woensdag 29 augustus 2012

Wie te vragen bij tomatenpluk?



De tomaten doen het goed.

Ik belde Emile.
Of ie in de Gaspeltuin mee wilde helpen plukken.
Als verkiezingsstunt.
Motto, roder hebben we ze niet.

Met Emile wil ik best plukken, niet met Geert.
Die vertrouw ik voor geen cent.
Geeft zonder dat ik het in de gaten heb mijn tomaten alleen aan Henk en Ingrid.
En kankert achter mijn rug over mijn Brussels lof.
Mark geeft juist niks weg, helpt ook niet, vindt dat iedereen zijn eigen tomaat moet plukken.
Hij bevordert zo de zelfredzaamheid van de tuinier, zegt ie.

Waarom zeuren Jolande en Marianne zo over die ene keer dat ik tegen diophtera heb gespoten?
Ze helpen, stellen ze, alleen de onbespoten tuinman.
Zij dienen groen of dier.
Nou, dan maar geen gemengde pluk.

Arie en Sybrand willen god danken alvorens aan het werk te gaan.
Vind ik hypocriet.
Hadden ze vorig jaar ook god gedankt toen het bagger met de tomaten was?

Ik overweeg als Emile bedankt of ik Diederik of Alexander zal benaderen. De laatste lijkt me niet echt een volkstuinier, vraagt direct om een geavanceerd technologisch plukapparaat.

Emile aan de telefoon.
Hij komt niet.
Hij heeft vernomen dat ik een bloedhekel aan communisten heb.*

Diederik dan maar, de kale kleinzoon van den Uyl?
Lijkt me meer een regelneefje, eentje die begint met een werkschema.
Zal hem het motto voorstellen: wij maken er soep van.

Ik draai me nog maar eens om.
De krant is nog niet binnen.
Mijn enige doel voor vandaag is het rooien van tomaten.

* Niet vanwege de idee, maar vanwege het despotisme, waarin de wereldverbeteraars - ook democratisch verkozen - vluchten. Lees Singer, Darwin voor Links: Bakoenin, die in Statism and Anarchy (1873) hiervoor waarschuwde én gelijk kreeg.

zaterdag 25 augustus 2012

Museumjaarkaart




Afgelopen week in het huis van mijn zus in Castricum vertoefd die voor de vitamine V met haar man naar Piemonte was getogen, waar ze al gauw in de gloeiende hitte weer verlangde naar de koelte van een noordzeebriesje.
Hun schitterende koele huis in Castricum met de intieme binnenplaats(zie foto 1) hoef je niet te verlaten om te ontspannen, maar ver van huis wil je de gelegenheid aangrijpen om wat de omgeving biedt te verkennen.

We zouden onze museumjaarkaart gaan aktiveren.
Dus op naar Bergen naar museum Kranenburgh.
Bordje op de gesloten poort: Het gehele jaar gesloten wegens verbouwing.
Volgende dag naar Amsterdam. Zie foto 2, Riny op het Museumplein waar de Uitmarkt wordt opgebouwd voor het weekend.
Dan zijn we echter alweer thuis.
Het Stedelijk museum: dicht wegens verbouwing.
23 September weer open, maar dan zijn we al lang weer thuis.
Het Rijksmuseum. Al jaren gesloten wegens..., juist verbouwing.
Een klein vleugeltje, het Philipsvleugeltje is opengesteld,. Daar kan o.a. de Nachtwacht in zijn nieuwe zaal worden bekeken.

Vandaag naar Nuenen voor de jaarlijkse bijeenkomst met-de-mannen van Riny's tuinclub. Bezoek aan Vincentre, het plaatselijk museum.
Over van Goghs periode in dat dorp.
Geen schilderij van hem te zien.
Veel zoals dat blijkbaar hoort interactief educatief materiaal(zie foto 3).

Eindelijk, een opengesteld museum.
Museumjaarkaart niet geldig.

donderdag 16 augustus 2012

De school is begonnen






Wij grootouders beleven het opgroeien van kinderen voor een tweede keer. Nu met gerijpte blik en minder zorgen.
'Weer naar school' betekende voorheen dat ook wij, beiden werkzaam in het onderwijs, weer aan een nieuw schooljaar begonnen. Na een vakantie intensief met elkaar optrekken, waarbij de balans van vorderingen ten opzichte van vorige vakantie was opgemaakt, ving het gewone leven in een vast ritme weer aan. Je stuurde de kinderen alleen op pad, de wijde wereld in, op weg naar de volgende fase in hun leven.
'Weer naar school' was een schok in de relatie met de kinderen, een volgende fase van loslaten.
'Weer naar school' betekent nu voor ons, dat de weekeinden weer belangrijk worden voor de ontmoetingen.

Van de afgelopen zes weken houd ik talloze foto's en herinneringen over van logeerpartijen en andere ontmoetingsmomenten. Ik kijk de fotomapjes nog eens door en beleef nogmaals de laatste tijd. Thomas en Femke en kids die drie weken met onze, sorry hun, Eriba door Italië en Frankrijk zwierven, David en Karlijn, die met hun kroost aan de Nederlandse kust verbleven, waar we enkele dagen te gast waren.

Voor deze blog selecteer ik vijf plaatjes, monumentjes voor zomer 2012:
1. Eind juli. De caravanners zijn - heelhuids, maar die koppelingsplaten...- thuis. Wandelen langs de prachtige vennen in Oisterwijk.
2 en 3. En tijdens ons bezoek toont Luca zijn losse tand. Een spannend moment! Op het einde van de dag is het zover. Tand eruit...Op weg naar een grote-mensen-gebit.
4. Thijn, onze jongste lijkt niet te kunnen wachten op een gefaseerde verkenning van de wereld. Van zijn zusjes leert hij de toekomst, die hij als een komeet tegemoet schiet. Hier badmintont hij in onze tuin met Phiene. (Eens opzoeken wanneer het racketspel volgens ontwikkelingspsychologen doorgaans begint).
5. Een logeerpartij is niet af als er geen ijsco wordt gegeten. Met oma Riny eerst lang in de diepvries gluren, je keuze maken en dan...Zoë en Phiene genieten van het zoete. Jij ook een likje opa...? Nee lieverd. Over mijn diabetes 2 houd ik mijn mond. Ze hoeven nog niet alles te weten.



donderdag 9 augustus 2012

Sportbraak

Het verzadigingspunt is bijna bereikt, ik ben klaar met tv-sport. Na dagenlang door Franrijk koersen, verdoe ik nu mijn tijd voor de buis om maar niets te missen van de O.S.
Geen sport is me te mal, van kruisboogschieten tot plankzeilen en dat niet alleen omdat 'onze jongens' daarin goed zijn, ik zie even lief chineesjes op de mat of met een pingpongballetje.
En dan daarbij en -na het beschouwen zien en horen.
Zo vaak Mart Smeets in mijn huiskamer, daar moet je toch genoeg van krijgen...

Ik kom tot niets.
De tuin ligt er onverzorgd bij, de beesten raken verwaarloosd, de telefoon laat ik rinkelen.
Het ergste is dat ik nergens anders aandacht voor heb dan voor sport.
In de Volkskrant sla ik Syrië over, lees vluchtig hoe Frank Kalshoven, directeur van De Argumentenfabriek het stoppen van medicijnverstekking aan Pompepatiënten recht argumenteert.

Terzijde, niet lezen als er sporten op de t.v. is.
Frank K. rafelt de kwestie in vier te beoordelen criteria uiteen: noodzaak, effectiviteit, kosteneffectiviteit en uitvoerbaarheid. Zo doe je dat als je bij een argumentenfabriek werkt. De crux zit natuurlijk bij criterium 2 en eigenlijk bij 3: de kosteneffectiviteit. Aan de kwesties wat het betekent dat dit een criterium is voor de beoordeling van zorg en wat dat betekent voor de humaniteit en solidariteit, wordt voorbij gegaan, evenals aan de marktwerking van de gezondheidszorg.
F.K 's artikel is desondanks beter te pruimen dan de jubelkreet van Marcel van Dam enige dagen daarvoor in dezelfde krant, dat nu eindelijk de waarde van een mens in cijfers kan worden uitgedrukt
.

Ik spel de dagelijkse sportkatern, zie Epke in de meest rare houdingen boven de rekstok hangen, lees de statistieken, de records, de diskwalificaties en het terugdraaien ervan. Ik lees de commentaren op de commentaren, grinnik bij het smeetsbashen...ja inderdaad wat een zelfingenomen eikel...vanavond weer kijken...

Waarover anders bloggen dan over sport op t.v.?
Over dat die onderhand mijn neus uitkomt.
Geef het volk brood en spelen en smeets en ze houden zich koest.
Binnenkort atletiek in Aleppo.

woensdag 1 augustus 2012

Kosten en baten

Tussen Syrië en de Olympische Spelen vult het nieuws zich met de zorgen van de homo economicus.
Nu de bomen niet meer tot de hemel groeien, de graaiers worden gekort, doemt de vraag op hoe de baten omhoog kunnen en de lasten omlaag.
Terwijl de overheden minderen, raakt de burger in een spagaat, hij wordt aangespoord om toch te blijven consumeren en tevens af te lossen en te sparen.

Kosten en baten worden tegen het licht gehouden.

Wilders was vorig jaar begonnen en had de vraag opgeworpen wat een asielzoeker kost. Elke euro zou er een teveel zijn, de baten van hen zijn wat de PVV betreft nihil.

Nu heeft het CVZ (College van Zorgverzekeringen) voorgesteld om de kosten van medicijnverstrekking aan Pompe- en Fabrypatiënten niet meer te vergoeden, want te duur resp. 400 tot 700 honderd duizend resp. 200 duizend euro per jaar.
En welke baten zouden daar tegenover staan?

Internationaal heeft de homo economicus een slim systeem bedacht om te berekenen hoeveel een therapie waard is: het qaly system (quality adjusted life years).
De Raad voor Volksgezondheid stelde in 2006 vast dat een therapie niet meer dan 80 duizend euro per qaly mag kosten. De behandeling van Fabry kost 3,3 miljoen euro en Pompe 15 miljoen.
Duidelijk dus.

Hoeveel kost de oorlog in Syrië?
En de Olympische Spelen?
En zijn de opbrengsten te vergelijken met een mensenleven?

Het niet meer verstrekken van medicijnen betekent het toepassen van passieve euthanesie, welke een gevolg is van een economische crisis veroorzaakt door onverantwoord speculeren in een kapitalistisch systeem.

De homo economicus weet de waarde van de mens niet te schatten.



zondag 29 juli 2012

Het verdriet van Waalre




Iedereen, die zich in de openbare ruimte begeeft, is wel eens in aanraking geweest met de arrogantie van de macht. Een arrogantie, die immuun lijkt voor democratisering.
Zoals in vele gemeenten gebruikelijk is er ook in Valkenswaard een klachtenlijn.
Ik maakte hiervan gebruik om te wijzen op het herhaaldelijk parkeren van auto´s op een doorgaand fietspad, dat ik gebruik om bij mijn sportschool te geraken. En - dat had ik misschien niet moeten doen - ik deed een suggestie hoe dit te voorkomen nl. door er een paaltje te plaatsen.

Ik kreeg een telefoontje. Tja...moeilijk...
Er mocht inderdaad niet worden geparkeerd, maar een paaltje dat zou dubbelop zijn...
Ik reageerde gepast onderdanig en zei dat het slechts een suggestie was, dat het mij erom ging dat ik voortaan vrije doorgang kreeg.

Enige weken later...
Er was een paaltje geplaats, maar niet op de door mij gesuggereerde plek.
Het geplaatste paaltje verhinderde de automobilist geenszins om toch fout te parkeren.

Ik weer een mailtje gestuurd met een foto van het paaltje met daarachter een (fout))geparkeerde auto.
Ik ontving daarop een vreemd antwoord.
Het zou erom gaan om fietsers te ontmoedigen om het fietspad te nemen...
Huu?
Teruggemaild.
Geen antwoord.
Nog een mailtje met wederom een foto van een auto op het fietspad.
Je raadt het al.
Geen antwoord.

In het jaarverslag van de gemeente wordt melding gemaakt van een toename van klachten, waarop niet wordt gereageerd...
Een klachtenlijn lijkt een symbool, de burger moet niet teveel zeuren.

De macht van ambtenaren is groot. Hun volhardende bureaucratische afstandelijkheid wordt niet aangepakt door wethouders, die van hen afhankelijk zijn. Gemeentesecretarissen houden zich slecht bezig met reorganisaties.

Hoe geef je uiting aan je ongenoegen tegen dit soort al dan niet misbruikte macht?

De ruimte hiervoor wordt aangeven in regelgeving, die ons rechtssysteem geeft en de democratie waarborgt.
Je hierbuiten plaatsen leidt tot anarchie en terreur.
Zoals in Waalre, waar het gemeentehuis in de hens wordt gestoken. Wederopbouw zou minstens 10 miljoen gaan kosten.

Op majesteitsschennis staat een fikse straf. Deze brandstichting is meer dan dat, het is schennis van de democratie.

De burger is verslagen en woedend.
De lokale burger geeft uiting van hoe het zit, wijst met de vinger, weet wie het heeft gedaan.
De burgemeester maant tot rust.
Een klachtenlijn is geen emolijn.
Tientallen rechercheurs onderzoeken de zaak.

Gebed zonder einde:
Laat de schuldigen gevonden worden.
Laat ons hun verhaal horen hoe ze tot hun anti-democratische daad zijn gekomen.
Laten we hen leren hun emoties te humaniseren.

Mail, blog, sublimeer je ongenoegen.


woensdag 18 juli 2012

De boekenkast hangt vol kruisen

En nu ook Rutger Kopland, die rechts van Gerrit Komrij staat.
Daartussen het oeuvre van Kees Kooten.
Hoe zou het met van Kooten zijn?

In Komrij's De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten uit 1980 staan staan de geselecteerde gedichten van Komrij en Kopland dicht bij elkaar.
Slechts zijn eigen 'De dichter' vond in de bundel een onderkomen.
Bescheidenheid?
Van Kopland staan er in totaal 6 in Komrij's bundel, waaronder de evergreen 'Jonge sla' en het in rouwadvertenties veel aangehaalde 'Weggaan'.


Ik neem Koplands werk uit mijn kast.
Enkele bundels zijn gesigneerd : 'Eindhoven, maart 1994'.
Het was De nacht van het boek in de Stadsschouwburg.
Hij zat achter de bar aan een vers getapte biertje, terwijl Campert in de grote zaal voordroeg.
Ik ging naast hem gaan zitten en na enkele vriendelijke zinnen van zijn kant, durfde ik hem wat dichtbundels ter handtekening toe te schuiven.

Uit 'Geduldig gereedschap' (eerste druk 1993) las hij later die avond voor.
Ik kon meelezen:

Voordat je er niet meer zal zijn, je vertelt nog
verhalen, maar ze zijn al zo ver als een ruïne.

Voor er geen woorden meer zijn die kunnen zeggen:

deze balken droegen een dak, deze zware vlammen
waren een vuur, deze gaten waren deuren en ramen,
met uitzicht op een tuin, een wijngaard, een akker,
deze stenen waren een muur, deze plek was een huis.

Je dwaalt nog door je verhalen, al bijna alleen
nog onder die blote eeuwige hemel, al zo koud,
het waait door je kleren, wilde druiven en rozen
komen je halen, het ruikt al zwaar naar grond.

Er zijn nog woorden, maar ze gaan over de dingen
tot die er niet meer zijn, zij gaan als de tijd,
niet terug, niet voorbij, maar zoals een ruïne.

Kopland is de dichter van het grote publiek, voor verliefden en bedroefden, in eenvoudige taal beschrijft hij in verwondering de alledaagsheid.
Ilja Leonard Pfeijffer toont zich weinig onder de indruk van zijn literaire werk.
In Het geheim van het vermoorde geneuzel verzucht hij: De poëzie van Kopland is ongevaarlijk. omdat de dichter zich nergens op het spel zingt.

Kopland hoort in het rijtje Lodeizen, Andreas en Neeltje Maria Min.
Hun poëzie nodigt verliefden en bedroefden uit tot het maken van gedichtjes.
Ook ik beken imitatie, windeieren waren het.
Meer ont- dan verhulling.
Ach, 'Poëzie is geluk.' publiceerde Komrij in 2000.
Bij hem kun je daar meerdere kanten mee uit.

Ik plaats de bundels van de dode dichter terug.
Komrij's Verwoest Arcadië in de buurt:
'Loop snel verder, Verknoei je tijd hier niet met het lezen van stompzinnig proza en beroerde verzen. Wat mij betreft: aan mijn graf kun je zien wat ik ben, en wat of wie ik was, dat gaat je geen donder aan.'
De tekst bedoeld als grafschrift.

Mijn boekenkast, steeds meer, geschakelde ruïnes.

'Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven'



woensdag 11 juli 2012

De Thijn


Bij mijn oudooms boerderij had elk beest een naam, op landbouwmachines prijkte een naam.
Zo was zijn bedrijf vermenselijkt.
Nooit vroeg ik hem waar al die namen naar verwezen.

Ik heb sinds gisteren een grasmaaier, die ik ' De Thijn' noem en niet zonder reden.

Na het bezoek van David met zijn kroost, zou ik het gras maaien.
Mijn trouwe ooit van mijn broer Piet overgenomen electrisch aangedreven Black&Decker weigerde echter dienst.
Ik wil een defect apparaat wel eens proberen te repareren, van binnen bekijken en dan zien dat koolborstels onherstelbaar zijn doorgebrand of concluderen dat het omhulsel van het startmechanisme met geen mogelijkheid geopend kan worden, zo was dat nu ook het geval om na een uur te constateren dat ik voor een raadsel stond.
Ik had verschillende buitencontactpunten geprobeerd - er kon immers een contact stuk zijn -, had de buitenlampen geprobeerd; de vaststelling kan niet anders zijn dat na jaren trouwe dienst 'De Piet' het plotseling begeven had.

Bij de plaatselijke Karwei schafte ik me met een 20% korting sticker voor zo'n 150 euro een in nieuwe kleuren gezette vernieuwde B&D aan.
Nadat ik de ingrediënten uit de doos in elkaar had gezet, was het grote moment daar. Mijn oranje beest zou ik aan het grazen zetten.
Maar hij weigerde...

Mijn kritisch denken werd naar een nog hoger level getild.
Zou...?
Zou mijn kleine bezoek, i.c. Thijn, in een onbewaakd ogenblik...?
Binnen zag ik het.
De schakelaar om de stopcontacten buiten in- en uit te schakelen stond op 'uit', de andere schakelaar om de lichten in- en uit te schakelen stond 'aan'.

Ik had natuurlijk de nieuwe grasmaaier kunnen demonteren, terug in plastic en doos stoppen en het verhaal aan de Karwei uit de doeken doen, maar de eerlijkheid gebiedt dat ik bij montage al enige krassen had veroorzaakt, zodat inname waarschijnlijk afgewezen zou worden.

Nu staat er bij ons in de schuur, De Eekhoorn, twee grasapparaten, De Piet en...De Thijn. De oudste wordt inmiddels via Marktplaats aangeboden.

En'De Thijn'?
Hij maait geweldig.


woensdag 4 juli 2012

Huwelijk on stage

Mijn nichtje trouwde en had mij met 250 anderen uitgenodigd op een landgoed in Lisserbroek, waar de tomtom ons met veel omhaal heen leidde.
Ging ik voorheen op dit soort uitnodigingen in vanwege het huwelijksfeest, nu is de voltrekking van de verbintenis die me motiveert om te gaan.
Verliep 'de plechtigheid' vroeger volgens een vast voorspelbaar stramien: de a.s. echtelieden legde verantwoording van hun besluit af door ten overstaan van de genodigden elkaar in een kerk en/of stadhuis eeuwig trouw tot in den dood te beloven, nu wordt dat op eigen, persoonlijke wijze ingevuld.
Ook het huwelijksritueel is geïndividualiseerd.

Belijdenissen in geloof, zonde en liefde vroegen in het verleden om een intieme ruimte, zoals een bid- of biechtstoel of bed, zonder pottekijkers, alleen met die ander, waarna de openbare ruimte werd bezocht voor de formele bezegeling. De aanwezigen wachtte een protocollaire dienst.

Daar, in de buitenlucht op landgoed Olmenhorst stonden de geliefden tegenover elkaar, 250 toeschouwers en een camera op hun huid, hun liefde te betuigen, nauwelijks geregiseerd door vantevoren geschreven teksten, zomaar voor de vuist weg, in opperste concentratie in een verstilde omgeving.
Zelfs de donkere wolken besloten hun opmars op te schorten.
Het geluid van vogels verstomde.
Ik werd in een nieuwe rol en intieme ruimte gezet, die me enerzijds wat ongemak opleverde, maar ook ontroerde.
Gelukkig had ik mijn fototoestel om me een houding te geven.
Ik was deelgenoot aan de geboorte van een huwelijk.

De volgende dag woonde ik in Lommel in het kader van de manifestatie 'Dichter in de tuin' de bijdrage bij van Elly de Waard.
Zij begon met een gedicht ter nagedachtenis van de slachtoffers van de recentelijke busramp met kinderen uit Lommel, gevolgd door gedichten over verlies en vergankelijkheid met een vergelijkbare authenticiteit als mijn nichtje en haar man de dag ervoor.
Weer luisterde ik, intens ontroerd.
Er was een verschil, niemand mocht haar storen in haar voordracht, geen kuch of cameraklik werd geduld.

Slechts de vogels mochten haar tekst begeleiden.

woensdag 27 juni 2012

Selectie en expressie


Vandaag ontving ik bijgevoegde print van Thomas, Femke en de Kids.
Deze post stemde me vrolijk.
Het is een print van mijn eerste blog van 20 juni 2007.
Ze feliciteren me met het 5-jarig bestaan van mijn blog.
Sinds 20 juni 2007 publiceer ik gedisciplineerd met veel genoegen elke week een tekst
Dit is de 288-e publicatie.

Over sociale media, met name over facebook en blogs wordt negatief geschreven en gewaarschuwd voor de gevaren ervan. Deels zijn de waarschuwingen terecht, anderzijds vallen de negatieve uitlatingen terug te leiden naar onze calvinistische inslag.

Het schrijven van blogs, een openbaar dagboek, biedt vele mogelijkheden, ondanks de bezwarenmakers met uitlatinegen als:
Exhibitionistisch...Het leidt tot presentaties, die niet meer terug te draaien zijn...Wie zit erop te wachten...Privacy van anderen wordt geschaad...
Zomaar een greep uit de commentaren van de volgelingen van Calvijn.

Exhibitionistisch...
Tja, zoals zoveel van onze sporen, van onze expressies, presenteren we ons. Tonen we onze emoties en gedachten en wie wil kan er kennis van nemen. Door de bewustheid van de openbaarheid, treedt een nauwkeurige selectie plaats. Hoe wil ik me uitdrukken in de openbare ruimte? Hoe gedraag ik me en hoe wil ik me presenteren?
Dit zijn boeiende vragen, die samenhangen met de vragen wie ik ben en hoe ik gezien wil worden, van identiteit en imago.
Het zou goed zijn als jongeren al op de basisschool zich hierover vragen stellen en antwoorden leren vinden.
Niet meer terug te draaien...
Over wat ik schrijf stel ik me de vraag over de onomkeerbaarheid van de informatie. Natuurlijk ben ik meer dan ik me presenteer in het hier en nu.
Over wat ik neerzet bestaat geen schaamte, omdat ik het zeker op dat moment mooi en eerlijk vind.
Wie zit erop te wachten...
In dagboeken schrijf ik voor mezelf, op een blog schrijf ik met de mogelijkheid van de andere lezer. Dat bepaalt de inhoud en de stijl. Ik zie dat ik wekelijks volgers heb. Van een aantal meen ik te weten wie het zijn, van sommigen niet. Toen ik onlangs solliciteerde naar het lidmaatschap van de WMO raad had de sollicitatiecommissie verschillende teksten gelezen. Over sommige blogs wilden ze meer weten. Dat maakte het gesprek boeiend, vond ik.
Privacy wordt geschaad...
Ik wil me niet verschuilen achter het vaak ruimhartig toegepaste recht op vrije meningsuiting in columns.
Uiteindelijk gaan alle teksten over mezelf, maar er is ook een inhoud. Die inhoud is bijvoorbeeld mijn (klein-)kinderen. Het gaat dan vooral over mijn liefde voor en verwondering over hen. Vaak vraag ik me af in hoeverre ik in mijn ervaringen 'menselijk' ben, zoek ik naar het generieke in mijn individuele esthetische en ethische opvattingen.

Mijn blogs zijn selectieve expressies die bijdragen om mijn kunstwerk, mijn leven, vorm te geven.
Bloggen doe ik in alle nederigheid, beste Calvijn, en in het aanschijn van het almachtige oog.
Maar ik noem het oog niet noodzakelijk goddelijk.

woensdag 20 juni 2012

Utiliste

Wat de sociale media met name facebook ons leerde is om het begrip vriend stevig op te rekken. Vriend betekent er relatie, iemand die je hoe dan ook verbonden is in je netwerk: de vriend van mijn vriends vriend is mijn vriend.

In het begin van de lente, 21 maart j.l., schreef ik over vriendschap. Daar haalde ik Montaigne aan. Hij is een vriend , omdat hij is zoals hij is, schreef hij naar aanleiding van de dood van zijn vriend.
Die omschrijving valt binnen de derde, hoogste vriendschapscategorie van Aristoteles, vriendschap op basis van karakter.
De andere twee zijn respectievelijk vriendschap vanwege plezier en vriendschap vanwege nut.

De relatienetwerken zijn naast facebook, familie, vrienden, collega's en buurtgenoten. Zoals ook de categorieën kunnen samenvallen, zo laten ook de netwerken zich combineren.

Deze week, bij de start van de zomer, netwerkte onze buurt. Riny ging met de buurvrouw van rechts afgelopen maandag naar een kookcursus, dinsdag golfden we met de overburen op de Eftelingbaan en in het weekend leerde ik de linkerbuurvrouw kennen.
Over die laatste relatie wil ik het hebben.

Wij keken al enige maanden tegen een hoge dode conifeer aan, die in haar tuin stond.
Zij leek dat niet te weten of te deren.
Dus stapte ik op haar af en bood aan om de boom eruit te halen en af te voeren.
Ze was zeer ingenomen, het zou haar immers haar tuinman, zo zei ze, 150 euro kosten. Ze zit, zoals dat heet, royaal in de slappe was, daar niet van. Maar een buur, die dat zomaar komt aanbieden, is mooi meegenomen. Een buur met een karretje, constateerde ze, een buurman die met pensioen is.

Toen ik de klus geklaard had, de boom in stukken op mijn aanhanger, kwam ze naar buiten, dankte me en vroeg of ze me in de toekomst nog eens voor een klus kon vragen.

Ik heb er nu een vriend bij van de zuiverste tweede categorie, vanwege mijn nut dus. Uit het buurtnetwerk.
Terug in mijn eigen tuin, dacht ik, liever een verre vriend, bijvoorbeeld op facebook dat een nabije buur, die me vanwege eenzijdig nut, na jaren ziet staan.

woensdag 13 juni 2012

Ingewikkeld, diepgravend en mooi







Net voordat ik aan deze blog wil beginnen belt de lokale grootgrutter dat ik de Grolschkoelkast heb gewonnen.
Een bijkomstigheid van pensioen is dat je alle tijd hebt om deel te nemen aan alle mogelijke akties, prijsvragen en wedstrijdjes.
Met de slagzinnen die ik tot voor kort instuurde heb ik nooit iets gewonnen. Vergeleken met de winnaars vond ik de mijne diepgravend en ingewikkeld, met dubbele bodems zeg maar. Je moest er een leeswijzer bij houden om de bedoeling te doogronden. Het rijm was ondergeschikt aan de inhoud, dus liepen mijn slagzinnen nogal stroef.
Het ging me om de inhoud.

Een gezinslid, dat wel eens jureerde wees me erop en zei dat om te winnen eenvoud, rijm en lulligheid telde.
Dus vulde ik onlangs in dat ik de Grolschkoelkast wenste, omdat - en nu komt het resultaat van mijn creativiteit - 'met zo'n ding bij de hand wint Nederland'.

Bingo, nu staat er in de garage, volledig overbodig, een Grolschkoelkast te wachten op een goede bestemming.
En of Nederland wint, valt te betwijfelen.
Maar als je niet deelneemt, win je nooit.
En zolang er niet gespeeld is, heb je niet verloren.

Even terug naar mijn verjaardag.
Afgelopen zondag hield ik mijn kinderfeestje en voelde me eeuwig jong bij het luide en krachtige 'Lang zal hij leven' van de vijf kleinkinderen en hun ouders.

Kadoos waren persoonlijk.
Familiefoto met lijst, een luxe cahier 'om er een boek in te schrijven'.

Van Riny kreeg ik de Unica's van Lucebert, die ik aandachtig doornam, inclusief voetnoten. leeswijzer en achtergrondliteratuur.
Ingewikkeld, diepgravend en mooi.
Poëzie van Lucebert verzamel ik al jaren.
Unica's zijn de eerste tien, in oorsprong in een oplage van één, dichtbundels van de jonge Lucebert, die hij maakte voor vrienden.
Het zijn de geboortebewijzen van een groot dubbeltalent.
Ingewikkeld, diepgravend en mooi.

Ik had deze blog eraan kunnen wijden.

woensdag 6 juni 2012

66







66 jaar geleden geboren op 5 juni 1946 te Stramproy.
Op mijn geboortekaartje staan mijn broers en zus als Bertie, Pietje en Toosje.
Zelf heet ik daar Cor.

66, tweemaal 33, in de numerologie het heilige getal, mijn numerieke initialen, waarmee ik in het school- en hockeyblaadje mijn stukjes ondertekende.
Vroeger nooit gedacht dat ik het zou bereiken, de laatste maand eraan gewend geraakt door als me naar mijn leeftijd werd gevraagd, 'Bijna 66' te oefenen.

Naar het graf van mijn ouders geweest om de felicitaties in ontvangst te nemen.
Ik dankte hen voor de zoveelste maal.

Overdag felicitaties via de post - gemiddelde leeftijd 65 - via face-book - gemiddelde leeftijd 21 - en mail en telefoon.
"Goed gedaan jongetje..."


Broers kwamen me gisterenavond feliciteren.
De thema's op de verjaardagsgesprekken zijn in de loop der jaren veranderd.
Gisteren waren dat de AOW, de reizen en de pillen, die we slikken.

Ik vang mijn route 66 aan, op naar 67.

woensdag 30 mei 2012

Pinksteren

Het Pinksterweekend is een geliefd familieweekend.

Vanaf 1981, toen we zonder ouders kwamen zitten en tot het wezendom veroordeeld waren, spraken we af om met pinksteren bijeen te komen op een camping.
Onze Trigano vouwwagen en nadien de Lander caravan werden voor het eerst in het seizoen op de pinksterdagen uitgeprobeerd in Ubach, Luijksgestel, Heeswijk-Dinther, Megen, Beesd, Hoenderloo en vele andere plaatsen.
Later verbleven we Caravanloos in kampeerboerderijen in Huisseling en Delden.
En toen stopten die kampeerweekenden met opgroeiende kinderen en verplaatsten we de traditie van een keer per jaar samen naar januari.
Het verblijf werd een hotel of ander luxe onderkomen.

We zijn zeker niet de enige pinksterweekendreünisten, getuige de overvolle campings, zoals die in Groede, waar afgelopen weekend de nachtverblijven groepsgewijs gegroepeerd stonden rondom een centrale tent.
Thomas en Femke stonden daartussen met hun opgepimpte Eriba caravan.

Het zou een prachtig weekend worden.
Last-minute regelde mijn broer Mat op het naastgelegen bungalowparkje een zes-persoonshuisje voor ons.
Zes-persoons?
We vroegen David en Karlijn en kinderen om te logeren.
En zo creëerden we ons eerste pinksterenreünie.
Een fantastisch weekend met bbq, strand en spel.




Puberend liep ik persevererend op wolken:'Op een mooie pinksterdag...'


woensdag 23 mei 2012

'Tonio' en Ger(t)

Afgelopen week 'Tonio' uitgelezen.
Maanden geleden begonnen, had ik het terzijde gelegd toen het me teveel werd.
Nu eens niet vanwege de hoeveelheid bladzijden, die A.F.Th. kan wijden aan een voorval, dat hij zich moet herinneren, maar het was deze keer de beschrijving van het vreselijkste lot, dat ouders kan overkomen: het verliezen van hun kind, dat me naar een leespauze deed happen.
Ik herinner me, dat ik eerder boeken met eenzelfde thematiek (Leavitt, Thomesé) met haperingen las.
(Dat gold niet voor Brouwers' 'Datumloze dagen'. Daarin is de dood van zijn zoon verliteratuurd en gefictionaliseerd. Droefheid over verlies ligt verscholen achter hernieuwd contact en de mensonterende behandeling van zijn uit het oog verloren nazaat.)

Het requiem 'Tonio' kreeg onlangs de Librisprijs voor fictie, terwijl het de vraag is of het boek in deze categorie valt. Het is eerder een hyperrealistisch, hier en daar surrealistische krachttoer van de vader om zijn zoon opnieuw te scheppen: "Ook een requiem dient geen ander doel dan hem op te sporen en terug te vinden" (pag.574)
Het is hier niet de plaats om een recensie te schrijven.
Het indrukwekkende boek is gelezen.
Ik ben blij dat ik me/het hernomen heb.

Op pag. 348 word ik alsnog verrast.
Mijn lees- en schrijfvriend Ger uit Maastricht had me er eerder over gemaild: hij had een plaats gekregen in 'Tonio'.
"Maar wat betekent dat?"

Ger (of Gert) B. ken ik vanaf 1986.
Wij waren beiden directeur van een opleiding HBO Jeugdwelzijswerk; hij in Maastricht, ik in Eindhoven.
We ontmoetten elkaar maandelijks in Utrecht bij het Landelijk Overleg.

Onderweg in de trein gingen de gesprekken meestal over literatuur en boeken.
Toen hij met werken stopte, vroeg ik hem om me te helpen bij een fusie, waarbij de diverse opleidingen verbreed moesten worden tot Sociaal Pedagische Hulpverlening.

Samen zaten we in het bestuur van de beroepsvereniging Kinderverzorging en Opvoeding en het Fie van der Hoopfonds, dat een legaat beheerde ten dienste van onderzoek en opleiding op het terrein van Jeugdhulpverlening.
We stonden beiden aan de wieg van het blad SPH.
Bij mijn overstap naar de Pabo, waarbij ik het terrein van hulpverlening verwisselde voor onderwijs, raakten we elkaar uit het oog.

We schrijven elkaar regelmatig met literatuur en boeken als vaste onderwerp.

Toen hij in 1988 vrij plotseling zonder werk kwam zitten - hij maakte gebruik van de toenmalige riante 50+regeling voor HBO medewerkers - heb ik hem min of meer op een verder spoor gezet van zijn leespassie en wel om boeken te laten signeren.
Hij verzon allerhande listen om behalve de handtekening ook opdrachten van auteurs ik zijn boeken te krijgen.
Zo woonde hij een lezing van Reve bij in het auditorium van de Universiteit van Maastricht en stapte op het einde ervan pontificaal de trappen af met een plastic zak met Reve-boeken en vroeg de schrijver of hij die wilde signeren. In de regel weigerde Reve zoiets, maar hij was daar op dat moment te beduusd voor.
Gers aktie haalde de plaatselijke krant.

De oude bard Vroman, de tachtig toen al lang gepasseerd, hield hij twaalf dichtbundels voor. Vroman plaatste in elk ervan een regel, die samen een twaalfregelig vers vormden. Van emotie en wellicht ouderdom vielen de boekjes bij overhandiging op de grond. Samengeraapt kon Ger het gedicht niet meer samenstellen en heeft daar menig mailtje met de in New York wonenede dichter aan besteed, teneinde het vers te helen.

Op zijn zestigste verraste zijn vrouw Marie-Jes hem met tientallen bijdragen van schrijvers, die door haar waren benaderd ter gelegenheid van 'het bereiken van het kroonjaar van één van je meest trouwe lezers'.
Met lichte jaloezie heb ik alles ingezien, waaronder, herinner ik me, een gigantische rol met tekst en tekening van A.F.Th van der Heijden.

Op pag. 348 e.v. van 'Tonio' staat te lezen hoe de 20 euro, die Gert en Marie-Jes de schrijver zenden 'voor rozen' worden besteed aan een slingerplant om het prieeltje, waaronder Tonio enige dagen voor zijn fataal ongeluk zijn fotomeisje heeft laten poseren, minder kaal te laten ogen.

In de volgende driehonderd pagina's heb ik het fotomeisje ontmoet, heb ik het radeloze verdriet van de ouders gevoeld en vooral is me Tonio gebracht, niet tot leven maar tot mij, de lezer.

woensdag 16 mei 2012

Evaluatie


Marcel Wintels vertelt in een interview in het E.D. in de aanloop naar het partijleiderschap van het CDA hoe beroerd het bij Fontys was toen hij daar enige jaren geleden aantrad. Hij treft er dertig beleidsmedewerkers op zijn gang aan, die allemaal een week vrij krijgen om een week na te denken over hun meerwaarde.
Overtuigende antwoorden komen er niet.
Aldus het interview.
Ik was één van die beleidsmedewerkers.
Een week vrij kan ik me niet herinneren.
Wel dat ik toen, net voor mijn pensioenvertrek een gesprek met Marcel heb gehad, waarin ik hem adviseerde de verantwoordelijkheden dieper in de organisatie te leggen en minder centraal te sturen.
Het oude Bestuur met de bevlogen visionair Norbert V. aan het roer had de grenzen bereikt van het van bovenaf invoeren van een onderwijsvisie.
In míjn afscheidsinterview had ik aangegeven dat het centralisme door de in het onderwijsvernieuwingspreces steeds verder terugtredende directeuren het bestuur als het ware was opgedrongen.

Op 1 mei start bij mij het nieuwe blogjaar.
De weekblogs van het afgelopen jaar worden geprint en geringband.
Ik las de laatste, de zesde jaargang integraal door.
In deze analoge vorm stuit ik op fouten en missers, die ik eerder digitaal over het hoofd zag.
Taalfouten corrigeer ik, missers, zoals onjuiste voorspelling, voorbarige conclusies of bij nader inzien verkeerde informatie laat ik ongewijzigd of ik vermeld, als ik alsnog wijzig, nadrukkelijk de reden daartoe.
Je zou immers zonder vermelding zeer eenvoudig de digitale Nostradamus kunnen spelen.

Intermezzo.
In de politiek vind je 'achteraffers', die met de kennis van nu de in het verleden gedane uitspraken naar hun eigen hand zetten. Een enkeling schroomt niet om doodleuk te liegen, als hem dat zo uitkomt. Het doel heiligt immers de middelen. Op weg naar heerschap - het doel - is elk middel geoorloofd en wordt woordhouden naar de hand zetten.
Ze hebben met instemming Machiavelli's 'De heerser' m.n. hoofdstuk XVIII bestudeerd 'In hoeverre personen die macht uitoefenen hun woord moeten houden'. Aanbeveling 1 geldt ook voor hem die op weg is naar de macht: Beter is het om je weinig gelegen te laten liggen aan het woord want de jokkebrokken "zijn zelfs zij die zich op eerlijkheid baseerden, de baas geworden."
Er is een maar: de invloed van het beeld. De waarheid wordt op de huid gezeten én...de a.s.heerser moet behalve goed bekken, ook 'good-looken'.

Terug naar mijn blogs.
Bij de lezing van het gehele jaargang, 52 stukken achter elkaar, zie je verbindingen door thematiek en betrokkenheid. Familie is een veelvoorkomend thema, vooral kleinkinderen acteren veelvuldig in mijn blogs. Seizoenen spelen een rol, al is het maar in de belichting van het begeleidende beeldmateriaal.
Minder dan voorgaande jaren werd een voorval veralgemeniseerd tot een generieke wijsheid.
Levenskunst bleef een leidende draad.

En dan de toonzetting.
Die is in het algemeen lief en braaf.
De schrijver houdt terdege rekening met de openbaarheid van zijn schrijfsels.
Het is maar goed dat hij voor zijn autotherapie daarnaast nog een dagboek bijboudt.

Tot slot de vraag naar spijt.
Die heb ik over één publicatie.
In Carcinoom van 14 maart staat een nachtelijke tekst die niet op mijn basaalcelcarcinoom slaat, maar zo hermeneutisch is dat niemand de ware bron van verwijzing kan bevroeden.
Behalve de schrijver zelf.
Een tekst zonder zin dus.

Om de eerlijkheid te dienen laat ik deze desondanks staan.

woensdag 9 mei 2012

Paadjes

In onze tuin ligt 120 meter aan paadjes als logistiek verbindingsnet.

Tussen 1990, na de ommmuring van het perceel, en 2004, het jaar waarin de tuin haar vorm kreeg, zoals ze er nu bij ligt, legde ik de paden aan met als gevolg een slijmbeursontsteking in mijn rechter knie.
Van een bos- en speel-tuin veranderde onze tuin door noeste arbeid langzamerhand in een meditatie-tuin.
Voor en na mijn werk slenterde ik denkend en dromend rond. Heel wat problemen loste ik hier al lopend op.
Na nemen van een bad was het dolen over de paadjes mijn auto-therapie.

In het najaar groeit tussen de steentjes mos, in het voorjaar gras en onkruid.
De paden worden glad.
Kleinkinderen glijden bij het rennen achter de boef - in de meeste gevallen vervul ik die rol - onderuit.
Dus wacht de tuinier de rol van stratenkuiser.

Ik lig al weken voortkruipend op mijn knieën de paadjes te cleanen, krap met een tentharing de voegen schoon, corrigeer door de jaren heen onstane kuiltjes.
Van mijn knieën heb ik nog geen protest vernomen nu ik de eindfase nader.
Zie foto 1 hieronder: het benodigde gereedschap, o.a. de inmiddels enige centmeters gekorte tentharing op een kussen dat ooit diende als honkbalhonk.

De lengtepaadjes fungeren als indicatie van de tuinliefde van bezoek.
Er lopen er drie van oost naar west.
Beloopt het bezoek slechts het eerste van het huis geziene paadje, dan spreken we ven categorie 1 liefde. Enkelen lopen daarna via een van de noord-zuid paadjes naar het tweede pad; slecht zeer weinigen bereiken, gedreven door leer- en nieuwsgierige tuinliefde het derde en laatste pad.
De foto's twee, drie en vier tonen de drie echelons.

Foto vijf tenslotte is, vanaf de veranda gezien, het doorsteekpad, inmiddels met enige kruiwagens zand geëgaliseerd.
Kijkt men vanaf deze plek de tuin in en zegt men dat het een mooie tuin is zonder verder de paadjes te betreden, dan hebben we beleefd maar kwa tuin ongeïnteresserd bezoek over de vloer en dienen we over te gaan tot het serveren van de drank. Tuinliefhebbers categorie 0.
"Ja, zo'n tuin kost heel wat tijd...", is ons antwoord op hun geheide eerste vraag.
Als wordt doorgestoken naar de dieren- moes- of achtertuin dan hebben we te maken met liefhebbers.

Kruipend door mijn tuin heb ik de afgelopen tijd heel wat kunnen denken.
De tuin als rustplaats, als enclave in de woelige wereld, de metafoor van verwachting en verlangen, paradijs op aarde, troost voor 'de roerloze woelgeest'...
Zo kroop ik door mijn leven en overdacht de afgelopen jaren, van Canossa tot mijn Rome.
Ik heb ingezien veel onrechtvaardigheid te moeten accepteren, slechts te srijden tegen wat kan worden overwonnen.

Bovendien en tenslotte heb ik mezelf beloofd: in de zomer zal ik gaan zitten en genieten...







woensdag 2 mei 2012

Roodborstjes




Wie slim is past zich aan.
Het roodborstje oogt als een slimmerik.
Daarom en -mee charmeert ze menigeen.
Een prachtig symbool om verlangen, verdriet of vertrouwen in te projecteren.

Het kleine vogeltje laat schuwheid aarzelend achter zich als ze gewend is geraakt aan de bedrijvigheid van de tuinier. Steeds dichter nadert ze zijn werkzaamheden. Uit ervaring weet ze dat in zijn nabijheid iets van haar gading te halen zal zijn: opgeklopte pieren, jonge zaadjes en achtergebleven vruchtjes. Als dagelijks tuinier heb ik ook mijn eigen begeleidend roodborstje, die me van steeds kleinere afstand in de gaten houdt. Het schijnt me toe dat ze mijn werkzaamheden in bewondering gadeslaat. Het is natuurlijk hoopvolle verwachting, of ik door mijn gewroet iets voor haar achterlaat.
Zo vormen we een symbiotisch paar, voedsel voor haar, aandacht voor mij.
De laatste dagen moest ik haar missen en ik weet nu wat daar de oorzaak van is.
Zij - ik ga er vanuit dat het een vrouwtje is - zorgt voor een nageslacht.
Opdat ik in vogelgezelschap kan blijven tuinieren.

Onder de varanda staat een pot met kunstbloemen.
Daar heeft ze haar nestje in gebouwd, vier eitjes gelegd en enige dagen in onze dichte nabijheid gebroed.
Twee jonkies zijn vorige week uit hun ei gekropen.
Nu vliegen ma en naar ik vermoed ook pa af en aan om de twee koters te voeden.
Als de ouders met het vergaarde voedsel het nest opvliegen klinkt er een heftig gesis van hun verheugde kroost. Niet slim natuurlijk, want ze verraden daarmee hun kwetsbare aanwezigheid voor op de loer liggende belagers.
We zien eksters aarzelend op het gazon rondhippen. Maar zij durven niet verder de varanda te benaderen. De ei- en larvenrovers zijn menswantrouwend, nog niet zover in gewenning en aanpassing aan de urbanisatie als de door hen belaagde roodborstjes.
Als wij naar buiten vliegen onder heftige tsjie-tsjie geluiden zijn die vogels snel gevlogen.

Wij wachten op de dag dat onze b&b gasten uit zullen vliegen. Ze zullen zich naar vermoed niet ver van ons vestigen, want ze weten van hun ouders dat ze van die rechtop lopende wezens niets te vrezen hebben, integendeel, de ouderen houden hen voor dat wij hen beschermen omdat ze ons zo schattig afhankelijk ogen.

Wij zetten de natuur naar onze hand.
Wij scheppen dagelijks dat het ons een lieve lust is, maar we doen het niet alleen voor onszelf.
Als goden hebben ook wij bewonderaars nodig.

De roodborstjes zijn ons bewonderend publiek.

woensdag 25 april 2012

Wegen

Twee problemen die men mij bezorgt.
Mijn vertrouwd blogsjabloon is plotseling gewijzigd en het kabinet is gevallen.
Dank aan 'men'.
De eerste kwestie betreft vorm, de politiek zou inhoud moeten zijn.

Voor het eerst sinds jaren verkeer ik, hier tiepklaar zittend achter mijn beeldscherm, in een grauwe mistsluier.
Hoe en waar komen deze zinnen, deze gedachten nu google+ blogger heeft vervangen te staan?
Het liefst ging ik op oude voet verder.
Ík was niet degene, die de vorm wilde wijzigen.
Wil me evenwel aanpassen.
De vorm is tenslotte van ondergeschikt belang. Het gaat in de eerste plaats om de inhoud,.
Heb ik altijd gevonden.
Ondanks de moderniteit.

Politiek.
Tja...
Andere koek...
De oude richtingevende wegen van links en rechts, van socialisme en kapitalisme zijn failliet.
Economie, de huidige overheersende thematiek, kan niet met de richtingenpolitiek worden aangepakt.
In Nederland hebben we weliswaar een midden, magertjes bezet door het CDA, dat nu gewongen zal zijn in plaats van pragmatisch, principieel te zijn.
En de principiëlen zoals Hirsch Ballin en Klink zijn juist buitenspel gezet toen ze verklaarden principieel tegen een samenwerking met de PVV te zijn.
Het klapte echter niet op haatdragendheid maar op pragmatiek.
Wilders koos niet voor maar om kiezers.

Wij mogen straks weer kiezen.
Nederland koos de laatste jaren steeds extremer.
Nederland koos de laatste jaren steeds individueler.
Henk en Ingrid, Jan met de pet, iedereen keek naar eigenbelang en onderbuik.
Daar komen nu opa Charles en oma Mien bij.

Wordt na het failliet van de oude ideologieën de leemte ingevuld door pragmatische, nuchtere zakenkabinetbestuurders of is er ruimte voor een nieuwe richting? Krijgt het CDA het klaar om een richting vorm te geven die de C wijzigt in de H, Christendom voor Humaniteit?

Ik lees vandaag dat Marcel Wintels een gooi naar het voorzitterschap van het CDA zal doen. Als mijn oude baas aan het roer komt, zal de afstand met D66 verkleind worden, wat echter te weinig zal opleveren voor het grote spel. Voor een élan in het programma zou het HDA zich moeten laten inspireren door intellectuelen van Nexus en de School voor Humanistiek.
Vind ik...

Maar ik ben grasgroen qua politiek.
Machtsdenken is me vreemd.
Dus is bovenstaande wellicht klare onzin.
Ik heb zelfs geen verstand van blogtechnologie.

Ik ben een gewone sterveling, overgeleverd aan de goden, die al jaren geleden zijn doodverklaard.
Ook weg.
Wat me rest is de button 'opslaan' aan te vinken en het resultaat van dit schrijven, dat me wat rustiger maakt, naar de wijde wondere wereld van het www te zenden.

(P.S. Dat met het gewijzigde blogsjabloon bleek mee te vallen, zoals uit het vormresultaat hierboven is te zien. Nu nog een rustgevend beleid en een Brusselse begroting)

woensdag 18 april 2012

AO





Ik ben een verzamelaar.
Als ergens een getallenreeks op staat, dan probeer ik dat in volledigheid te verwerven; van schrijvers die ik bewonder, wil ik alle uitgaven in mijn bezit krijgen.
Is een reeks compleet, de verzameling afgerond, dan is de bezetenheid voorbij, die eerder zo heftig was opgevlamd.
Aan de andere kant van de verzamelaar, bevindt zich de handelaar, die een slaatje slaat uit onze begeerte.

Enige maanden geleden vond ik achterin mijn bureau twee schoendozen met AO boekjes uit mijn kweekschooltijd.
Wat moest ik hiermee?

AO boekjes zijn uitgaven van de Stichting IVIO, die bij regelmaat vanaf 1945 verschijnen. Aanvankelijk om de week, omvang 16 pagina's, de laatste jaren twee-wekelijks, met een omvang van 26 pagina's.
In de begintijd tot nummer 200 - dus tot 1949 - verschenen ze met een papieren, nadien met een kartonnen omslag.

Aktuele Onderwerpen...
Wat waren de aktuele onderwerpen in mijn schoenendozen de boekjes uit de zestiger jaren van de vorige eeuw?
Bij de dood of herdenking van de geboortejaar- danwel het overlijden van een beroemdheid verscheen enige tijd later een necrologie. Ook uitvindingen, nobelprijzen en oorlogen kregen in de reeks een beschouwing van de redactie of van uitgenodigde auteurs. Bij die laatsten hoorde in die tijd o.a. de jonge Jeroen Brouwers.
De teksten zijn belegener, terughoudender en algemener geschreven dan de artikelen in tijdschriften of weekendbijlagen van kranten.
De boekjes werden veelvuldig gebruikt voor spreekbeurten of lessen en je trof ze dan ook aan in schoolbibliotheken.

Wat moest ik met die 250 boekjes?
Er zijn er, zo las ik op de site van de uitgever inmiddels bijna 3000 verschenen.
3000...
Dus ik moest er nog 2750 zien te krijgen en dan had ik de AO reeks compleet...
Een nieuwe hebberigheid was geboren.

In kringloopwinkels en op Marktplaats zijn ze volop te vinden. De vraagprijs ligt rond de tien cent per uitgave - uitzonderingen bij sommige aanbieder daargelaten. (Er zijn handelaren die rond €5 per deeltje vragen. Ooit trof ik het boekje 'Van rondeel tot chanson' van Brouwers aan in een antiquariaat voor €25! Ik heb dat toen gekocht, maar ja, ik was toen bezig mijn verzameling Brouwers te completeren...)

Het is een heerlijk gevoel om voor een habbekrats dichter bij je doel te komen. Het zoeken, vooral in de kringloopwinkels, is een genot.
Soms lees ik een boekje, zoals nummer 682 van 25 oktober 1957 over Syrië, hoe Rusland er alles aan doet om er invloed te krijgen, of nummer 499 van 26 februari 1954 'Vóór/tegen Atonaal, over de al in 1951 verschenen verzamelbundel van experimentele dichters. Hoezo aktueel??

Zoals het bij elke verzameling gaat: in het begin groeit hij stevig, waarna het steeds langzamer gaat.
Ik schat dat ik er nu zo'n 2200 heb.
Mijn oudste en jongste deeltje heb ik hierboven als foto weergegeven: nummer 17 'het Wilhelmus' uit 1945 en nr.2886 uit 2007 'Digitale duurzaamheid: het e-Depot als veilige bewaarplaats voor digitale publicaties'.
Een tijdsverschil is hiermee weergegeven.

Hoe eindig je een tekst óver verzamelen?
Ik aarzel of het op een blog gepast is om..., maar...
De verzamelaar in mij zal blij en dankbaar zijn met aanbiedingen uit de AO reeks.
Speciaal gezocht zijn de moeilijke nummers, de eerste 200 en de laatste 200.
En na nog vele malen te zijn opgeveerd komt er een moment waarop de compleetheid is bereikt of het inzicht van de onbereikbaarheid ervan.
Dan zal ik ook deze verzameling achter me laten.

woensdag 11 april 2012

Routje Limburg, terug in het verleden





Mijn zus uit Noord Holland was voor twee dagen overgekomen.
Ze wilde nog verder naar het Zuiden, daar waar onze roots lagen.
Limburg, naar haar geboortestad Roermond.
Ze wilde terug naar het verleden.

Onze oudste neef, de zeventig inmiddels gepasseerd had ons uitgenodigd in hun nieuwe woonst in Roermond, stadsdeel Maasniel: een appartement - op zorg aansluitbaar -, alles dus gelijkvloers en dokterspost op loopafstand. Wat willen we op leeftijd nog meer?
Ontvangst is allerhartelijkst, een lunch alsof we een week niet gegeten hebben en verhalen voor een gehele dag.
Wat hun het meest bevalt in de woning?
Beiden: "Het uitzicht!"
De kerktoren en daarachter beneden de lagere school.
Instituten van gezag, hier in het Limburgse.

Voor hen te vroeg nemen we afscheid.
Maar er staat nog een familiebezoek op de agenda.
De jongste zus van mijn moeder woont in de buurt, in Haelen.
Ze wil herinneringen aan vroeger - 'nu het nog kan'- met ons delen.
We hebben ze jaren niet gezien, schrikken van de overeenkomst met haar achttien jaar oudere zus.
Er zijn nog twee zussen van mijn moeder in leven. We horen dat het met de een na jongste na een lang ziekbed nu hard achteruit gaat. Voor een bezoek om herinneringen met haar op te halen, is het definitief te laat.

Mijn tante verhaalt volop, wij stellen de vragen, vullen enkele hiaten in onze familiegeschiednis op.
Op het einde krijgen we foto's en brief mee. De brief dateert van 3 mei 1916. Het is een brief van Dr. J.M Wiggelendam, officier van gezondheid aan mijn opa, bij zijn benoeming als verbandmeester aan de Staatsmijn Wilhelmina. Een tak van de Midden Limburgse familie van Montfort vestigt zich in het Zuid Limburgse Terwinselen.

We rijden terug naar Brabant, zetten mijn zusje op de trein naar het Noorden.

Gisteren ontving ik het overlijdensbericht van de op een na jonste zus van mijn moeder.
Op Pasen, drie dagen na ons bezoek aan de jongste zus, is ze overleden.
Vrijdag wordt ze in Heerlen gecremeerd.

dinsdag 3 april 2012

Beestenboel




We hebben altijd beesten in en rond huis gehouden.
De zorg voor beesten heeft een goede uitwerking op kinderen.
Kinderen zijn voortdurend afhankelijk van de zorg van ouders. Door de op de loer liggende overbezorgdheid van ouders wanen kinderen zich (daardoor) het middelpunt van de wereld. Door hen de zorg te geven voor beesten, leren ze zelf te zorgen en, zo hopen we, leren ze hun eigen positie een beetje te relativeren.

Zo dachten we als ouders van Thomas en David en haalden onze eigen K3 in huis: kat, kip en konijn.
Zonder er vooraf bewust aan te hebben gedacht haalden we behalve zorg ook leven en dood dichtbij.
Vooral het levenseinde van een konijn, ooit door het natuurgeweld van een bunzing, maakte onze kinderen boos en verdrietig. Zo ging Thomas eens de roofzuchtige bunzing, die Jopie het konijn in doodangst zijn ren doorjoeg, te lijf, eerst met zijn hengel en toen hij merkte dat hij daar weinig potten, laat staan een furieus jagende bunzing, kon breken, haalde hij zijn honkbalknuppel en tikte het dier welgemikt op zijn hoofd. Ik maakte een foto, dit was immers een heldendaad. Met doodsverachting had hij zijn Jopie verdedigd.
Helaas overleed Jopie de volgende dag. Waarschijnlijk aan een posttraumatisch hartfalen, zo lazen we in de Grote Dierenatlas.

Toen de kinderen uit huis waren, hielden we beesten voor onszelf. Kippen voor de eieren, vissen voor de sier, voor onze vijverrustende ogen.
Nu zijn we grootouders - even was ik zelfs opa kip - en willen we met hen in herinnering nog wat pedagoochelen.
Altijd doen we het routje beesten voeren. Niet teveel, anders krijgen ze buikpijn.
Na kip en vis zijn we te vroeg klaar met onze zorg, dus breidden we zaterdag jl. onze beestenboel uit met een konijn.
Zoë zou de geschikte kandidaat uitzoeken.
Tussen het grote assortiment van de dierenwinkel wees ze al na enkele seconden gedecideerd naar boven afgebeeld exemplaar.
Ook met de naam was ze snel klaar: Zoë.

Zondag hadden we een uitje met de vaders en de kleinkinderen minus Thijn.
We bezochten in Boxtel het Oertijd museum ´De groene Poort´, een heuse aanrader.
Dode beesten van weleer, een reuze dinopark.
Beesten om naar op te kijken, maar niet om voor te zorgen, om bang van te zijn of juist niet, maar niet om van te houden, beesten om afstand van te houden, daar waar kip en konijn, zelfs vis uitnodigen om aan te raken, te aaien, om hun kwetsbaarheid aan den lijve te voelen.

woensdag 28 maart 2012

Jaarlijkse controle

Mijn auto en mijn lijf krijgen in het voorjaar hun jaarlijkse controle.

Via Kia Nederland worden mijn garage en ik op de hoogte gesteld van die controle, voorwaarde om een geheel jaar bij pech waar of waardoor dan ook door de Kia centrale te worden geholpen.
Of ik een voor mij passende afspraak met mijn garage wil maken.

De afspraken voor mijn lijfelijke controlebeurt zijn door de secretaressen van de diverse specialisten een jaar geleden al gemaakt en intussen verschillende malen eenzijdig veranderd.
Zo ben ik afgelopen dagen maar liefs vier keer op verschillende momenten naar de ziekenhuizen - het Maximaziekenhuis in Veldhoven en haar dependance in Eindhoven - gekoerst.
Om een fietsproef af te leggen, voor een ogen- en voetentest en bloedafname, voor een gesprek met de cardioloog, voor gesprekken met de diëtiste en de diabetesverpleegkundige.
Veel dezelfde vragen, hoe ik me voel, mijn medicijngebruik, mijn leef- en bewegingspatroon...
En ze zijn tevreden.
Over mijn antwoorden en mijn bloed- en prestatiewaarden.
En dat ze me volgend jaar weer terug willen zien...
Volgende week wacht me een afsluitend en concluderend gesprek met de internist. Ook hem zal ik tevreden stellen.

De garage heeft gebeld en zegt dat de banden wat dun zijn, dat ze met mijn rijsstijl nog een jaartje mee kunnen.
Maar volgend jaar nieuwe bandjes!

Vooral de diëtiste geeft me hoop dat ik bij een monnikenbestaan het eeuwige leven voor me heb. Mooi slank en gezond, bij doordachte en geringe inname. Ze is zelf het toonbeeld van haar overtuiging.
Ik kan het niet nalaten om de onvermijdelijkheid van het barre aardse bestaan voor haar voeten te werpen, en doceer, dat ik ook uit melancholie besta, dat mijn doorwaakte in nevelen gehulde nachten mij soms mooie poëzie opleveren.
Zij kijkt nog eens op haar beeldscherm en concludeert zuchtend dat cijfers niet alles zeggen.
Maar ik geef haar professie hoop en zeg bij afscheid monter tot volgend jaar.

Ik haal mijn Kia op en men wenst me veel rijplezier.

woensdag 21 maart 2012

Vriendschap


Het motto van de boekenweek 2012 was meer dan vriendschap.
Het volledige motto:
'Vriendschap en andere ongemakken'
Andere ongemakken kregen nauwelijks aandacht, het draaide om vriendschap.

In 'Vriendschap' noemt Lilian B. Rubin vriendschap de verwaarloosde relatie.
Ze staat in de schaduw van liefde.
Vriendschap is niet liefde zonder iets, geen minder broer of zusje.
Wat is het wel?

Op de aktualiteitstafel van mijn bibliotheek ligt deze week 'Verhalen over vriendschap' samengesteld door Tommy Wieringa. De titel luidt: 'Omdat hij het was, omdat ik het was'. Dat was het antwoord dat Montaigne gaf in zijn essay Over de vriendschap op bovengestelde vraag. Dat antwoord gaf hij als ode op zijn jonggestorven vriend Étienne de la Boétie.

In de verhalenbundel van Wieringa staan dertien zeer wisselende bijdragen van nederlandse auteurs. Soms is de vriendschap ver te zoeken.
De laatste bijdrage, die van Willem Otterspeer, vind ik verreweg de mooiste. Het gaat over zijn op vijftig jaar - te jong gestorven - vriend, de schrijver, presentator, boekenverzamelaar etc. Michaël Zeeman.
Is de dood nodig voor een ode?

In april 2000 gaf ik in een oplage van 10 het boekje 'Ad. Herinneringen aan een vriendschap' uit. Ik gaf het het de vrienden van mijn vriend, die toen ook mijn vrienden waren.
Mijn vriend Ad was een jaar ervoor, op 25 april 1999 op 54 jarige leeftijd overleden.

Ad was mijn vriend omdat hij het was, omdat ik het was.
Een vriendschap met als enig ongemak, dat hij mij ontviel.

woensdag 14 maart 2012

Carcinoom

Begin van de boekenweek 2012.
Thema 'Vriendschap'.
Boeiend om over te lezen.
Boeiend om over te schrijven.

Maar mijn blogs richten zich meestal op wat gebeurd is.
Ze reflecteren erop.
Vriendschap kan een week wachten.

Week 10 van 2012.
Verbindend thema van diverse gebeurtenissen: Systeem.
Uh...? Systeem?

Als een geheel hapert dan is er veelal een onderdeel dat hapert.
De kunst van onderhoud is het opsporen van dat onderdeel.
Bij Gestalten, gehelen, systemen als lichaam, team, vrienden en familie werkt dat zo.
Merkte ik in week 10 van 2012.
Er werd een knobbeltje uit mijn nek gesneden, zeiden dat het een basaalcelcarcinoom is (of was?) en dat het nu beter met me gaat, zoals bij PSV, waar Fred Rutten congé werd gegeven en het nu beter zal gaan.

De alternatieven voor snijden en congé geven zijn negeren van een onderdeel of dit te verbeteren, te helen.
Voor dat laatste is moed nodig, voor negeren kiezen de machtelozen, de lafaards en de koppigen.
Er wordt geprobeerd een nieuw systeem te creëren.

Zondagochtend met een tekst in mijn hoofd wakker geworden.
Maar zoals dat gaat met dromen, vervlogen de woorden toen ik ze op papier wilde vangen.

Dit staat er desondanks:

Carcinoom

Het systeem wordt bedreigd
reageerde te laat
op vanbinnen uit vretende
wroeging, wraak, vernietiging
van wat ooit heel en te laat
te laat geheeld werd
te laf ook omdat het alles
wilde behouden
het verleden met gebreken
koesterend, de kanker als
morele chantage in haar lafheid.

Ik veracht de struisvogel van de liefde
brand rotting uit mijn lijf
snij, hak de ongewenste indringer
die zich van alles eigen maakt
uit wrakende haat.

Zij heeft niets te verliezen
voelt zich winnaar in meeslepende haat
van gezamenlijke ondergang en drek.

woensdag 7 maart 2012

Wij grootouders


Op zoek naar foto's van mijn beide opa's toen ze zo oud waren als ik nu.
Vooral zoek ik naar foto's waarop ik ook sta, evenoud als mijn kleinkinderen nu.

Zij zitten in een fauteuil, opa Creemers met zijn onafscheidelijke sigaar, ernstig de camara inkijkend, opa van Montfort altijd in het zwart, meestal met hoed, terwijl ik laat zien wat ik nu weer kan: lezen of iets dat ik net had getekend of gebouwd. Zij zitten daar als controleurs van mijn ouders bekwaamheid tot opvoeden.
Ze ogen ouder dan 65 jaar.
Vind ik.
Mijn referentie is mijn spiegelbeeld.

Van oma's heb ik minder foto's. Op de weinige die ik vind staan ze naast hun (schoon-) dochter - mijn vader nam meestal de foto's - en ze kijken toe.
Dezelfde ernstig keurende blik.
Geen interactie met ons.
O, ja van mijn vaders moeder herinner ik me dat ze vaak klaarstond met het royaal aanreiken van boterhammen of vla, terwijl ze zelf, vanwege 'de suiker' haar kostje op een weegschaal met precisie van een laborant afmat. Daar zijn geen foto's van.
Die beelden zijn op mijn harde schijf opgeslagen.

Opa's en oma's keken, observeerden op afstand.
Zo vind ik de grootouders van mijn kinderen ook terug.
Ze gingen niet door de knieën.
Te stram, te stijf.
Ze werden niet gevraagd om mee gaan spelen.
Ze werden door hun kleinkinderen gelaten zoals ze zich presenteerden: Grootouders.

Onze vijf kleinkinderen houden ons jong tegen wil en dank, vragen ons steeds in hun spel. Laten hun voortgang in interactie met ons zien. Van 'laat eens zien wat je kunt' is het 'zal ik jou eens laten zien wat ik kan?'.
We voelen ons leerling als ze hun digitale kunstjes op de i-pad demonstreren.

Als onze kleinkinderen 65 zijn vinden ze ons terug als speelkamaraden.
Hoe zouden zij tegen die tijd met hun kleinkinderen omgaan?

Toelichting op de foto's:
1. (Oma) Riny die aan de hand van haar kleurenwaaier van Zoë en Phiene verneemt wat hun lievelingskleuren zijn.
2. Tussen het klussen door nam Thomas ons afgelopen zondag mee naar de abdij 'Koningshoeven', waar Nederlands enige Trappist worden gebrouwen.

vrijdag 2 maart 2012

Dat ik dat niet meer hoef mee te maken

Vertelde een wetenschapper...
Dat de zon over 4,5 miljard jaren zou overgaan van gele ster naar rode reus en haar zonnekracht zou verliezen...
Verontruste vrouw vroeg na de lezing hoe lang dat dat nog zou duren...waarna ze gerustgesteld was, ze meende 1,5 miljard te hebben gehoord...

Bovenstaand grapje heeft mijn vader me talloze malen verteld. Hij had ook teveel kinderen om te onthouden wie de joke al kende.

Mijn moeder, het moet eind zeventiger jaren zijn geweest - had in de krant gelezen dat er een economische crisis aan zat te komen en reageerde dat ze blij was dat ze dat niet meer mee hoefde te maken.

Ik heb me voorgenomen om zo'n uitspraak nooit te doen.
Ik geloof in de aanpassingspotentie van de mens, dus ook van mij.
'We zien wel waar het schip strandt' is mijn meest sombere reactie op het meest zwarte scenario.

Toch overviel me de gedachte om het niet meer mee te willen maken toen ik afgelopen zaterdag in de VK onder de jubelkop 'Dit gaat Uw leven veranderen' las dat er apparaatjes op de markt komen (de MinION) die jouw complete dna-code in een kwartier kan inlezen.
En dat voor een luttel bedrag, dus bereikbaarvoor het volk.
Tijdens een feestje: 'Hé, zullen we je medisch paspoort eens opmaken; kijken naar je genetisch materiaal, voor welke enge ziektes jij aanleg hebt..' en dan volgt de verantwoorde date.
Nee dank je, ik weet meer dan genoeg uit de levensgeschiedenissen van mijn voorouders.
Wat moeten we met dna-kennis waartegen we ons niet teweer kunnen stellen?

Soms is het draaglijker te leven in onwetentheid dan met de vrucht van de kennis. Verbood Jahweh om die reden Adam en Eva te eten van de boom der kennis?
Geloof, hoop en liefde versus kennis?
Hoe zwaar is de last van de gepredestineerde kennis van ons lichaam?

Wacht ons na de angst van een astrologische en economische catastrofe een psychologische ramp na een wetenschappelijke innovatie?

woensdag 22 februari 2012

Saramago

'Vorm of vent', dat was het thema waarover ik tijdens mijn laatste examen nederlands - we schrijven 1967 en ik deed hoofdakteexamen - werd doorgezaagd. Dat was geen verrassing, mijn scriptieonderwerp was het Tijdschrift Merlyn, dat in haar vierjarig bestaan vanaf 1962, nadrukkelijk 'vorm' in haar beginselprogramma had staan.
Ik had weer eens een controversieel onderwerp gekozen, althans controversieel voor mijn examinatoren. Hoe meer zíj op de 'vent' hamerde, des te feller verdedigde ik de Merlynisten.
Ik hoefde bij lezing zelfs de naam van de auteur niet te weten, het ging me om de inhoud, dat maakte uit of ik literatuur of lectuur in handen hield...zo beweerde ik met verhit hoofd.
Mijn docent, expert in literatuurgeschiedenis, die jarenlang pikante en andere wetenswaardigheden over schrijvers over studentens hoofden placht uit te storten was evenwel sportief genoeg om me met een goed cijfer weg te sturen, minzaam mij toevoegend dat ik beter in onderwijskunde dan in nederlands verder kon studeren. Voor dat laatste had ik een te beperkte blik.
En zo geschiedde.

Ik moest hieraan denken, toen ik een paar dagen geleden de gehele collectie Saramago uit de plaatselijke biblioteek mee naar huis nam. Ik had slechts zijn meesterwerk 'De stad der blinden' gelezen, maar nu ik in zijn werk- en woonhuis op Lanzarote was geweest, was ik gedreven meer van deze auteur te lezen.
De toegewijde gids had tijdens de rondleiding een bewonderenswaardige man geschilderd, maar bewonderenswaardige schrijvers maken nog niet literatuur, wist ik me uit 1967 te herinneren.

Ik las als eerste 'De ander kant, Persoonlijke observaties over wereldpolitiek en andere zaken', uit 2009. Een jaar voor zijn dood verschenen. Het zijn de verzamelde weblogs, die hij van september 2008 tot en met maart 2009 schreef.
Saramago was 86 toen hij eraan begon. Hij was teruggekeerd naar het rijk der levenden na "een totale organische ineenstorting en stilstand van de lichamelijke functies", zoals hij schrijft in zijn blog van 23-12-'08, getiteld 'Een jaar later'.
Het boek wordt ingeleid door Umberto Eco, die hem beschrijft als een bewogen, betrokken en sympathieke auteur. 'Ongenadig boos, maar ook mild', is de titel van deze inleiding. Die mildheid geldt als hij over zijn familie en zijn kunstenaarsvrienden schrijft, maar als Amerika in het bijzonder Bush jr., Berlusconi, de staat Israël of de banken zijn onderwerp zijn, is hij ongenadig boos, venijnig en snoeihard in zijn oordeel.
Hij toont zo een betrokkenheid die voor zo'n oude man ongekend is, die enkel te verklaren in vanuit zijn vaste atheïstisch communistische overtuiging. Hij wil een goed, rechtvaardig en liefdevol (in die volgorde! lees de blog 'Woorden' van 7-1-'09) wereldburger zijn en was dat ook stel ik na lezing van 'De andere kant' vast.

Ik was vooral benieuwd naar zijn weblog-stijl: korte stukjes, columns over actuele onderwerpen, geplaatst, zoals hij schrijft op pag 116 : op de eindeloze pagina van het internet. Over de plek, het internet schrijft hij vervolgens: "Lijken we, om het zo te zeggen, hierin misschien allemaal op elkaar? Komt dit het dichtst in de buurt van de macht van de burger? Zijn we meer kameraad van elkaar als we schrijven op het internet? Ik heb geen antwoorden, ik constateer alleen de vragen. En ik vind het leuk hier nu zitten te schrijven."

Op zijn bureau staat een oude Apple.
Natuurlijk heb ik die even aangeraakt.
Door in zijn buurt te zijn geweest, was mijn interesse gewekt.
De Merlynist bijgesteld.
Door zijn blogs te lezen is mijn belangstelling gegroeid.

Zo dadelijk begin ik aan zijn laatste roman: 'Kaïn'.

vrijdag 17 februari 2012

Lanzarote 2





Door folders gelokt trekt het natuurpark Timanfaya vele bezoekers, bezoekers die over een weg waar absoluut niet mag worden gestopt eindelijk aangekomen op het hoogste punt van het park een restaurant worden ingelokt omdat buiten behalve het magistrale uitzicht geen mogelijkheid is om te wandelen.
Maar Lanzarote heeft meer te bieden dan Timanfaya en de volgens Houellebecq te omzeilen Cactustuin. (Cactussen: 'Door hun plompe vorm en stekels...het perfecte symbool voor de afstotelijkheid van het plantenleven', aldus deze bioloog-schrijver)

Allereerst is dat het voormalige woonhuis, nu museum, van de plaatselijke godheid Cesar Manrique.
Manrique is heel bepalend voor het eiland. Hij bewerkstelligde dat er een set van bouwvoorschriften van kracht werden, waardoor het eiland er ondanks haar doodse weerbarstigheid mild en hier en daar zelfs lieflijk uitziet.
Er mag niet hoger worden gebouwd dan vier verdiepingen, geen losgeplaatste reclame langs de wegen en er wordt gebruik gemaakt van drie kleuren: de gebouwen wit en kozijnen blauw of groen.
Manrique de alleskunner was in de eerste plaats een estheet.
Zijn huis is een grootse verrassing. Grotendeels betaande uit ondergrondse kraterruimtes, creëerde hij daar oogstrelende leefruimtes. Op de eerste foto toont de huiskamer als ontmoetingsruimte.

Als tweede aan te bevelen attractie moet het woon- en het werkhuis van José Saramago, de winnaar van de Nobelprijs voor literatuur van 1998 worden genoemd. Dit museum is kortelings geopend en drijft op enkele vrijwilligers.
Saramago is een Portugees die na felle kritiek op zijn 'Het evangelie volgens Jezus Christus' naar Lanzarote emigreerde en naast de zuster van zijn derde vrouw, Pilar del Rio, ging wonen en werken.
Aan de overkant van de weg werd een schitterend 'House of Books' gebouwd waar hij verder werkte aan zijn imposant oeuvre tot zijn recente dood op 18 juni 2010.

Het bezoek in deze bibliofiele omgeving, waar de muren gelardereerd zijn met schitterende schilderijen, veelal geschonken door bevriende schilders, is van harte aan te bevelen.
Je voelt de aanwezigheid van deze communistisch-idealistische schrijver door de enthousiaste en liefdevolle begeleiding van de gids.

De derde aanrader is het Noordelijk gelegen Jameos del Agua, een aan de kust gelegen tuin, deels liggend in kratergewelven. Je loopt vanaf de zee omhoog. Boven aangekomen kan een archeologisch museum worden bezocht, waar het vooral draait om het geweld van vulkaanuitbarstingen.

Deze drie highlights én de vele prachtige boeken, die we lazen, deels op E-reader, maakten de afgelopen twee weken tot iets moois.

Het weer liet het veelal afweten, hoewel het verschil in temperatuur met Nederland ver boven de twintig graden lag!