zaterdag 19 september 2026

Hardnekkigheid van criminelen

Voor de derde keer in twee jaar is mijn schoonzus J. slachtoffer geweest van oplichting. 
De tweede keer - zo'n twee maanden geleden - was dit voor de criminelen een succes. 
Geld en juwelen werden meegegeven aan de nep-politie.
Het lijk erop dat er binnen het criminele circuit een lijst circuleert van kwetsbare oudjes.

Gisteren greep de overbuurman in, een geweldige manier van buurtpreventie. Ook deze keer had de beller zich voorgedaan als politie-agent en wel zodanig overtuigend dat mijn schoonzus erin trapte. 
De overbuurman zag een man enkele tientallen meters verderop bellen naar een vrouw die aan de voordeur van J. stond en hoorde hem zeggen dat het zover was en dat ze naar binnen kon gaan. 
Op het moment dat J. de voordeur opendeed stak de overbuurman over en sommeerde de vrouw haar identiteitskaart te tonen. 

Die had ze in de auto liggen. De overbuurman, overtuigd dat het niet in de haak was, dwong de nep-agent met hem naar haar auto te gaan, 
Halverwege de straat herinnerde ze zich dat ze zou worden opgehaald.
Erg doorzichtig allemaal, maar hij kon verder niets doen dan haar te laten gaan. 

J. belde mij en ik was vijf minuten later ter plekke.

Ja, ze was er weer ingetuind. 
Maar ze hadden zo'n goed verhaal gehad. 
Hij wist dat ze weduwe was en dat ze een ING nummer wilde opheffen...
Toen schoot me te binnen dat post van de notaris en de ING bank twee weken geleden niet was aangekomen. Beide instellingen beweerden bij navraag de post echt te hebben verstuurd,

Toen ik merkte dat op J's postbus al jaren geen sleuteltje zat ( 'zo'n gedoe met een los slotje...') vermoedde ik dat de post ontvreemd was.
Gevolg: subiet deze week een nieuwe postbus geplaatst.


Maar het kalf was al verdronken, maar was op tijd gered dankzij een alerte overbuurman.

Ouderen zijn kwetsbaar en nogal naïef.
Want hoe hadden deze nep-agenten zich bijna een toegang in haar huis geluld?
Er was weer een inbraak in de buurt geweest (angst zaaien) een breekijzer was in haar straat gevonden (het gevaar is heel dicht bij) en er was een virus via de t.v. aangebracht waardoor zij waarschijnlijk het volgende slachtoffer zou zijn (onderzoek naar het kritisch vermogen)
Maar de vrouw die zo dadelijk aan de deur zou staan wist wel raad met dat virus...

Ik heb de politie op de hoogte gesteld. Ook deze keer niets dan lof voor hun attentie. 
Er was begrip, een dossier werd opgemaakt. 
Even later werd zelfs teruggebeld vanwege de vraag die de nep-agent had gesteld of ze die nacht alleen zou zijn. 
J. had ook nu naar waarheid geantwoord. 
De politie zou extra surveilleren.

Op deurvideo van  een van de overburen verderop zijn beelden van de bellende man te zien, de vrouw en hun auto. 

Morgen overleggen we of het zinvol is om die met de politie door te delen.

zaterdag 12 september 2026

Humanistisch Gebed

Aansluitend op mijn tekst van 24 juni over de dood van N. - mijn jongste broer die, zonder afscheid te nemen na een leven van aantrekken en afstoten - zou ik nog talloze teksten kunnen schrijven, een boek wellicht met een belangrijk hoofdstuk dat de verwarring beschrijft van al die mensen die hij heeft achtergelaten.

Broer J. had het op zich genomen om een herdenkingsdienst te organiseren. 
Daar zou behoefte aan zijn.
Een andere broer vond dat het belangrijk was om als familie samen juist vooruit te kijken en het accent op een grote reünie zag liggen.
Weer een ander meende dat deze twee doelstellingen elk een aparte organisatie vroeg. 
Een begin in een kleine bij mijn broer N. betrokken groep ( 30 personen) met gelegenheid om op zijn leven te reflecteren, daarna in groot familieverband  (verwachting van rond de honderd deelnemers).

Dat reflecteren had natuurlijk al eerder plaatsgevonden, direct na zijn overlijden, waarbij ieder zijn eigen accenten en emoties de vrije hand had gegeven. Vooral zijn laatste grillige jaren kwamen daarbij in beeld, die we, zo liet weer een ander familielid weten juist moesten wissen.

Voor Riny en ik betekende dat we de laatste twintig jaar zouden moeten wissen, de duur van complete negering, ondanks onze meermalen pogingen om hem te bereiken. Zoals het verzoek van enige maanden geleden van Riny om hem te ontmoeten. 
Hierop had hij smalend gereageerd geen behoefte te hebben aan lotgenotencontact.

Een datum voor de familiedag ligt vast: 17 oktober en ook welke drankjes en hapjes er geserveerd worden. 
Over de invulling heerst radiostilte.

In deze verwarring lijkt het me weinig zinvol om tot een evaluatieve herdenking te raken.

Maar ik had daags na de aankondiging van zijn overlijden - wij verbleven vanwege mijn tachtigste verjaardag in Las Lomas - een tekst geschreven, een tekst die ik graag aan mijn familie wilde voordragen.
Omdat dat er voorlopig niet van komt publiceer ik die hieronder. 

Zeg me.

Zeg me wanneer ik je niet horen wil

Zeg me wanneer ik mezelf belangrijker dan de Ander vind

Zeg me dat je bang bent me te verliezen als je me een spiegel voorhoudt, als je zaken benoemt, die ik niet horen durf, dat jij meer geeft, dan ik durf te geven, dat ik vraag maar geen antwoord geef

Zeg me wanneer ik me voor de Ander afsluit, de Ander uitsluit, de Ander op afstand houd

Zeg me dat ik me verantwoorden moet, als ik je alleen laat staan.

En zeg me dat ik mijn Lot omarmen moet

Leer me hoe ik menswaardig afscheid van je nemen kan


Zijn dood moet ons leren, moet ons sterker mens maken. 
Vandaar de titel van deze tekst.



vrijdag 4 september 2026

Zorg, Zorgzaam, Mantelzorg

De zorg voor mijn alleenstaande schoonzus gaat onverminderd voort. Haar fysieke en mentale herstel gaat met de dag beter, maar er zijn zeker nog stappen te maken. Ze doet, na haar herseninfarct, haar uiterste best om greep op haar leven te krijgen. Om er zeker van te zijn dat ze informatie niet kwijt raakt, schrijft ze alles op papiertjes, die vervolgens weer snel zoekraken. Haar grote houvast is haar agenda, die zowel als planningsinstrument functioneert als dagboek.

De zorg voor haar huis, die in de jaren toen ze mantelzorger was voor haar onlangs overleden man nauwelijks aandacht kreeg, draait op volle toeren. Achterstallig onderhoud moet worden aangepakt en wel zo snel mogelijk. Daarbij speelt mee, dat het nog niet duidelijk is of ze in de toekomst alleen de bedenverdieping bewoont of dat ze in de toekomst ook op de eerste verdieping zal bewonen. 
Voorlopig zijn haar zorgen op de benedenverdieping gericht .

Bij mijn oudste broer is van herstel geen sprake meer. 'We zien wel waar het schip strandt' , zei hij een aantal dagen geleden in een helder moment.
Met mijn broer Jan had ik de lange reis naar Groningen na een klein half jaar weer ondernomen.
In februari hadden we het over zijn tweede huis in Manavkat-Turkije gehad, hoe hij ervan had genoten, maar dat dat genot was verdwenen na de dood van zijn vrouw en hoe daarna de verkoop was verlopen.

Ik had het fotoboekje 'Manavkat 2014' meegenomen met daarin foto's van onze gezamenlijke vakantie in zijn huis.

Hij had in de gezamenlijke ruimte gezeten, toen we aankwamen. Na enkele seconden herkende hij ons blijkbaar. Er verscheen een lach van oor tot oor op zijn gelaat. Een algemeen 'Hai, wat fijn', maar geen naamsherkenning als toen in februari. Hij verwisselde even later Jan met mij.

Van die vakantie in 2014 herinnerde hij zich niets. Al bladerend gaf hij geen blijk van herkenning van het huis, wees enkel naar de rivier en mompelde 'water'.
Herhaaldelijk liet hij blijken blij te zijn met ons bezoek.



En dan 'Mantelzorg', het beeld dat we als Parkinsoncafé  in 2012 aanschafte, vanwege ons 12 1/2 jaar van het bestaan van het café heeft afgelopen week eindelijk haar plaats gekregen in de tuin van het verpleegtehuis Valkenhof te Valkenswaard in de binnentuin direct naast het auditorium waar wij maandelijks onze bijeenkomsten houden. Een mooie plek, een ode aan de vele mantelzorgers.