woensdag 25 mei 2011

Naar 65 en daarna


Over anderhalve week is het zover.
65.
Trekken van Drees, AOW, in vroeger jaren de leeftijd waarop maatschappelijk verantwoord gestopt mocht worden met werken.
Wat ik tweeëneenhalf jaar geleden al deed. Sindsdien uit de media begrepen dat straks 67 jaar de overgang naar het pensioen dient te zijn.
De ambivalentie, de hypocrisie.
De werklijkheid: ouderen zo snel mogelijk lozen en vervolgens dat als onbetaalbaar bestempelen.

Ik ben van plan om me na mijn 65-e verjaardag aan te dienen op de arbeidsmarkt.
Als ZZP-er, dat klinkt ondernemend.

Intussen lijkt het erop dat ik de mijlpaal, de oude grensovergang zal gaan bereiken. Ik heb daar veel hulp bij nodig.
's morgens zeven en 's avonds drie pillen.
Per twee weken vul ik de ochtend- en avonddispensers. (zie foto) Een nauwkeurig werk, het gaat immers om het onderhoudsdoseringen van mijn chemische fabriek.

Mijn omgeving zegt dat ik er goed uit zie en vraagt hoeveel ik afgevallen ben en hoe ik dat klaarspeel.
Laat ik zeggen dat ik in mijn hedonisme terughoudender ben geworden.
I.p.v. chips verorber ik dagelijks mijn pillendosis.
En ik beweeg nog meer dan vroeger.
Binnenkort weer op de arbeidsmarkt.

Maatschappij, de oudjes komen eraan!

donderdag 19 mei 2011

P.I.

P.I.
Deze letters staan voor Party Incognito, waarover we de afgelopen maanden via mail, website en post op de hoogte waren gehouden via raadsels, die nadere informatie zouden geven over het wanneer, waar, waarom, hoe en door wie dit feest.
Dachten we aanvankelijk aan spam, toen we een op naam gestelde, vertrouwde, analoge kaart via TNT ontvingen, bleek het menens te zijn en sloegen we aan het puzzelen.
Google maakt puzzelen helaas al te gemakkelijk en snel waren enige geheimen opgelost, zoals onder het raadsel 'Wie?' de aanwijzing '22/7' stond, een ezelsbrug voor pi, de verhouding middellijn en omtrek van een cirkel.
De gehele familie was aangeschreven en bleek deze creatieve manier van uitnodigen uit te gaan van ons nichtje Imke en haar man Peter.
P.I.
Peter en Imke.
We werden verzocht gevonden oplossingen via de site kenbaar te maken.

Afgelopen zaterdagavond vond het Venetiaans feest plaats in ZINN, een café te Nuenen.
De acht, vier broers en een dito aantal schoonzussen, die naar dit feest toog werd vooraf gefêteerd op een heerlijk diner ten huize van mijn broer en schoonzus ter stede.
De acht, zo werd aan de dis betoogd, was zich ervan bewust dat ze naast de ouders van P.I. waarschijnlijk de enige ouderen zouden zijn.
En zo was het ook.

Bij het betreden van de uitbaterij, enigszins verhuld achter een Venetiaanse masker overviel me direct het vervreemdend gevoel van 'Wat doe ik hier?'.
Op kakafonische klanken wiegde de jeugd dromerig en enigszins apathisch heen en weer.
We werden nauwelijks opgemerkt noch begroet.
Waren leeftijden weggemoffeld achter maskarade?
Werd er niet opgemerkt dat ik hier ronddwaalde als een verloren olifant?
Wie niet direct opzij ging kreeg een por; we waren op zoek naar de gastvrouw en -heer.
Hoe verrast en blij waren zij om te zien dat we gehoor hadden gegeven aan hun uitnodiging. Hun enthousiasme en hartelijkheid maakten alles goed.
Ik vroeg aan mijn nichtje of ik niet te oud was voor deze gelegeheid. Ze lachte me beminnelijk toe en reageerde alsof dit een goede grap betrof.

We hebben ons in een hoekje op de enige acht stoelen genesteld.
Daar schreeuwden we in elkaars oren hoe aardig dit initiatief was, zo creatief en vooral dat door iedereen uit te nodigen weerstand werd geboden aan de huidig gangbare leeftijdselectie en uitsluiting.

Er waren ook nog prijzen te vergeven.
Hoe lief ook hier...een oudere, ik in dit geval, was één van de drie, bleek zelfs nummer één te zijn en als aselecte winnaar uit de digitale bus tevoorschijn te zijn gekomen. Als eerste mocht ik een keuze maken uit de ingepakte incognito cadeaus. Ik koos bescheiden voor het kleinste pakje, mijn moeder in gedachten die me ooit toevertrouwde dat in de kleinste pakjes meestal de dikste cadeaus zaten.
Dit keer ging dat echter niet op toen ik mijn prijs vergeleek met die van nummer twee en drie.
Ik mat me een houding aan, kijk zo bescheiden is de ouderdom, zo gul en gunnig.
Er is een foto van gemaakt.
Die zal nog worden opgestuurd en bij deze tekst geplaatst.
Ik ben benieuwd of ik mijn beteutering onder controle heb weten te houden.

Voor alles geldt, het gaat om het gebaar.
P.I.gebaarde: we horen erbij.
Inclusie ipv exclusie.

maandag 16 mei 2011

Hartfalen?




Wat er was, had ze gemaild.
Toch niks met het hart?

Van een gewoonte kan niet zo maar worden afgeweken.

Er was een simpele verklaring voor het feit dat ik vorige week geen blog publiceerde: we verbleven aan zee.
Op onze camping kan tegen een niet gering bedrag per uur een wifi-aansluiting worden gekocht. Maar deze neveninkomsten gun ik de eigenaar, de van Dammekes niet, te meer daar binnenkort op het bovenliggende eiland gratis internet wordt aangeboden.
De van Dammekes weten met hun dure campingwinkel de gasten al genoeg uit te melken.
Dus geen blog.
Mijn stil protest tegen toeristenuitbuiting.

Nu blijft het een vraag waarover ik geschreven zou hebben.
Welke invloed heeft licht en lucht op mijn schrijven?
Wat zou me ginds in Zeeuws Vlaanderen vorige week woensdag bezig hebben gehouden, daar, waar het leven voor mij versimpeld wordt?

Ik zoek in mijn fototoestel.
O ja, Zoë en Phiene hadden in het weekend bij ons gelogeerd en ik had desondanks het gras gemaaid. Ik was blijkbaar zo trots op het resultaat dat ik het vastlegde.
Maar wat zou ik dan hebben geschreven?
"Puzzelen en maaien op zonnige dagen?"
Welke algemene leer zou ik uit die trivialiteiten hebben getrokken?

Mogelijk had ik mijn verbazing geuit over de wending in de inhoudskeuze bij de literaire waardering van de Libris prijs.
Wederom ging de prijs naar een mooi schrijvende Belg.
Maar de thema's kunnen niet verder uiteen liggen.
Was het thema vorig jaar het micro gezinsleven van een vader-poëet, dit jaar heeft de laureaat het thema ontleend uit de horror berichtgeving: 'Man eet man.' Kannibaal verorbert op verzoek van een internettende hulpzoekende zijn lichaam in partjes op, beginnend bij diens penis.
Zo'n thema begint bij een goede internetverbinding.

Of had ik mijn mening gegeven over de moord op Bin Laden of een voorspelling gedaan voor de afloop van de eredivisie voetbal?
Ik zal het nooit weten en mijn trouwe lezer ook niet.

Maar iets aan mijn hart?
Nee dat had ik niet,

woensdag 4 mei 2011

Misdaad voor een boek


Grootgrutters doen er van alles aan om klanten binnen hun Supers te halen: bonuspunten, twee-halen-een betalen, niet meer dan drie klanten voor de kassa en natuurlijk de zegeltjes.
Naast de zegeltjes voor een gratis pakket, zegeltjes voor extra korting kon er bij de EMTÉ supermarkten onlangs worden gespaard voor 'De mysterieuze kinderboekenreeks'.
Ouders, maar ook wij, grootouders, sloegen meer boodschappen in dan nodig.
Een opa uit Oosterhout was zo gretig dat hij overging tot criminele actie. Hij kopieerde de zegeltjes - 'één zegeltje bij besteding van 15 euro, krant en rookwaren uitgesloten'- en werd subiet overgeleverd aan de plaatselijke Hermandad.

Als vader en onderwijzer heb ik met veel plezier aan kinderen verhaald. Bij voorkeur vertelde ik, waarbij de nonverbale reacties de richting van de vertelling stuurden.
Zo heb ik eind zeventiger begin tachtiger jaren avonden lang aan mijn kinderen de avonturen van Dikkie Dikzand verteld. Het begon als kleine dorpsavonturen, die steeds spannender en mysterieuzer werden.
In mijn klas las ik wel eens voor uit mijn spannende jeugdboeken en merkte al snel dat mijn Pim Pandoers, Arendsogen en Mariska's niet aansloegen en schakelde al gauw over op het vertellen van Tom Sawyer, Alleen op de wereld en Oliver Twist.

Wat levert de Mysterieuze Kinderboeken reeks van de EMTÉ op?
Laat ik beginnen met positieve zaken: de harde kaft.
De verhalen zijn een allegaartje van werk uit de laatste tien/vijftien jaren van gerenommeerde kinderboekenschrijvers.
De reeks van acht boekjes lijkt opgebouwd te zijn voor het jonge kind van zeven jaar tot twaalf, maar boekje 3, Sleutelgeheimen van Mirjam Oldenhave zou verderop in de reeks moeten worden geplaatst. Dit boekje is een van de spannendste en meest mysterieuze uit de reeks samen met Paul van Loon Gevaarlijke tijden voor katten. Boekje 7 van Bies van Ede Gebruik je hersens niet! zou beter passen in een reeks Bizarre verhalen. Bij de overige vraag ik me af wat er mysterieus aan is. Ze zijn aardig. Sprekend de koningin van Koos Meinderts (5) zelfs alleraardigst, maar mysterieus?
De reeks zou gewonnen hebben als de verzorging van de kaft ook binnenin zou zijn voortgezet. Een einde van het verhaal door te laten lopen tot op de binnenkant van de kaft (3) is een doodzonde tegen uitgeverij.
Alleen de illustraties van 1 zijn ingekleurd en verzorgd; drie boekjes(5, 7en 8) hebben geen illustraties.

Vraag die rest is of de criminele actie van de opa uit O. de moeite waard was.
Advies aan AH of Jumbo om daarover een verhaal te laten schrijven en uit te geven in de reeks Lachwekkende Verhalen.
Ik zou dat met alle plezier willen schrijven.

woensdag 27 april 2011

Levenslessen, enkel vragen




De paasdagen in Groede aan zee doorgebracht.
Rondom mij wordt voornamelijk duits gesproken.
Ik lees in de twee meegenomen boeken: Brouwers 'Bittere Bloemen'en A.L. Snijders 'Voordeel schutter'.
Het eerste over de gekwelde oude Hammer, ex-rechter, ex-politicus, ex-schrijver met een voor hem ontluisterende afloop van zijn opbloeiende liefde voor de jonge Pearlene. Hammer, de gevallen Nietzscheaan, die groots en meeslepend heeft geleefd, nog steeds authentiek en zelfbewust zijn 81-jarige leven vormgevend, verdwijnt uiteindelijk onder het dek van het zwebad op het door hem gehate schip 'Carta Mundi'.
Voor ik ga slapen lees ik als tegengif uit het andere boek, de oudere columns uit 1986 van de Constantijn Huygensprijs-winnaar, een anti-Nietzscheaan, leraar nederlands op een politie-academie. Hij heeft een hekel aan het heftige pathos, aan de wil tot macht; hij bemint het alledaagse, hecht aan het gewone leven van gezin en werk, observeert meer dan hij acteert, gelooft in toeval, neigt naar luiheid zelfs in het vormgeven van zijn eigen leven.

Levenskunstenaars.

Levenskunst door hoogleraar Joep Dohmen omschreven als het vormgeven van je persoonlijke en politieke vrijheid. Het is het zoeken naar het antwoord op de filosofische vraag: hoe moet ik leven?
Voor deze blogs laat ik me door die vraag leiden.
Hoe, moet, ik, leven?

Terug in onze droge paradijstuin verwelkomt een uitbundig bloeiende blauwe regen me, nodigen kip en asperge me uit om de vruchten te plukken, raak ik verstrikt tussen de groots en meeslependheid en het stille, gelaten genieten.
Wat heb ik geleerd?

Onze kleindochter belt, begeleid door haar vader, vanuit een ander paradijs aan het Maleisisch strand, kraait dat het er prachtig is.
"Kom jij hier met oma Riny?"
Ik leg uit dat niet zo eenvoudig is.
Te doen wat je (ook) wil.
(Vraag aan Hammer: wat wil je eigenlijk?)

Vraag mezelf af: moet ik anders dan zo leven?

woensdag 20 april 2011

Subliem geluk





We dachten een onomkeerbaar besluit te hebben genomen.
Overtuigd had ik op mijn blog van 6 april wereldkundig gemaakt: we bieden onze caravan aan. De lange koude winter hadden we gebruikt om tot een overwogen besluit te komen, een rationeel besluit, een besluit waar ons tegendraadse, onvoorspelbare brein niet tegenop zou kunnen.
Het zou goed zijn, ik zou een mooie advertentie op Marktplaats zetten. "Hierbij bieden we, na er jarenlang plezier van te hebben gehad, met enige weemoed onze prachtige, trouwe Eriba Moving aan."
Maar het had geen haast.
Met mijn argument 'iets verder in het voorjaar biedt betere verkoopmogelijkheden', verschenen de eerste scheurtjes in ons kloeke besluit. Afgelopen weekend donderde het besluit definitief in elkaar.
We hadden een schitterend verblijf aan zee.

Riny zoekt schelpen alsof ze voor het eerst langs de branding loopt, ik geniet van het uitzicht met het verstilde ritme van in gelid staande strandhuisjes, van de kalme werking van de kabbelende zee, van de langsvarende vrachtboten die zwaarbeladen de Westerschelde uitvaren, van de vroege lentezon die, duizendmalen gefotografeerd, traag de zee inzakt.

Aan zee kan ik bezitloos genieten, genieten van het me klein voelen, van het ervaren van het sublieme, waar Alain de Botton in 'De kunst van het reizen' een mooie beschouwing aan besteedt.
Ik blader het boekje nog eens door en lees wat ik ooit onderstreepte. O.a. "...dat we niet alles wat machtiger is dan onszelf per se als onaangenaam hoeven te ervaren. Wat onze wil tart kan woede en wrevel opwekken, maar ook ontzag en respect. Het hangt ervan af of er iets voornaams uitgaat van het obstakel dat ons trotseert of juist iets verachtelijks en onbeschaamds."
Ik zal deze gedachte toen vooral op de mens hebben toegepast.
Nu lees ik het aan zee, voel me leeg en tevreden.

Wat heet geluk?
Hoe beter we het hebben des te ontevredener we lijken te zijn, betoogde de socioloog-onderzoeker onlangs.
De buitenwereld heeft het altijd gedaan.
De regering, de ander, het weer.

Ik voel me hier echter zeer tevreden, heb weinig meer te verlangen.
Over leven met het bezwarende bezit van een sleurhut maak ik me ook al niet meer druk.
Zij biedt ons de mogelijkheid van dit genot.

'Hij keek en zag dat het goed was.'

Ben ik op het einde van mijn levensgang eindelijk, na vele omwegen, aanbeland bij de contente mens?

dinsdag 12 april 2011

Toffe Thijn





Thijn is ons jongste kleinkind, het tweede kleinkindjongetje.
Ik ben, geloof ik, meer een vrouwenman, maar bij kinderen zijn het de jongens waarmee ik het beste lezen en schrijven kan.

Tot voor kort stond bij Thijn het huilen nader dan het lachen als hij me zag.
Karlijn opperde dat het mogelijk aan mijn al te opdringerige aftershave kon liggen. Of mijn bril, of mijn donkere ogen of dito stem.
Ik probeerde alles anders zonder succes.

Donderdag jl hield het kinderdagverblijf een opa/oma dag.
We hadden ons ingeschreven voor de Krabbetjes, de groep van Zoë en Phiene.
Bij de rondleiding na het middagbroodje door het onlangs fraai verbouwde dagverblijf kwamen we terecht bij Thijns groep, de Dolfijntjes.
Toen hij me zag ging hij voluit, zoals te zien is op de laatste foto.
Zondag, enige dagen na ons bezoek, van hetzelfde laken een pak. Zie de tweede foto: volle smile, terwijl ik me net tevoren geschoren en besprenkeld had.
Ook met bril op gaf hij me zijn volle lach.
Op de bovenste foto is te zien: met mijn mond vol tanden sprakeloos gelukkig.

Bezuinigingstip





x
x
x

Toelichting bij de foto's van boven naar beneden.
1. Het achterse paadje van onze tuin. Rechts de muur, daarachter de 'Steenvaren'.
2. Het nieuwe pad-namenbord met op de achtergrond ons huis.
3. Inkijk in het tot voor kort naamloze pad.
4. Invalideopgang, ook gemakkelijk voor kinderwagen of kreupele viervoeter.

De gemeente Valkenswaard moet, zoals alle gemeentes flink bezuinigen.
Ze heeft haar burgers opgeroepen om met suggesties te komen.
Ik wil mijn gemeente graag terwille zijn en helpen om haar financieel barre winter door te komen.
Maar ik heb geen idee.
Tot vandaag...

Ineens stonden ze er.
Aan beide ingangen, danwel uitgangen van het pad: twee kloeke palen en daarboven als een vlaggetje, de naam tegen een maagdelijk blauwe achtergrond: 'Steenvaren'.
We wonen hier 25 jaar en hebben het pad altijd 'pad' genoemd.

Toen we ons huis in 1986 betrokken, hebben we ten behoeve van onze privacy, een muur om een deel van onze tuin gezet. Zesendertig meter daarvan, inmiddels met hedera overwoekerd, loopt langs het pad.
Aan de binnenzijde van onze ommuurde tuin lopen diverse paadjes. Een ervan loopt parallel aan het pad, aan de Steenvaren dus sinds heden.
Ik hoor vanachter de muur, me ophoudend op ons achterste paadje, een enkele keer mensen over het pad lopen. Hondenbezitters, die het pad veelal gebruiken als hondentoilet.

Tegelijk met de naampaaltjes is de toegankelijkheid voor rolstoelhouders vergroot door een met witte strepen omzoomde invalideopgang door de stoep aan te leggen. Zeker fraai en te loven!
Ik zie uit naar de eerste rolstoeler die, als stil protest, een spoor door een verse hondendrol in de Steenvaren trekt.

Via de Steenvaren bereik je vanuit de Gaspeldoorlaan de Koningsvaren.
Je kunt ook 70 meter verderop een tweede, nu nog naamloos pad nemen of de andere kant uit via de Hazelaar naar de Koningsvaren.
Waarom zou je naar de Koningsvaren gaan?
Wel, omdat er in de hoek waar de Hazelaar de Koningsvaren raakt een toegang is, die naar het sportpark en de bossen leidt.
En daar gaan vele hondenmensen naartoe, getuige de diverse hondenhopen op de stoep voor ons huis.
Meestal verwijder ik deze faeces; een enkele keer, zoals afgelopen week laat ik dat achterwege, schrijf ik bij de nog dampende brei met stoepkrijt pedagogische teksten.
Iemand heeft vandaag die teksten weggeveegd, maar de drollen laten liggen.
Zijn het de gemeentewerkers geweest, die geen andere tekst dulden dan 'Steenvaren'?

Ik pieker me intussen suf over de vraag waarom de gemeente zo'n achterafpaadje met naamborden opluistert.
Ik kan niets bedenken.
Is het om de bewoners van de in aanbouw zijnde zorgappartementen een oriëntatiepunt te geven? Lijkt me zinloos, want als je de borden ziet, zie je ook het complex.

Het enige zinvolle aan de nieuwe naamborden is dat ik nu een idee heb voor bezuinigingen.

woensdag 6 april 2011

Exit caravanning







Afgelopen weekend de caravan naar Groede, Zeeuws-Vlaanderen gereden met behulp van Thomas en daar geplaatst op plaats 9 R 15, waar hij tot 9 juli zal staan.
Met mooie dagen zullen we daar in dit voorseizoen verblijven.
Voor de laatste keren, want...
Want we hebben ons voorgenomen de caravan van de hand te doen.

In 2004 schaften we ons (weer) een caravan aan met het oog op het nakende pensioen. Wat zou het heerlijk zijn om in de toekomst door Europa te zwerven, eventueel vergezeld door een ander pensionada-stel.
Zeeën van tijd...
We zagen ons al in de winter zitten in de Algarve.

Die andere caravaner haakte af, kleinkinderen beperkten drastisch de reisduur en niet onbelangrijk, de aanlokkelijkheid van het vrije trekken liep flinke deuken op o.a. na een reis in 2006 naar de Côte d'Azur, toen ik na een tussenstop de caravan, slecht aangekoppeld, op het parkeerterrein achterliet. Toen had Riny genoeg van het romantisch trekken.
Het gebruik van de ons mobile home werd beperkt tot tweede huisje in Zeeuws Vlaanderen.

Zo dadelijk zal ik met de, op één na, bij deze blog gepubliceerde foto's onze Eriba Moving op Marktplaats aanbieden.
Exit caravan.
Zo'n daad markeert een lang campingleven. In mijn jeugdjaren bestond dat verblijf uit tentbewoning; met de komst van de kinderen gingen we over naar een Trigano vouwwagen, gevolgd door de overstap naar het hogere segment van caravanning: een caravan merk/type Lander 474.
Eind jaren '80 deden we die weer van de hand, de kinderen gingen immers niet meer mee op zo'n sleurhutvakantie, prefereerden vakanties met vrienden om zo te leren omgaan met de grote uitdagende wereld.
Later waren ze eventueel genegen om met medeneming van vriendin mee te gaan als er in een te huren huis een eigen kamer konden betrekken.

Een eigen gezin gesticht, schuiven ze nu bij opa en oma aan. Ze verblijven dan in een luxe sta caravan, zoals afgelopen weekend Thomas met gezin. Onze caravan dient als speelterrein voor de kleinkinderen terwijl wij borrelend tevreden terugblikken op gedane arbeid: de voor- en bijtent staan strak getuigd, zeewind bestendig.

Voor mijn a.s. 65 verjaardag heb ik een wens: met z'n allen op de camping, het restant nomaden gevoel nog eenmaal voeden.
Daarna zal het gedaan zijn.
Vakanties bestaan daarna in feite niet meer. Ja, we gaan bij tijd en wijle naar elders om het een en ander te bezichtigen, verblijven vol-hygiënisch, in stenen gebouwen en hotels, dokterspost in de buurt, onze pillendozen op de wastafels. Maar genieten van het vrije leven door met wc-rol onder de arm achteloos langs de eindeloze rij tenten te lopen met een air van 'wie maakt me wat' zal voorgoed voorbij zijn.

Maar och, we zijn bevrijd van een dilemma, waarom naar de camping als het in de Gaspel goed toeven is?

donderdag 31 maart 2011

J.C.

In een naam zit een opdracht.
Als je het weet, zie je het.
Zo is het ook met initialen.
J.C.
Julius Caesar, Jezus Christus en nu onze Johan.
Redders in opdracht.

Hun reddingen zijn relatief.
Hun ego's groot en graag gestreeld.

Er lopen altijd anderen achter de J.C.'s.
Hun dwepers heten discipelen en soldaten.

De eenzaam roepende criticus Peter R de V
- welke opdracht zit er in diens initialen? -
waarschuwt voor de chaos.

Accoord, laat ook deze J.C. zijn klusje klaren.

woensdag 30 maart 2011

Hout is goud.




Foto's van boven naar beneden:
1. 2 kuub eikenhout à 65 euro per kuub via Marktplaats. Opgehaald en gestapeld op 29 maart jl
2. 6 kuub elsenhout, dit voorjaar in Neerpelt, België, gerooid, gezaagd en gekloofd
3. Het onlangs gebouwde derde houthok annex speelgoedkast met ongeveer 2 kuub els en restant pallethout


In de tijd dat ik voor een korte tijd het bierdrinken verruild had voor wijnconsumptie beleefde ik immer een gevoel van rijkdom als de wijnrekken goed gevuld waren.
'Ik kan de tijd voorlopig met een gerust hart tegemoet treden', was de gedachte; een gevoel dat de hamsteraar overvalt, de eekhoorn, die zich voorbereid weet op de nakende winter.
'Laat maar komen, ik heb me voorbereid op wat komen gaat...'
Maar ook het knagende gevoel, ben ik een van alcohol afhankelijke drinkebroer?

De aardbeving en de daarop volgende tsunami in Japan veroorzaakte in kerncentrales Fukushima 1, 2, 3 en 4 ernstige problemen, die kernenergie weer eens pijnlijk tegen het stralingslicht houdt en de roep op alternatieve energie doet oplaaien.
Mijn sluimerend hamstergevoel is gauw gewekt. Hoe houd ik me in de toekomst warm als de energie schaars wordt?
Ik heb zonnepanelen en een windmolen overwogen, maar koos uiteindelijk voor fossiele brandstof.
Hout.
Hout is bovendien een gezellige energiebron.
Knetterend, lekkende vlammen en de rook via de schoorsteen afgevoerd naar de buurt.
Maar wie zich enigszins verdiept in houtvergaring komt alras tot de conclusie: 'Hout is goud'.
Schaars, gewild en dus duur.
Een goede vriend of buur doet wel eens een aanbod. Als je hun boom verwijderd - met stronk en al - mag je het hout meenemen. Bij den, spar of conifeer, weiger ik, na uitleg, beleefd.
Een eik of beuk wordt echter zelden aangeboden.
Op Marktplaats vind je onder de hoofdrubriek 'tuin en terras' bij 'openhaardhout' een enkele keer een adresje betaalbaar hardhout. Blijkt het goud in Noord-Oost Nederland te liggen.

Onlangs twee maal mazzel gehad.
Of ik een elsenbosje wilde helpen rooien? Een deel van het hout mocht ik op mijn aanhangwagentje gooien. Spaarde bovendien een bezoek naar de fitnesszaal uit.
En gisteren vond ik via-via een adresje voor eikenhout. Nee, ik ga niet prijsgeven waar. De echte hamsteraar houdt zijn bronnen voor zich, anders raakt zijn hamsteren en dus zijn toekomst in gevaar.
Zo heb ik gisteren tien kuub toekomst veiliggesteld.
Bij het stapelen van de laatste kruiwagen vracht overviel me een tweezijdig twijfelend gevoel: hamsterschuld, de anderen ontnomen overlevingsbron en de schrijnende vraag of ik die hoeveelheid allemaal zal zien branden?
Heb ik mijn komende jaren vrijgesteld?
Zo temper ik vaak mijn aanvankelijk eufoor gevoel.
Kan ik nou niet eens gewoon genieten van een vol wijnrek of een goed gevuld houthok?

Vandaag in de vroege ochtend de hokken bekeken en gefotografeerd.
Vandaag overheerst een gevoel van esthetiek: Hoe mooi gestapeld toch ligt daar mijn hout. Mijn hout, mijn goud.
En wie het straks koud heeft, is van harte welkom bij mijn ronkende kachel.

woensdag 23 maart 2011

micro-meso-macro





x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x

Over afgelopen dagen houd ik gevoelens over die zich bewegen van de een naar de andere pool op de dimensie van afschuw en ontroering.
Als ik mijn emoties overdenk en probeer te ordenen kan ik ze moeiteloos onderbrengen in ervaringen die ik respectievelijk opdeed in de cirkelgebieden die liggen van dichtbij tot veraf. En ook nu weer - zoals zo vaak - zijn de ervaringen opgedaan op het microterrein van gezin en familie de meest positieve, zelfs ons bezoek aan mijn zusje in Castricum, die na haar maagoperatie en zes weken hevige misselijkheid nu pas in staat was ons ontvangen.

Zaterdag kwamen 'de Drie', de kinderen van David en Karlijn, op bezoek.
Geconcentreerd vallen ze aan op het door 'gevormde' grootouders uitgestalde 'ontwikkelingsmateriaal', waardoor ik volop de gelegenheid heb om hen te fotograferen. Ze laten het gewillig over zich heen komen - dit hoort nu eenmaal bij hun opa - totdat Zoë weer eens in de geinmodus valt, die ik bij mijn veelal ingetogen oudste kleindochter de laatste tijd bij haar oproep.
"Zal ik eens mooi kijken?", om vervolgens een raar bekkie te trekken. Kirrend van plezier bekijkt ze even later op het display het resultaat. "Nog een keer..." Zo houd ik haar een poosje van de productie van een schilderij voor oma af.
Zo'n bezoek duurt altijd te kort.

's Avonds zie ik de afschuwelijke beelden uit Libië hoe daar een staatshoofd het volk vermoordt, verneem ik over de resolutie van de VN om hier wel in te grijpen, daar waar ze -ik heb zojuist de geschiedenis van Congo gelezen, aangrijpend opgetekend door David van Reybroeck - kort geleden, ondanks de toenmalige dringende oproep van haar secretaris-generaal Ban Ki-moon, de genocide tussen de Hutu's en de Tutsi's nagenoeg negeerde.
We zijn het gewend, gelaten nieuws op te nemen. Zo ver van onze invloedssfeer, koud laat het je niet, laat je machteloos achter terwijl teneinde de weerman meldt dat het mooier weer wordt.

Verward neem ik de vele VSB aanvragen door van studenten, die na hun studie nog verder willen studeren in het buitenland waarvoor de VSB bank subsidies beschikbaar stelt. (Vele malen te verkiezen boven het omzetten van de winst in een bonus voor bestuurders.)
Als 'onafhankelijk' voorzitter voer ik in commissie gesprekken en oordeel wie voor het beperkt aantal plaatsten in aanmerking komen. Een niet gemakkelijke klus, omdat ik het nagenoeg iedereen gun. Het zijn 'mooie' jonge mensen die we voor ons zien, vol idealen om elders opgedane kennis bij terugkomst in Nederland beschikbaar te stellen voor de maatschappij.
Dat is één van de grote VSB voorwaarde.
Kristy, die na haar studie fysiotherapie pain management in Londen wil gaan studeren en daarvoor haar stevige motivatie met glans toelicht bij onze kritische ondervraging. Als jonge pain-ervaringsdeskundige geef ik na het gesprek mijn mening.
Zo probeer ik zolang het duren mag op het meso-terrein - het gebied, dat iets verder dan mijn directe omgeving ligt - mijn kleine steentje bij te dragen, vind ik troost voor mijn afschuw van het grote.

Meso als scharnierpunt voor een pensionado tussen zijn micro en macrowereld.

woensdag 16 maart 2011

De Vleut






Direct na het bericht dat in het Noorden van Japan zich een aardbeving met een kracht van 8,9 met een daarop volgende tsunami had voorgedaan, belde Thomas of we met hem en de kinderen De Vleut wilden bezoeken.
Het is vrijdag, papa-dag.

De Vleut is een kleinschalige dierentuin annex speeltuin gelegen tussen Best en St.Oedenrode, die we vroeger met Thomas en David regelmatig bezochten.
Thomas neemt de kinderen vaak mee naar de plaatsen van zijn jeugd in de hoop dat die plekken weinig zijn veranderd in die tussenliggende dertig jaren.
Bij De Vleut hadden we geluk.
Alsof we in het verleden stapten.
De kooien, de speeltuin, de dierenweide, het lag erbij zoals toen.
Thomas herinnert zich kleine veranderingen, een kooi die verdwenen is, een paadje dat iets is verlegd.
Het valt me op dat Luca en Noa zich op eenzelfde wijze gedragen als onze jongens toen.
Het bezichtigen van dieren is een noodzakelijke voorwaarde om in de speeltuin terecht te komen.
Gelaten laten ze de educatieve inspanningen van hun vader over zich heen komen. Ook ik deed vroeger zo mijn best.
"Dit is een koningsgier en ginds staan kamelen..."
En toch is er een verschil met vroeger en toen. De jongste generatie is verwend met uitstapjes naar andere dierentuinen als het grote Artis. En kamelen ja...die komen voor in Afrika, waar ze vorig jaar waren...'daar heb je nog op gereden weet je nog Luca in Marrakech?'
"Marrakech", vraagt hij even later aan mij, "is dat in de buurt van Japan?"
Ik heb hem verteld over de aardbeving. Hij is immers hevig heïnteresseerd in grootse gebeurtenissen: vulkanen, dinosaurusen en tsunami's. Gezien op T.V. en 's avonds in bed nog eens opgezocht in de jeugdencyclopedie van zijn vader.
Het gaat hem om het grote, het immense, het geweld op zich.
Gevolgen tellen nog niet.

Dan is er de speeltuin.
Joelend vallen ze aan op het speeltuig, vader en oma in hun slipstream. Eten en drinken op de oude robuuste houten picknicktafel van weleer.

Er is een groot verschil met dertig jaar geleden.
Ik slenter achteraan.
Heb tijd en ruimte nodig om alles te verwerken.

woensdag 9 maart 2011

Baas in tijden van carnaval






Omdat papa Thomas nog steeds carnavalsbloed in zijn aderen heeft vloeien, logeert het gehele gezin in Valkenswaard, dat voor vijf dagen in Striepersgat is omgedoopt.
Een ouderwets lang weekend met Luca en Noa. Een mooie gelegenheid om weer eens enkele zaken door te nemen, zoals hun vaststelling dat niet ik, maar oma Riny de baas is, net zoals hun papa Thomas.
"En mama?", vraag ik.
"Die is lief!"
"En wat ben ik dan?"
"Jij bent poepie, poepiescheet".
Daar moet ik het voorlopig mee doen.

Toelichting op de foto's van het carnavalweekend van beneden naar boven:
- Femke in Heidi jurkje, Noa als flamencodanseres en Luca als brandweerman oefenen in generale op de Gaspel voor de leut op zondagochtend bij het prinsenbal, waar ze evenwel niet naartoe zijn gegaan vanwege het plotselinge bezoek van David, Karlijn, Zoë, Phiene en Thijn.
- Terwijl papa en mama op zaterdagavond carnaval vieren spelen Luca en Noa poppenkast voor twee aandachtige toeschouwers: opa en oma.
- "Nou gaan we samen Nijntje kijken", zegt Luca zondagochtend en ze duiken met z'n allen in ons bed vanwaar je goed zicht hebt op onze slaapkamervideo.
- Even later: "En nou gaan we buiten spelen, want het is mooi weer!" (Hoe vaak hebben ze dat uit de mond van hun vader en moeder gehoord?) David en Riny zitten al in de zon op het onlangs verbrede ochtendterrasje nabij de speelhoek.
- De zandbak en hun kinderhuisje wordt voor het eerst in 2011 opengemaakt. De meisjes bakken zandtaartjes, Luca sjouwt met stenen om een garage te bouwen. Intussen kijkt hij met een schuin oog naar zijn oudste nichtje of die ziet hoe sterk hij wel eigenlijk is.

woensdag 2 maart 2011

Competitie in de fitness zaal

De revalidatie-arts, één van de vele vertegenwoordigers van de (para-)medische stand die mijn lichaam sinds november volgen, had me aangeraden om twee maal wekelijks aan cardio-fitness te doen.
Mij aldaar heen voegend wachtte me een schema goed voor conditie en spieren. De daartoe ter beschikking staande apparatuur werd me bondig uitgelegd. Alle machines zijn voorzien van display waarvan de gewenste en gerealiseerde prestaties afleesbaar zijn.
Komende uit een groot gezin waardoor mijn competitiedrang gemiddeld hoger ligt dan normaal stimuleren cijfers me om steeds hogere prestaties te leveren. Ik lever zo een gevecht tegen mezelf, goed voor mijn internist en cardioloog, die zich tijdens consult geïnteresseerd tonen naar mijn niveau.
Sinds enkele weken betrap ik me erop met een schuin oog naar het display van mijn buurman cq -vrouw te loeren. Op hoeveel watt hebben ze afgesteld, op hoeveel callorieën, wat is hun P.I., de prestatie indicator gerelateerd aan leeftijd en gewicht?
Bij de spierapparatuur, waar je de te duwen, trekken, tillen massa instelt, kijk ik nauwgezet naar de afstelling van de man of vrouw voor me.
Nu is er vaak een en dezelfde jongedame, laat ik haar Ariadne noemen, voor me. Heeft zij eenzelfde kwaal en dus schema als ik?
Dan moet ik tot mijn schaamte bekennen dat ze veel verder is dan ik. Neem de arm-press. Die staat wanneer zij die verlaat op 55 kilo. Ik moet deze dan terug zetten naar een schamele 30. Meer lukt me niet om 15 maal achtereen voor mijn borst dicht te vouwen. Leg-press: zij 110 kilo, ik 80 en het tillen met de onderbenen: zij 50, ik 35.
Tot gisteren.
Ik stond net iets eerder bij het arm-masjien dan anders. Ariadne was nog aan haar laatste serie bezig. En wat zag ik toen ze klaar was?
Ze nam het pinnetje uit de 10 en plaatste die in het gaatje van de 55. Toen ze zag dat ik haar betrapte zei ze spottend "Nu jij..."
Zittend verplaatste ik het pinnetje naar de 30.
De draad van Ariadne was verbroken.
Haar sportief imago gekelderd.

Tot hoever kun je gaan?

woensdag 23 februari 2011

Verrijking

In de prachtige boekenreeks Privé-domein is onlangs als nummer 272 Maarten 't Harts 'Dienstreizen van een thuisblijver' verschenen, achttien korte verhalen, essays en beschouwingen van deze eigenzinnige kluizenaar uit Warmond.

Jaren geleden ben ik begonnen met het verzamelen van Privé-domein uitgaven.
Ook hier vormde de mening van mijn geleerde oudste broer Bert de basis.
In mijn vroege jeugd had hij me aangezet tot het verzamelen van postzegels, hetgeen we eerst in gezamenlijkheid deden, maar toen onze moeder daarin een toekomstig broederlijk Kaïn/Abel conflict beangstigde, stelde ze voor om de verzamling door één van ons voort te zetten.
Het lot zou bepalen door wie.
Ik was acht jaar en koos als eerste voor het getal zeven, een getal, dat mijn moeder altijd in gedachte had bij verloting. Mijn broer koos toen noodgedwongen voor acht, maar wist dat hij naar de verzameling kon fluiten. Vermoedde hij zoals ik deed opzet van onze moeder?
Bert heeft zich bij de afdracht royaal neergelegd en hield zodoende tijd over voor studie en maatschappelijk werk, zoals de Eindhovense Ziekenomroep en het plaatselijke Kindervakantiewerk.
Als broer, die alles van de wereld wist, liet ik me vaak door hem adviseren. Voor de hoofdakte werkstukken Beeldende Kunst en Nederlands was hij mijn bron: Kokoschka en het literaire tijdschrift Merlyn, beide met een hoge waardering afgesloten met een bijzondere aantekening voor originaliteit voor het gekozen thema.

Maarten 't Hart wil zoals bovenstaande alinea, graag uitweiden. Hij doet dat op een sympathieke en bescheiden wijze. Wars van uiterlijk vertoon. Het liefst zit hij thuis met een goed boek, klassieke muziek en zijn schrijfmachien. Reizen, literaire uitjes en prijzen zijn voor hem een gruwel. Hij schrijft humorvol en met een grote dosis relativeringsvermogen.
Een groot stilist is hij niet. Een enkele keer is hij in de verbeelding slordig.

Met genoegen schuif ik na lezing 'Dienstreizen van een thuisblijver' achteraan in de rij van mijn verzameling Privé-domein. Ooit begon de serie met dagboeken van al dan niet obscure schrijvers. Om het geheime karakter te accentueren moesten de pagina's van die eerste edities naar het Franse voorbeeld met een mesje worden opengesneden. Nu zijn het vooral de ego documenten van vermaarde auteurs.
Als nummer 100 in de reeks schreef 't Hart 'Het roer kan nog zesmaal om'. Onder nummer 236 publiceerde hij vervolgens in 2000 zijn tweede privé domein: 'Een deerne in lokkend pstuur'. Ik hoop dat hij zijn vierde privé domein ooit zal uitgeven. Dat hij daartoe alle vertrouwen heeft getuigt zijn laatste bijdrage uit Dienstreizen, 'Voorspel tot de laatste dienstreis', een heerlijk relativerende opstelling tot ons aller naderend einde met zijn geliefde Bach als troost.
Wat een herkenning was zijn ziekenhuisverblijf beschreven in 'Beenbreuk'! Wat een ideeën houd ik na lezing over voor verdere lezing en het luisteren naar klassieke muziek!
Zo moet kunst en vriendschap zijn: een verrijking voor het leven.

Maarten en Bert bedankt!

woensdag 16 februari 2011

Samen met de jongens




Vorige week met 'mijn jongens' Thomas en David naar de vriendschappelijke voetbalwedstrijd Nederland-Oostenrijk, die gespeeld werd in het PSV stadion, geweest.
Voor wie mij kent zal het verbazen dat ik vrijwillig tussen een massa van 25.000 enthousiastelingen ga zitten om te wachten op een goal of mooie actie. Ik laat de selectie van de aantrekkelijke momenten wekelijks in vol vertrouwen over aan de redactie van Studio Sport en bezie de t.v.beelden in alle rust vanuit mijn eenzame postitie op de bank, kopje koffie binnen handbereik.

Nu zat ik daar als ouderling, werd af en toe aangestoten door mijn jonge buurvrouw ter linkerzijde met de waarschuwing dat ie eraan kwam. De wave. Dan moest ik, zo begreep ik na een eerste passieve keer, op tijd gaan staan met de armen omhoog en uitgerekt "heeej" roepen.
Ik gedraag me in de massa al gauw als ieder ander. Mijn individualiteit parkeer ik voor de duur van het evenement zolang als het duurt in mijn achterzak. Stiekem denk ik dan bij mezelf, zittend tussen al die anderen, wat doe ik hier.
Maar ondanks latente massavlucht vind ik deze voetbalavond het memoreren waard.
Vandaar deze tekst.
Niet dat er iets verrassends gebeurde.
Het was het 'samen met de jongens iets doen', dat deze avond in de bak met prettige herinneringen wordt opgeborgen.

Zoals bekend vraagt Petrus bij de hemelpoort of, voor anderen, Charon tijdens de oversteek van de Styx, naar mooie herinneringen. Dit ter voorbereiding wat ons in het eeuwige hiernamaals te wachten staat: teren op de herinneringen.
Ik zal dan uit de rubriek 'samen met de jongens' uit vele anekdotes kunnen putten, voldoende om andere hiernamalers een deel van onze eeuwigheid te vermaken. Want zo gaat dat ginds. Herinneringen deel je daar. Eén herinnering vertellen, zeven aanhoren.
"Weet je dat we in 2006 naar Ierland vlogen om er te vissen golfen en jaja te drinken...? Aan golfen vond ik toen nog niets aan, aan vissen nog steeds niet, maar met mijn jongens..."
Het mooie in het hiernamaals dat je er niet kunt geeuwen noch gapen. Er wordt immers niet geslapen, dus slaapverwekkendheid is daar onmogelijk.
Na zeven keer luisteren, vertel ik over ons onvergetelijk lang weekend van 3 t/m 7 mei 2007 'Scooteren in Toscane'.
Er mogen en kunnen vragen worden gesteld.
Zo zal er de vraag komen wat we in 2011 behalve het kijken naar Nederland-Oostenrijk hebben ondernomen.

Ik zal dat zeggen dat ik daar na zeven andere verhalen over zal vertellen.

woensdag 9 februari 2011

Klassiekers

Hij kwam me tegemoet slenteren in de binnenstad.
Op zo'n vijf meter afstand, zag hij me.
Hoe ik het nu maakte.
Hij bedoelde, zo bleek, hoe ik mijn tijd doorkwam als gepensioneerde.
Ik realiseerde me dat dit onderwerp al een tijdje achter me lag.
Dus zei ik dat ik mijn tijd prima doorkwam.
En hij?
Het was allemaal anders gelopen dan hij zich had voorgesteld, zo bekende hij me.
Ik stelde voor om ergens koffie te drinken. Dit kon wel eens langer duren.

Voorbereid op echtscheiding, ziekte en/of postlabordepressie begon hij zoals vroeger omstandig te formuleren. Hij had zich tegen zijn pensioen met doelen gewapend.
Of ik dat kende.
Ja,ja en welke had hij gehad, toen hij de deur achter zich had getrokken?
Het waren vooral 'eindelijk' doelen geweest. Een zee van eigen tijd na lange tijd van schaarste eraan. Hij zou gaan reizen, lezen, verwaarloosde vriendschap leven inblazen.
Maar het komt er nauwelijks van.
Neem lezen.
Eindelijk zou hij de dikke werken, die iedereen kent maar niemand heeft gelezen, ter hand nemen. Hij had zijn stapel al jaren klaar liggen.

Nu gebeurde er iets merkwaardigs.
Ik zie dat pas achteraf.
Waarom vroeg ik niet door hoe het kwam dat hij niet aan zijn doelen toekwam?
Wist ik dat al?
Had ik het antwoord gezien in zijn slenterend voortbewegen?
Ik vroeg - al te gretig - uit welke werken zijn te lezen stapel bestond.

Langs mijn leesstoel heb ik een stapel die sneller groeit dan ik verwerken kan. De boekencadeaus, toevallige vondsten in antikwariaat of recyclingwinkel, aanraders via krant of vriend vinden er een plekkie. Wanneer de toegang tot mijn fauteuil erdoor wordt bemoeilijkt saneer ik.
Ik ben lezend een weinig kritische omnivoor.

Nee, hij had een al jaren uit dezelfde boeken bestaande stapel.
Bovenop, het meest bestoft, prijkte daar De Toverberg van Mann, gevolgd als nummer twee van Musil De man zonder eigenschappen. Nummer drie waren de delen van Op zoek naar de verloren tijd van Proust. Vier: het kloeke Oorlog en vrede van Tolstoi en tot slot Cervantes' Don Quichotte.
Of ik ze kende.
Een haastig en halfgelogen jaja, gelezen, jaren geleden weliswaar, moet ik toch nog eens herlezen. Ze zijn de moeite waard.
Tja, jij bent altijd een lezer geweest, concludeerde hij immer lichtgelovig. Ook vroeger toen je werkte. Waar haalde je de tijd vandaan?
Toen vervielen we in de goeie oude tijd waarin ik me een kei in het delegeren had getoond, vond hij, en ik zei zijn neus voor kansen te bewonderen.
En of hij die en die nog wel eens trof en welke roddels hij over Fontys wist te melden.
Zo liep ons treffen naar een nieuw moment van afscheid.
Dat we elkaar zeker nog eens moesten zien.
Maar eerst moest hij een van zijn klassieken hebben gelezen.

Thuis gekomen heb ik stiekem die toren klassiekers naast mijn stoel gebouwd.
Een volgende keer als ik hem tref kom ik niet zo gemakkelijk weg...

woensdag 2 februari 2011

volk

Waar volk op de been is, laaien de emoties op.
Voor de emoties van het volk zijn pleinen (en stadions) beschikbaar.
In Caïro staan mensen het Tahrirplein te bevolken.
Ze staan daar en roepen, roepen elkaar na.
Voordat ze weer individuen worden moet Mubarak weg, schreeuwen ze in koor.
Op borden staan volkswensen en haar wijsheden.
Maar niemand schrijft,'Jaag een hond weg en je krijgt een rekel terug'.

Ik heb moeite met het volk.
Voor revoluties zijn ze onontbeerlijk.
Maar ik heb inmiddels ook moeite met revoluties.

Ik ben voor democratie.
De wil van de meerderheid.

Ik ben voor beïnvloeding, maar gruw van manipulatie.
Als een babyboomer aan het volk denkt, ziet hij beelden van Duitsland 1938, maar ook Zuid Afrika 1985 en Oost Europa 1989.

De revolutie anno nu maakt gebruik van de mogelijkheden van het virtuele plein. Het blogt en twitters en sms-t elkaar naar plan en plein.

Gisteren maakte de 82 jarige despoot Mubarak via t.v. bekend dat hij heeft geluisterd en dat hij opstapt.
In september.
Het volk zet daarop de t.v. uit.
En roept verder.
'Onmiddellijk'
De onderhandelingen tussen plein en president gaan verder.

De onderdrukker is als een kruik, het volk is radicaal, gunt weinig potentaten een zelfgekozen einde of een natuurlijke dood.
Zolang de kruik te water is, blijft een sluimerende angst.
Weg betekent dan ook echt weg.

dinsdag 25 januari 2011

De Treurbuis

Bijkomstigheid van mijn ziekenhuisverblijf was een hernieuwde kennismaking met de treurbuis (Reve).

In het Catharien is op Zes-West per kamer één kijkraam en één afstandsbediening die in handen is van de langst liggende, meestal iemand met gehoors- en beoordelingstekorten. Zo keek en hoorde ik de avond voor mijn operatie noodgedwongen door een waas van valiumslierten naar Lingo en de Phaffs; ik deelde dit genoegen met twee anderen, wist weer waarom ik ooit definitief gevlucht was voor gezamenlijk kijkplezier.
Maar thuisgekomen probeer ik enige huislijkheid te ondergaan door na het avondeten onder het genot van een kopje koffie naar de buis te blieken. De afstandsbediening ligt democratisch onaangeroerd tussen Riny en mij in, wij kijken namelijk naar De Wereld Draait Door (DWDD). Daarna neemt zij de regie in handen en ik zak in mijn leesstoel weg.

Gisterenavond waarschuwde Riny me vooraf: DWDD zou verschuiven van informatie naar entertainment. En ja hoor het was meteen raak. Mathijs van N. 'interviewde' Kluun over zijn 'Haantjes' en liet de auteur tegenstrijdigheden bazelen over zijn waardering van literaire kritiek. Het draait allemaal om leuk en dat betekent dat het boek geslaagd is als er enkele keren gelachen zal worden. Mathijs reageert dat het dan al geslaagd is, want gelachen heeft ie. Maar hij wil meer scherpte in de uitspraak. 'Vooruit', geeft Kluun zich na dit uiterst kritisch verhoor gewonnen 'Een oplage als van Saskia van Noort: 300.000 exemplaren.'
Het gebabbel met Kluun was diepte-interview vergeleken met wat daarna volgde: Patty Brard met haar liedjesschrijver en promotor.
Het ex Love-rudiment gaat volle zalen bespringen met liedjes als 'chillen met de billen'. Lachen man...en meer dan 30.000 mensen in de zalen die meedeinen! In het gebotoxte van rode wijn dichtgemetselde gelaat van Brard staat de gemaakte lach stijf bevroren en stralen de gebleekte tanden uit de valse Medusa mond.
"Ha, ha" pareert ze de poging tot verdieping van tafelvrouwe De Breij, "Jij bent geen ex Love, geen Brard,liefje", krauwt ze veneinig.
De songwriter is nog erger en springt schaamteloos achter de micro en geeft de hete hollandse hit ten gehore.
Chillen met die billen.

Het is 25 jaar geleden dat Neil Postman: 'Wij amuseren ons kapot', over de geestdodende werking van de beeldbuis uitbracht. Daarin betoogt hij dat de cultuur op twee manieren ten gronde kan worden gericht: Orwelliaans-onderdrukkend of Huxleyaans met een glimlach. In die laatste strategie ziet hij de toekomstige dreiging voor het vrije westen: "Als een bevolking wordt afgeleid met onbenulligheden, als het culturele leven verwordt tot een mallemolen van vermakelijkheden, als serieuze openbare gedachtenwisseling een soort kleuterpraat wordt, als de burger een toeschouwer wordt en publieke aangelegenheden een soort variété-nummers worden, dan is het land in gevaar en de cultuur op sterven na dood."
(pag.153)

Ik lees verder in 'Het complot tegen Amerika' van Philip Roth.
Wat zou er gebeurd zijn met zijn joodse familie als de antisemitische nationalist, Charles A. Lindbergh de presidentverkiezingen in 1940 gewonnen had van Franklin Roosevelt en het op een accoordje had gegooid met Hitler?
Ik heb echter nog last van de nachtmerrie Brard en vraag me af:
Wat had het ongetwijfeld uit het nationalisme voortetterende Orwelliaans scenario opgeleverd voor de cultuur?
Amerika of China, Disney of Paternalisme.
Is dat de kwestie?

woensdag 19 januari 2011

rustig aan!




x
x
x
x
x
x

Nu de sneeuw gesmolten is, de vorst uit de grond en de bypasses goed gehecht, lonken de buitenwerkzaamheden. Zoals in elk vroeg voorjaar moet er van alles worden gedaan zoals de compost omgelegd en de houthokken gevuld.
Boven de Gaspeltuin klinkt het bezig geschreeuw van bouwvakkers, die na enige weken vorstverlet weer aan het werk kunnen aan de ouderenflats, die schuin tegenover ons verrijzen. Over een tijdje hoeven we slechts over te steken.

De compost in bak 5 is na meer dan drie jaar arbeid van pieren, pissebedden, oorwormen en ander mestverwerkers mooi verkruimeld en rijp om over het gazon te worden uitgestrooid. Daarna volgt het zware werk van het verzetten, het omleggen van de inhoud van bak 4 naar 5, 3 naar 4, 2 naar 3 en 1 naar 2.
Ik ben gespitst op ademnood of hartklopping, maar krijg vanuit mijn borst geen enkel alarmsignaal.
Riny wil af en toe de rem erop en vraagt me herhaaldelijk binnen voor de thee.

In Neerpelt, even over de grens moet een bos worden uitgedund. Of ik nog hout gebruiken kan, vraagt houtvester Huib via mijn mobiel. Ik jubel, want hout is goud. Ik zeg er meteen aan te komen om een handje bij te steken.
Of ik dat al mag vraagt hij bezorgd.
Een klein half uurtje later vallen elzen en wilgen kreunend en krakend op de modderig drassige bosgrond.
In mijn vorige leven moet ik dit werk veelvuldig en met veel plezier hebben gedaan. Ik ben een gereïncarneerde houthakker. Mijn hart jubelt in herinnering als er weer een knaap ter aarde knalt.
Met de buit de aanhangwagen volgeladen rij ik achterwaarts de oprit op. Bij het afladen word ik meermaals door buurtbewoners aangesproken. Of ik dat alweer kan en dat ik toch maar rustig aan moet doen, want ze kennen iemand die...
De zorgzaamheid lekt onder onze voordeur naar de straat en breidt zich als een olievek door onze wijk.
Zelfs van bovenaf de ouderenflats in aanbouw hoor ik iemand - hoewel niet aan mij geadresseerd - 'rustig aan!' roepen.

woensdag 12 januari 2011

Anke


Het is donderdagochtend half acht, 13 januari.

Mijn 'zusje' - inmiddels de vijftig gepasseerd, maar toch...mijn zusje - wordt op dit moment geopereerd in het AMC.
Vanwege maagkanker wordt haar maag weggehaald, een zware operatie.

Natuurlijk herinnert het me aan 4 november jl, vooral om te bevatten wat zij moet doormaken (en nog enkele graden erger).
Haar drie dochters hebben ons gevraagd om een kaarsje op te stekken.
Dat zal ik dadelijk doen.
Maar mijn kaarslicht, mijn bede opdat alles goed zal gaan, zal hoofdzakelijk dit bericht zijn dat ik de ruimte instuur. Een ruimte waar alle goddelijke energie verkeert.
Aan die energie zend ik dit bericht.
Zie hoezeer ik van haar houd.

Ze is vier jaar als ik haar op de Vespa scooter van mijn vader til en 'onze vader' vraag een foto te maken. Die foto heb ik lang op zak gedragen om op te scheppen tegen mijn vrienden. Behalve een schare broers was in ons gezin ook een ster in ons midden. De eerlijkheid gebied om te zeggen dat ik vond dat ik er zelf ook mooi opstond, zo anders dan mijn norse ik. En verder ook om op te scheppen over mijn stoere vader die op een echte scooter rondreed.

Die Anke dus, scootermuis Anke.
Tijdens mijn ziekenverblijf schreef ze me op een opbeurkaartje, dat haar grote wens is dat we in de zomer, schuifelend als twee oude mensjes, in onze tuin zouden wandelen.
Nu, een paar maanden verder voel ik me topfit, neem me voor, om na die tuinwandeling haar te vragen op mijn Vespa te gaan zitten. En dan gaan we rijden en zwaaien we naar de mensen en roepen dat we er weer bij zijn.

Aan Riny zal ik vragen een foto van ons te maken.
Ik zal zo stralend kijken als ik me dan voel.

woensdag 5 januari 2011

Mijn boeken 2010

Ik evalueer mijn doelen van 2010.
Jaja, ik stel jaarlijks doelen, behoor niet tot het modieuze zelfvoldane legioen, dat zegt geen doelen noch voornemens - behoudens het 'geen voornemens' - te hebben.

Bovenaan op mijn jaarlijks doelenlijstje staat het aantal boeken dat ik zal gaan lezen. Dat zijn er al jaren 100 in getal.
Afgelopen jaren telde ik voor het eerst daar stripboeken bij, vier strips voor één nummer. Hierbij moet worden aangetekend dat het altijd om geselecteerde, dus in mijn ogen om de betere strip gaat. Dat geldt eigenlijk voor alle boeken die ik lees. Het zijn de boeken die ik wil lezen omdat ze me op een of andere manier geadviseerd zijn.
Van elk gelezen boek maak ik in mijn boeken-boekje een korte weergave van mijn waardering, resulterend in een punt op een tien puntsschaal.
Ik evalueer mijn boekenlijstje van 2010, onderscheid hierbij verschillende rubrieken: de beste romans, beste nederlandse romans, beste non/fictie, beste detectives, beste strips, slechtste boeken en als laatste een nieuwe rubriek, de meest verontrustende boeken, boeken, niet eerder genoemd, maar die me op een of andere manier bezig houden. Die laatste rubriek kan worden gezien als een correctie of kritiek op de voorgaande indeling.

Beste romans:Ron Rash, Serena; Aifric Cambell, De logica van het moorden; Philip Roth, Nemesis. (Deze romans zijn alle met een 9 gewaardeerd, een cijfer dat geen enkele nederlandse roman verwierf) Eén van deze zou uit deze top 3 afgevallen zijn als ik Jonathan Frantzen, Vrijheid vóór 1-1 had uitgelezen.
Beste Nederlandse romans: Bernard Dewulff, Kleine dagen (Koos Posthuma in de Plus vindt deze Librisprijs winnaar overgewaardeerd, hij noemt Franka Treur, Dorsvloer vol confetti een veel beter werk. Hoewel we beiden als onderwijzer zijn opgeleid ben ik het niet met hem eens. We hebben in Siebelink en 't Hart al meer dan voldoende gereformeerd geheugen)
Vervolgens kies ik Annejet van der Zijl, Sonny Boy (een boek uit 2004, nooit eerder gelezen, waarom? Tussen fictie en non-fictie - factie -, een ontroerende geschiedenis tegen het décor van kolonialisme/racisme en de tweede W.O.) en Tommy Wieringa, Caesarion. (controversieel boek, zowel verguisd als edel kitsch - Ari Storm, Parool als gelauwerd)
Non-fictie.
Afgelopen jaar Sebastian Haffner ontdekt. Het is moeilijk kiezen uit zijn journalistiek-historische oeuvre. Uiteindelijk kies ik voor De Duitse revolutie 1918-1919, de nasleep van de 1-e wereldoorlog. Dit werk boeide me het meest. Hierbij speelt zeker mee dat zijn invalshoek, de bedenkelijke rol van de sociaal-democraten m.n. van Ebert nieuw voor me was.
Ook moet in deze rubriek Live van Keith Richards worden genoemd. Deze vermakelijke autobiografie maakte me duidelijk dat van alle kunstvormen de muziek verreweg de beste doorkijk in de hedendaagse geschiedenis geeft.
Detectives.
Henning Mankell, De gekwelde man en Philip Kerr, Als de doden niet herrijzen. Deze selectie kwam tot stand uit een aanzienlijk aantal gelezen detectives voornamelijk voorgeselecteerd door de 31ste Detective & Thrillergids van Vrij Nederland.
Strips.
De vier delen van Reve's De Avonden, getekend door Dick Matena. Ik (her-)ontdekte Tardi en kies - met moeite - uit zijn diverse albums De grote slachting 1914-1918. Twee filosofie strips wil ik hier niet onvermeld laten: Logicomix van Doxiadis e.a. en Het prachtig getekende Nietzsche van Onfray/LeRoy.
Het slechtste boek
Een bijzondere rubriek. Ik hoef geen slecht boek te lezen, ik ben geen recensent. Als me een boek wordt aangeraden dat me na enkele bladzijden niet bevalt, dan kieper ik het weg. De twee hier genoemde boeken las ik echter geheel uit omdat ik diegenen, die ze me aanraadden had beloofd mijn mening te geven. Waardeloos vond ik Indridason, Het Koningsboek (terwijl hij ook het mooie Onderstroom schreef!), een Ijslandse bijdrage op de stroom van de occulte zoek crimi's. Nog waardelozer was Simone van der Vlugts Schaduwzuster. Een 4! Het was een vrouw die me dit adviseerde, nadat ik lyrisch tekeer was gegaan over de beste Wallander, De gekwelde man. Mijn zwakke man tegen haar sterke vrouw.
Meest verontrustend.
Tja...Waarom blijft een boek hangen? Waarom raakt Houllebecq me, waarom verontrust Grunberg me soms, zoals het wereldbeeld dat spreekt uit De asielzoeker. (Huid en haar vond ik 'slechts' vermakelijk. Hier speelt zeker het moment van lezen mee, mijn ontvankelijkheid!)
Twee boeken dit jaar: Elvis Peeters, Wij. Is dit (ook) onze jeugd?
En tenslotte een zwak boek van een goed schrijver: Wachtwoord van Charles den Tex. Glijdt hij zoals zovele succesauteurs na zijn magistrale De macht van mijnheer Miller en het mindere Cel af naar ongeloofwaardig broddelwerk? Is dat de prijs van succes? ('Succes is een vijand!' Grunberg in de oudejaarsVolkskrant over de grote drie, Hermans/Reve/Mulisch, die nu alle definitief niet meer zullen schrijven)
Verontrustend!!

dinsdag 28 december 2010

Kerst in Oisterwijk





"Zullen we dit jaar Kerst bij ons vieren?", had Thomas gevraagd en wij hadden maar al te graag ingestemd. De jaarlijkse traditie om met de gehele familie, die sinds de geboorte van Thijn elf personen telt, Kerst te vieren vraagt, zo weten we uit ervaring, het nodige aan voorbereiding, zorg en nazorg. Kerst vieren houdt een diner in voorafgegaan van het openen van de cadeaus onder de kerstboom. Daarvoor is allereerst voldoende fysieke ruimte vereist en die is op de Wolvensteeg voorhanden. Het vraagt ook de nodige energie. Die is eerder teveel dan te weinig in dat jonge gezin aanwezig, zich uitend in een meer dan genoeg van alles.

Van de kleinkinderen wordt in de eerste ronde, het uitpakken van de cadeaus veel gevraagd. In een razend tempo worden de pakjes van het papier ontdaan. Iedere ontvanger wordt meegeholpen. Het scheuren van papier geeft hen veel voldoening. Ze vragen de ontvanger of die de ontblote gift mooi vindt en rennen alweer naar de boom. Luca herkent de letters en dirigeert het kluitje kroost terug naar het juiste adres. Eén regel is hem van vorig jaar bijgebleven: afwisselen, niet eerst alle pakjes voor hemzelf eruit vissen.
Ieder oogt tevreden met de oogst. De twee oudste meisjes hebben elk een kapkop gekregen, maar men vindt levend materiaal - de kop van opa in dit geval - interessanter om het kappersgereedschap op los te laten.

Als de schemer invalt gaan Thomas en David naar buiten om de vuurkorf aan te steken en Karlijn en Femke buigen zich over de voorbereiding van het eerste gerecht.


Weer langer dan het jaar tevoren blijven de kleinkinderen aan de feestdis. Na het ijssorbet zakken ze voldaan in de voorkamer in de kussens en kijken gezamenlijk naar een video van Buurman en Buurman, terwijl achter aan de feesttafel de verschillende wijnen nog eens door ons aan een kritische keuring worden onderworpen. Riny brengt mijn recentelijk extern geweten aan de orde door de vraag op te werpen hoe mijn diëtiste deze calorieënbom beoordelen zal. Nog voordat ik antwoorden kan dat het maar één keer Kerst is wordt mijn glas gevuld en vergeet ik mijn reactie, vergeet ik zelfs te denken op het aangelegde spoor, even los van zorg voor lijf en leden.

Als eerste tekenen van de afsluiting is daar het vertrek van David, Karlijn en kinderen, kort daarop gevolgd door het naar-bedritueel van de kinderen des huizes.
Met resterende energie verleidt Thomas ons daarna om zijn gekregen Brabantse spel 'Witte g'eit?" te spelen, wat mij onder andere tot grote creatieve hoogte noodt om Franz Bauer woordeloos zo te verbeelden dat de anderen het raden.
Wie had gedacht dat ik ooit in zo'n situatie terecht zou komen?

We zullen het uitklapbare logeerbed in gaan wijden.
De volgende ochtend in alle vroegte ligt Luca tussen ons in en als ik mijn ogen open zijn zijn eerste woorden: "Wat hebben we toch een fijn huis, hè."
Voordat ik dat kan beamen roept mijn zoon van beneden, dat hij opa en oma moet laten uitslapen. Dat hij tot drie zal tellen om hem beneden te zien.
Wij draaien ons maar weer eens om, we moeten straks fit zijn voor een stevige kerstwandeling door de sneeuw.

Van zo'n feest durfde ik anderhalve maand niet te dromen. Ik wilde wel. Maar alles deed toen voor klein geluk te zeer.

woensdag 22 december 2010

Mijn Femkes




Wat ik dacht dat me bewoog:

Femke stopt ermee.
Femke Halsema houdt het na 12 jaar leiderschap van Groen Links voor gezien.
Ze is toe aan een andere uitdaging.
In al die jaren heb ik mijn stem nooit aan haar gegeven.
In al die jaren was ze steeds voor mij de nummer twee.
Nu kan ik haar nooit meer mijn stem geven.
Was het vanwege politieke standpunten, dat ik haar niet koos of speelde er andere motieven een rol?
Ik stem links.
Voorheen stond rechts voor vrijheid en links voor solidariteit. Solidariteit woog zwaarder en daarvoor moest het een en ander veranderen. Links stond dan ook voor progressief.
Femke, Job, Erik en ik zaten op een lijn.
Maar in de laatste column van Sjoerd de Jong in FM: "De laatste kraker" haalt hij de rechtsfilosoof Kinneging aan, die beweert dat de begrippenparen links/rechts, pogressief/conservatief achterhaald zijn. De scheidslijn ligt eerder tussen pessimistisch en optimistisch. Pessimisten zijn de ouderwets linksen: geen vertrouwen in het individu en telkens aankloppen bij de staat.
De maakbaarheidsdenkers zijn dus pessimisten geworden.
Ik ben geen pessimist, maar Femke? Femke bewoog de laatste tijd steeds verder naar het midden, naar het vrijheidsideaal.
Die basishouding kan niet de reden zijn geweest van het onthouden van mijn stem aan haar.
Is de verborgen reden omdat ik nog niet klaar ben met het idee van een vrouwelijk leider?
Mijn generatie heeft in haar opleiding een onnatuurlijke omgang met vrouwen gekend. Van lagere school tot aan de kweekschool zaten er enkel mannen om me heen. Vrouwen waren andere wezens die ik pas op de dansschool ontmoette.

Raken deze overwegingen me nu echt?
Ik moet me met het afscheid van Femke H. door stroop heen schrijven.

Hoe anders ligt dat bij mijn nieuwe Femkes.
Mijn kleindochters, ze zijn verbaasd dat als ik zeg sneeuw niet leuk te vinden. Om hun teleurstelling niet nog groter te maken geef ik als verklaring dat ik bang ben om uit te glijden en wijs theatraal naar mijn borst.
Ze zullen geen sneeuwballen naar me gooien, wordt me verzekerd. Of ik kom kijken naar hun nieuwe slee.

Daarover schrijven valt me (voorlopig) heel wat makkelijker, maar is dat niet voor een blog te klein geluk? Hoe kan ik mijn omgang met die jonge Femke's verbreden, omzetten tot een eeuwige kwestie?
Mijn denken aan mijn Femkes ontstijgt mijn persoonlijke en gekoesterde herinnering aan afgelopen weekend.

Last van een selectief writersblock is de voorlopige diagnose.