
De transparante mens en het vertrouwen
Kinderfeest en begrafenis volgden elkaar afgelopen week op met interval van een dag.
Van de eerste bijeenkomst maak je beelden, waarop de georganiseerde vrolijke chaos zichtbaar is en je plaatst ze op deze weekblog.
'Noa met opa Frits' bezig de drie kaarsjes op haar feesttaart aan te brengen.
Zou Noa in de toekomst mij vragen om welke reden dan ook deze innige omarming uit deze blog te verwijderen en zou ik dat doen?
Een verzoek om van de blogtekst van 31 augustus 2010 de foto's te verwijderen bereikte me na de crematie van oud-collega Han van B. Voor degene, die het verzoek deed blijkbaar een belangrijke, voor mij op dat moment tamelijk triviale vraag.
Als je niet voor spontaan negeren kiest, brengt dat verzoek je echter, hoe summier ook gesteld, tot uiteenlopende overwegingen.
Ik heb de foto's tenslotte verwijderd en de overweging daarvoor in een P.S. aldaar aangegeven.
Als de motieven duister zijn, stel je om te begrijpen een aantal hypothesen voor zo'n verzoek op.
Eén ervan is het gevecht, de strijd om jouw openbaarheid, die door internet en vooral de zoekmachines gigantisch vergroot is, onder contrôle te houden. Zeker, bij het natrekken van referenties wordt niet alleen gekeken naar de door betrokkenen zelf opgemaakte profielen van hyves, linkedin of facebookprofielen maar wordt via de zoekmachines allerhande informatie ontbloot.
De transparante mens.
Privacy staat niet alleen onder druk door de vrijheid van meningsuiting, maar nog meer door het medium internet zelf, zo, dat het de vraag is of die nog adequaat beschermd kan worden.
Time changes.
Bij de crematie van Han werden foto's uit zijn leven op een enorm flatscreen vertoond.
Zo had Han dat gewild.
Zo'n laatste ritueel biedt de mogelijkheid voor een gezamenlijk eerbetoon en je zoekt er de troost, troost om de overledene los te laten, troost om het schijnbaar schamele levenslot.
De foto's die werden getoond boden me, met de teksten van familie en vrienden, troost omdat ze transparant maakte dat Han zijn leven geleefd had en dat dát het leven zinvol maakt.
Han heeft geleefd als een heer, zoals Nietzsche bedoelde, geen slaaf van morele chantage, angst of welke afhankelijkmakende confrontatie dan ook.
Bovenstaande is niet bedoeld als een necrologie voor Han, maar (alweer) als een voorlopige stand van zaken van mijn eeuwigdurende zoektocht naar het ware, goede en het schone.
De toewijding naar elkaar op Noa's feest geeft me vertrouwen in haar toekomst, dat ze later bij het zien van bovenstaande beelden niet zal grim- maar zal glimlachen.
woensdag 13 juli 2011
B&B bij C&C
Het voorseizoen zit erop.
De caravan staat op stal.
Nog eenmaal aan het strand gezeten om de zon in de zee te zien verdwijnen en natuurlijk de obligate kitsch-picture geschoten: late wandelaars tegen het oranje-warme decor van de avond.
Op de foto erboven: Riny voor een voortentloze Eriba. Is dit de laatste keer geweest dat we in redelijke harmonie ons voorseizoensverblijf afbraken vooraleer het mobiele geheel wordt overgedaan in handen van Thomas?
We hebben er vrede mee, dat we deze caravantijd zo kunnen afsluiten, het heeft daarentegen ook iets nostalgisch, dus droevigs: de mooie tijd die achter ons ligt.
De uitdaging verschuift dit sentiment naar de achtergrond: hoe gaan we in de toekomst reizen?
Afgelopen weekend een bijzondere B&B: drie generaties vrouwen logeerden op de Gaspel: Oma Anke, geweldig opgeknapt door vitamine V, tien dagen Italië met Clemens, moeder Steffie, met een handelingsrepertoire van een volleerde kraamhulp en de jongste telg, Anne Flow, koud drie weken oud met een rotsvast vertrouwen in een goede zorg van oma en mama, zodat ze haar leventje verdeelt in een ritmisch schema van drinken en slapen. Zelfs het minste huiltje werd niet gehoord.
Op de foto showt een trotse en gelukkige oma haar eerste kleinkind.
Als ze bij het afscheid zeggen dat ze allen geweldig hebben geslapen overdenk ik de mogelijkheid om het achterste deel van ons huis meer rendabel te maken door een B&B te starten. Nu nog verzinnen wat we aan logé's zoal te bieden hebben.
Een mooie tuin ten zuiden van de meest slimme area van de wereld, startpunt voor een rustieke fietstocht door de Kempen en/of uitgaan op de Valkenswaardse markt met de hoogste cafédichtheid van Nederland?
B&B bij C&C. (Riny's geboortenaam is Catharina)
Eerst maar eens nadenken over mijn unic sellingpoint voor C3 (Cor Creemers Consult) danwel C4 (met Coaching erbij).
woensdag 6 juli 2011
samenloop en toeval
We noemen het toeval.
Meestal is het onze gevoeligheid die in een kort tijdsbestek dezelfde voorvallen signaleert.
Wij zijn zelf de bron van het toeval.
Mijn blog van twee weken geleden maakte gewag van mijn leeservaring over levenskunst, in het bijzonder naar aanleiding van de mooie verkenning van Joep Dohmen in 'Tegen de onverschilligheid', waar ik toen halverwege in was geraakt.
Vorige week 'moest' ik schrijven over Vriendschap.
In dezelfde week begaf ik me op Facebook en maakte kennis met dat fenomeen, hoe je daar van jezelf een profiel aanmaakt, hoe je er digitaal vrienden 'aanmaakt' en wat er met die vrienden gemaild en gedeeld wordt. Zo weet ik sinds kort dat mijn nichtje bijna 200 vrienden op facebook heeft, dat ik verreweg de oudste van mijn overigens kleine vriendenkring ben en dat daar de meest voorkomende boodschap "Vind ik leuk" luidt.
Over de bijzondere en schamele relatie tussen vriendschap en facebook schreef onlangs de filosofe Stine Jenssen een essay.
Digitaal contact is nog geen analoge vriendschap.
Inmiddels ' Tegen de onverschilligheid' uitgelezen met schokken van herkenning en vele ideeen (ik schrijf dit op de camping in Groede op een Mac en weet hierop het trema-teken niet te vinden) om verder te lezen opgedaan. Alweer geraakt door Charles Tayler, nu door zijn kritiek op de invulling van het Zelf volgens neo-liberalen en conservatieven. In zijn verkenning naar authenticiteit en uitgaande van relatieve autonomie van het zelf bepleit hij spirituele en religieuze verbindingen. Ook zal ik ' Spiritueel door de overgang' van Lisette Thooft lezen (verschijnt 15 juli), waarin ze volgens een vooraankondiging in de Volkskrant van gisteren, betoogt dat ik als babyboomer na een cynische fase in de spirituele geraak.
Lezen om mezelf te begrijpen.
En dat valt allemaal zomaar tegelijkertijd op mijn bordje ' Levenskunst'.
En wat te zeggen van het toeval, dat het laatste hoofdstuk van Dohmen over vriendschap handelt?
Over haar deugden en agenda's.
Een feest van herkenning!
Nu wil ik vriendschap.
Maar enkel analoog.
Meestal is het onze gevoeligheid die in een kort tijdsbestek dezelfde voorvallen signaleert.
Wij zijn zelf de bron van het toeval.
Mijn blog van twee weken geleden maakte gewag van mijn leeservaring over levenskunst, in het bijzonder naar aanleiding van de mooie verkenning van Joep Dohmen in 'Tegen de onverschilligheid', waar ik toen halverwege in was geraakt.
Vorige week 'moest' ik schrijven over Vriendschap.
In dezelfde week begaf ik me op Facebook en maakte kennis met dat fenomeen, hoe je daar van jezelf een profiel aanmaakt, hoe je er digitaal vrienden 'aanmaakt' en wat er met die vrienden gemaild en gedeeld wordt. Zo weet ik sinds kort dat mijn nichtje bijna 200 vrienden op facebook heeft, dat ik verreweg de oudste van mijn overigens kleine vriendenkring ben en dat daar de meest voorkomende boodschap "Vind ik leuk" luidt.
Over de bijzondere en schamele relatie tussen vriendschap en facebook schreef onlangs de filosofe Stine Jenssen een essay.
Digitaal contact is nog geen analoge vriendschap.
Inmiddels ' Tegen de onverschilligheid' uitgelezen met schokken van herkenning en vele ideeen (ik schrijf dit op de camping in Groede op een Mac en weet hierop het trema-teken niet te vinden) om verder te lezen opgedaan. Alweer geraakt door Charles Tayler, nu door zijn kritiek op de invulling van het Zelf volgens neo-liberalen en conservatieven. In zijn verkenning naar authenticiteit en uitgaande van relatieve autonomie van het zelf bepleit hij spirituele en religieuze verbindingen. Ook zal ik ' Spiritueel door de overgang' van Lisette Thooft lezen (verschijnt 15 juli), waarin ze volgens een vooraankondiging in de Volkskrant van gisteren, betoogt dat ik als babyboomer na een cynische fase in de spirituele geraak.
Lezen om mezelf te begrijpen.
En dat valt allemaal zomaar tegelijkertijd op mijn bordje ' Levenskunst'.
En wat te zeggen van het toeval, dat het laatste hoofdstuk van Dohmen over vriendschap handelt?
Over haar deugden en agenda's.
Een feest van herkenning!
Nu wil ik vriendschap.
Maar enkel analoog.
Abonneren op:
Posts (Atom)

